Spelmomenten

De ster van het elftal was Kasper, een mager kereltje van een jaar of elf, door zijn vader en moeder en de rest van de familie voorbestemd om de opvolger van Johan Cruyff te worden. Als Kasper speelde, stonden ze allemaal langs de lijn, vader en moeder natuurlijk, en de hele talrijke familie. Kasper was een onverschrokken doorzetter, binnen de grenzen van de spelregels en ook daarbuiten, in de illegale tackel, de stoot met zijn elleboogje, en alles wat je ook toen al van de televisie kon leren. Studio Sport. Ik heb het over het begin van de jaren zeventig.

Soms zag de scheidsrechter dat Kasper weer in overtreding was. Hij floot. Dan balde de familie zich samen tot een vastberaden macht en liep het veld op. Dat hielp. Wel kreeg Kasper een vrije trap tegen, maar daarna had hij de vrije jachtakte. Veel tegenstanders zijn door hem ongestraft neergelegd. Dat is een jaar of dertig geleden. Een enkele keer vraag ik me af wat er van Kasper geworden is. Voorzover ik het kan overzien heeft hij zijn carrière niet in het voetballen gezocht.

Nu lees ik dat in dit seizoen in het KNVB-district West I vijftig wedstrijden voor junioren voortijdig zijn afgefloten. De ouders langs de lijn waren met elkaar slaags geraakt, of ze hadden hun zoontjes ,,ontoelaatbare opdrachten gegeven'', zoals ,,Schop 'm toch!'' Is dat ontoelaatbaar? Toen ik in de junioren speelde, riepen we tegen elkaar: ,,Ik zal je kop in je kont dreunen.''

In de Volkskrant van gisteren staat op pagina zeventien de foto van een spelmoment uit de wedstrijd Feyenoord tegen Hearts. Een wondermooi plaatje gemaakt door Guus Dubbelman. ,,Feyenoorder Dirk Kuijt wordt bij de keel gegrepen door Steven Pressley van Hearts'', staat eronder. De arme Kuijt houdt zijn armen gespreid, hoofd achterover, met opengesperde mond hapt hij naar zuurstof terwijl hij wanhopig naar de hemel kijkt. Maar Pressley heeft hem niet bij de keel gegrepen. Terwijl hij een wreed gezicht trekt, houdt hij de tegenstander bij de nek, of misschien bij de slagader.

Jaren geleden heb ik op CNN een kleine documentaire gezien over de manier waarop voetballers hun triomf beleven. Toen de televisie nog zwart-wit was, gaven ze degene die het doelpunt had gemaakt een schouderklopje of een hand. In de tijd van Johan Cruijff, Sjakie Swart en Arie Haan kwam het dramatisch in de lucht slaan in de mode. Dat werd al gauw te zwak gevonden. In het Latijns-Amerikaanse voetbal namen ze voor de eretribune een aanloop, knielden, schoven op hun knieën nog een paar meter door terwijl ze met gevouwen handen God dankten. Maradonna was er goed in.

Intussen was de schreeuw in zwang gekomen. Iemand maakte een doelpunt, stak zijn handen omhoog, sperde zijn mond zo ver mogelijk open, liet zijn schreeuw horen en werd daarna door zijn teamgenoten besprongen en bedolven. Maar ze schreeuwen ook als ze de indruk hebben dat de scheidsrechter zich vergist heeft. Of niet gekeken als ze door een tegenstander worden mishandeld of bespuugd. Als je nu een foto van een schreeuwende man in de krant ziet, heb je negen van de tien keer een sportpagina voor je. Geen sport zonder schreeuw.

Het gebeurt ook op de tribune. Juichen is een beschaafd soort schreeuwen. Er wordt nog veel gejuicht natuurlijk, maar daarmee kom je niet in de media. Spreekkoren met Hup Holland? Ik geloof niet dat je het daar nog ver mee brengt. Ook alweer een poosje geleden was ik achteloos, per ongeluk in een tram vol jonge supporters gestapt. Ze waren van de club die tegen Ajax ging spelen. Terwijl ze ,,Joden! Joden!'' schreeuwden, sprongen ze massaal heen en weer zodat de tram op de rails begon te wankelen. De bestuurder reed regelrecht door, zonder stoppen, naar het eindpunt. Een onvergetelijke rit. Later zag ik nog eens op een station hoe de politie, met getrokken knuppel en gesteund door blaffende honden, de voetballiefhebbers in bedwang hield. Het voorspel tot een oorlog.

Nu heeft een scheidsrechter, daarin gesteund door burgemeester Deetman, een wedstrijd in Den Haag gestaakt, wegens beledigende spreekkoren. Het is voor het eerst, geloof ik, dat er zoiets radicaals gebeurt. De gewone discussie laait weer op. Voetbal, mooie sport. Een minderheid van kwaadwilligen bederft het plezier van velen. Toch paal en perk. Stadionverbod. Intussen bespreken in de sportprogramma's de deskundigen in belangrijke bewoordingen, met verontwaardigd of verheerlijkt gezicht, de gebeurtenissen in het veld en op de tribune.

Toen de Joegoslavische burgeroorlogen begonnen, heeft de oud-Ajacied Velibor Vasovic voorgesteld dat de leiders van de vijandige clubs tegen elkaar zouden aantreden in het stadion, om onder leiding van een onkreukbare scheidsrechter hun conflict uit te vechten. Hadden ze naar hem geluisterd, dan waren daar die 200.000 mensen niet in vruchteloze strijd vermoord. Voetbal is geen oorlog; voetbal vervangt oorlog, moet hij gedacht hebben. Een vergissing. Voetbal is een ander soort oorlogje, dat met alle macht en allerlei hoogdravende argumenten wordt verdedigd, door iedereen die er geld aan verdient. Nu wordt in het Nederlandse omroepwezen gevochten om de rechten voor de uitzending van allerlei wedstrijden. Er zijn miljoenen mee gemoeid.

Daar zitten de kleine jongens weer te kijken. Ze willen beroemd voetballer worden. Hun vader en moeder zien er wel iets in. Op zaterdagmiddag trekken ze naar de velden, tienduizenden spelertjes, met honderdduizend familieleden. Op de televisie hebben ze gezien wat je moet doen om carrière te maken. Goed met de bal kunnen goochelen natuurlijk. Maar ook flink kunnen schreeuwen en de rest. Dat mag niet van de scheidsrechter. ,,Grijp hem bij zijn keel'', roept pappa. Dat doet Steven Pressley ook. Jantje doet wat hem is opgedragen en de wedstrijd wordt gestaakt. In District Oost is dat vorig jaar 108 maal gebeurd.

Wil je van al dat gedonder af zijn? Verbied het voetbal. Dat zal niet gebeuren. Het mooie van de sport bestaat ook uit alles wat er mis loopt.