Vergroting inkomenskloof kan Bush de das om doen

Het is toch weer de economie, denken Amerikaanse bladen als het weekblad BusinessWeek, het tweewekelijkse Fortune en het beursweekblad Barron's. En als dat zo is, heeft president Bush het zwaar te verduren, menen ze eensgezind. BusinessWeek windt er geen doekjes om: Bush staat aan de rand van de afgrond, want het aantal stemmers dat zijn werk goedkeurt is 49,5 procent. Dat is het gemiddelde van de laatste tien peilingen. Daaruit blijkt ook dat de stemmers al chagrijnig aan het worden zijn sinds februari.

Gastauteur Laura d'Andrea Tyson krijgt van het blad de gelegenheid om de vloer aan te vegen met het economische beleid van Bush. Ze is faculteitsvoorzitter aan de London Business School, en daarnaast informeel adviseur van John Kerry. De kern van haar verhaal is dat Bush de inkomenskloof niet zo maar wat heeft laten groeien, maar hem met opzet wijder heeft gemaakt dan ooit sinds de jaren twintig van de vorige eeuw.

Ook vestigt ze er de aandacht op dat Bush heeft bezworen dat hij na zijn herverkiezing niet zal tornen aan de belastingreducties. En dat, zo schrijft de auteur, terwijl een onderzoek van het Congres waaraan beide partijen meededen, aantoont dat de toplaag van de allerhoogste inkomensgroepen het inkomen tien procent zag stijgen dankzij de belastingverlagingen tussen 2001 en 2003. In dezelfde periode gingen de laagste inkomens – minder dan 17.000 dollar per jaar – er slechts 1,7 procent op vooruit. De belastingverlaging betekende ook een daling van de overheidsinkomsten van 90 miljard dollar – precies genoeg, schrijft de auteur, om de gezondheidszorgplannen van Kerry te financieren.

Bush deed het best goed in het laatste debat met John Kerry, meent het beursweekblad Barron's, maar er is een betrouwbare economische indicator die zegt dat ,,Bush de race op 2 november met een klein verschil zal verliezen''. Het blad maakt geen geheim maakt van zijn voorkeur voor Bush, maar denkt dat Kerry de verkiezing in gaat met een voorsprong, ,,omdat de groei van het besteedbare inkomen duidelijk achter blijft bij het gemiddelde''. Zo lang het groeit met minstens 3,8 procent, zo leert de ervaring, heeft de zittende president geen moeite het Witte Huis te heroveren. Het probleem is echter dat de groei van het besteedbare inkomen de laatste vier jaar is blijven steken op 1,6 procent. Daarom krijgt Bush het moeilijk.

Wie er ook wint, beide verkiezingskandidaten zullen volgens het tweewekelijkse zakenblad Fortune het hoofd moeten bieden aan de recessie in de volgende ambtstermijn. Het is waar dat de twee laatste economische groeiperioden respectievelijk tien en acht jaar duurden, maar de oplevingen die daaraan voorafgingen in de jaren zeventig en tachtig duurden achtereenvolgens één jaar, drie jaar en vier jaar. Daarnaar gerekend zou de volgende recessie morgen al moeten beginnen, concludeert het blad.

Dat de consumenten de afgelopen jaren gewoon geld bleven uitgeven, was volgens het blad ,,het werk van de banken en andere geldleners, die maar geld bleven gooien naar de consumenten, vooral huiseigenaars en huizenkopers''. Op zijn beurt deed de Federal Reserve, Amerika's centrale bank, een duit in het zakje door ,,geld te blijven gooien naar de banken''. Op die manier, zo overpeinst het blad het recente verleden, ,,vermeed Amerika een deflatiespiraal op z'n Japans. Maar het vermeed ook het aanhalen van de buikriem en het terugbetalen van schulden dat gewoonlijk plaats vindt tijdens een recessie en dat de basis vormt voor nieuwe groei.''

De kans op recessie is groot, want de consumenten hoeven maar een beetje minder te lenen en te besteden, of de economische groei blijft achter bij de verwachtingen. Daar komt bij, zo citeert het blad analist Stephen Roach van de investeringsbank Morgan Stanley, dat de kans op recessie nog groter wordt als de hoge olieprijzen en de hoge Amerikaanse schuldenlast elkaar gaan beïnvloeden. Het draait, concludeert het blad, in de verkiezingen niet om wat de kandidaten beloven, maar om wat ze waarschijnlijk zullen doen als blijkt dat ze hun beloften niet kunnen nakomen.

Of het nu goed of slecht gaat met de economie, Bush moet eruit. Dat is het enige doel van beursspeculant, filantroop en miljardair George Soros. Het weekblad The New Yorker vertelt in tien pagina's hoe de samenwerking tussen Soros en kopstukken van de Democratische Partij tot stand is gekomen. In een vroeg stadium van de verkiezingscampagne stelde Soros bijna twintig miljoen dollar ter beschikking aan organisaties die de Democratische principes actief aan de man brengen.

Overigens is dit bedrag klein vergeleken bij wat de Republikeinen krijgen van negen rijke Amerikaanse families. Volgens het blad hebben deze de Republikeinse partij in de jaren tussen 1985 en 2001 verrijkt met een half miljard dollar. Het blad ontleent dit gegeven aan een onderzoek van de Democratische partij naar ,,openbare belastingdocumenten''.

Maar goed, Soros. Deze steunt Kerry niet vanwege de economische situatie, maar omdat hij meent dat Amerika onder Bush ontspoort, en omdat diens regering ,,de dreiging van terrorisme exploiteert om aan de macht te blijven op een manier die de democratische kernwaarden van het land bedreigt''.