Te veel studenten willen psycholoog worden

De studie psychologie is zo populair dat universiteiten studenten moeten weigeren. Waarom kiezen jongeren massaal voor deze studie en wat doen ze er mee?

Tessa Goossens weet waarom driekwart van de psychologiestudenten meisjes zijn. ,,Jongens staan minder in contact met hun gevoelens, die kunnen zich minder goed uiten. Tijdens de studie is dat nog niet zo erg, maar als ze in de praktijk moeten gaan werken wordt het een probleem.'' Trots kijkt Tessa (21) naar haar studiegenotes Maaike Hengst (21) en Jolijn van Middelkoop (23), die verbaasd reageren op deze parate kennis. Tessa: ,,Hebben we al moeten leren hoor.''

Het drietal is twee maanden geleden begonnen met de studie psychologie aan de Universiteit Leiden. Wat hen bindt, en hen onderscheidt van de achttienjarigen die direct van de middelbare school komen, is dat ze alledrie een voltooide hbo-opleiding achter de rug hebben. Tessa volgde de opleiding maatschappelijk werk, Maaike ergotherapie en Jolijn vrijetijdskunde. Om meer kansen te hebben op de arbeidsmarkt, besloten ze verder te studeren.

Maaike: ,,Wij zijn gemotiveerder dan mensen die net van school komen. Die zitten op te scheppen over dat ze zo weing aan hun studie doen. Wij zijn gedisciplineerder, want wij doen het voor onszelf.'' Ze weten ook beter wat ze met hun studie willen gaan doen, denken ze. Maaike is geïnteresseerd in neuropsychologie. ,,Ik werk nu al in een revalidatiecentrum, daar is de combinatie van ergotherapie en psychologie heel handig.'' Tessa specialiseert zich waarschijnlijk in ontwikkelingspsychologie, ze wil met jongeren werken. Jolijn overweegt organisatiepsychologie, ze wil als consultant in het bedrijfsleven werken.

Tessa, Maaike en Jolijn zijn niet de enigen met dergelijke ambities. Psychologie is een hit. Universiteiten weten niet hoe ze immer groeiende aantallen studenten moeten huisvesten. Laat staan lesgeven.

Dit jaar begonnen bijna vierduizend eerstejaars aan de studie psychologie, aan tien universiteiten. In Leiden gaat het om 377 eerstejaars. Vorig jaar waren dat er 667, reden voor de Leidse universiteit om, net als de Vrije Universiteit in Amsterdam, vanaf dit studiejaar een numerus fixus in te stellen. Het maximum van 516 studenten werd bij lange na niet gehaald, veel studenten weken bij voorbaat uit naar Utrecht en Amsterdam. Ze lieten zich afschrikken door de vroege aanmeldingsdeadline van 15 mei. In Leiden gaat men ervan uit dat de sterke daling van het totale aantal eerstejaars ten opzichte van vorig jaar vrijwel geheel te wijten is aan de psychologielimiet. Men verwijt de IB Groep, verantwoordelijk voor inschrijving en selectie, de studenten niet goed te hebben geïnformeerd over de wachtlijst na 15 mei.

,,Met tegenzin en pijn in het hart'', in de woorden van opleidingsdirecteur Klaas Visser, gaat ook de Universiteit van Amsterdam volgend jaar een maximumgrens instellen. Deze week heeft de faculteit der maatschappij- en gedragswetenschappen een brief gestuurd aan het college van bestuur met het voorstel om een numerus fixus in te stellen. Aan de UvA is psychologie de grootste studie. Landelijk staat de studie op nummer drie, na Nederlands recht en commerciële economie.

Visser: ,,Het is niet langer vol te houden. We kunnen maximaal 500 eerstejaars hebben, we hebben er dit jaar honderd te veel. In augustus zag ik dat het misging, toen ben ik snel extra docenten gaan inhuren. De eerste weken had ik steeds overleg met de brandweer over veiligheid in de collegezalen, we hadden vijf zaalouvreurs aangesteld. Hoorcolleges werden in een tweede zaal gelijktijdig op video vertoond. Dat vonden studenten nog leuk ook, konden ze even weglopen om hun mobieltje op te nemen.''

Ook de Universiteit Utrecht, met 763 eerstejaars de grootste opleiding, is gezwicht. `Gebiedsmanager' Frank Jan van Dijk – ,,zeg maar de zakelijk directeur van de opleiding'' – beschouwt numerus fixus als ,,een buitengewoon zwaar instrument''. Van Dijk: ,,Dit doe je alleen als je niet anders kunt.'' Net als de collega's in Amsterdam verzocht de Utrechtse opleiding het college van bestuur deze week om voor volgend jaar een limiet aan te vragen bij het ministerie van Onderwijs. Beide opleidingen willen maximaal vijfhonderd eerstejaars toelaten. Na uitval verwacht Amsterdam dat dan driehonderd studenten de driejarige bacheloropleiding zullen voltooien.

Beide opleidingsdirecteuren vinden dat de kwaliteit van het onderwijs met de huidige aantallen nog steeds is gewaarborgd. In Amsterdam is er voor elke vijftig studenten één docent beschikbaar. In Utrecht zitten er 25 studenten in een werkgroep. Dat de opleidingen door de massale toeloop onder grote druk staan is zeker. Een visitatierapport uit 2001 spreekt van `structurele overbelasting', gebrek aan begeleiding, te weinig docenten en trage studenten.

Waarom die duizenden studenten voor psychologie kiezen laat zich lastig verklaren. Natuurlijk vinden de betrokkenen het ,,echt een hele leuke studie'' en ,,een heel boeiend en breed vakgebied''. Zo'n brede en algemene opleiding trekt ook veel mensen die niet precies weten wat ze willen, maar wel academisch gevormd willen worden. Van Dijk uit Utrecht: ,,Psychologie is rechten voor meisjes, zeggen ze soms spottend. Maar dat doet onze studenten tekort, de meesten kiezen wel degelijk gericht.''

Dat de studie bekend staat als `makkelijk' zal ook meespelen. Onlangs werd bekend dat psychologiestudenten de minste tijd aan hun studie besteden, gemiddeld 25,1 uur per week. Tessa, Maaike en Jolijn hebben tien contacturen per week, waarvan één uur verplicht. Veel eerstejaars zijn onaangenaam verrast door de hoeveelheid wiskunde, met name statistiek, in de studie. Het exacte karakter neemt toe door toenemende aandacht voor neurologie.

Psychologie is de afgelopen tien jaar steeds verder gepopulariseerd door tv-programma's en tijdschriften. Van Catherine Keyl tot Dr. Phil, al het geestelijk leed wordt voor een groot publiek besproken. Big Brother was smullen voor psychologen. Het tijdschrijft Psychologie Magazine, met deze maand aandacht voor eetverslaving, heeft een oplage van 83.000 exemplaren.

Het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) heeft volgens directeur Rein Baneke bewust bijgedragen aan die popularisering. Spijt heeft hij niet. ,,Het enige risico dat wij als beroepsvereniging signaleren is dat de wetenschappelijke basis bewaard moet blijven. Al die psychologische tests op internet en bij bureautjes, dat is niet best. Maar er is bij ons geen discussie over de maatschappelijke behoefte aan psychologen.''

De situatie op de arbeidsmarkt geeft daar ook geen aanleiding toe. Ondanks de enorme studentenaantallen is er geen sprake van grote werkloosheid onder psychologen. De eerste verklaring daarvoor is dat een bescheiden deel van de mensen die enthousiast aan de studie begint de eindstreep haalt. Zo'n 35 procent voltooit de studie in vijf jaar. Na acht jaar studie ligt het rendement nog steeds onder de zestig procent.

Jaarlijks studeren zo'n veertienhonderd psychologen af. Tweederde van hen vindt binnen een jaar een baan waar een psycholoog voor wordt gevraagd. De zorgsector is de grootste werkgever, gevolgd door onderwijs, overheid en zakelijke dienstverlening. Psychologen hebben als trainers en adviseurs goed geprofiteerd van de hausse in organisatieadvies. NIP-directeur Baneke vreest geen devaluatie van het beroep door de massaliteit. ,,Het blijft een mooie, brede academische opleiding. De waarde blijft behouden door de toenemende bèta-benadering. En ook omdat er wel degelijk hard wordt gewerkt door studenten.''