Snelgroeiende meisjes lopen later meer risico op borstkanker

De manier waarop een meisje als baby en kind groeit, beïnvloedt haar latere risico op borstkanker, zo blijkt uit een Deens onderzoek bij 117.415 vrouwen uit de regio Kopenhagen. Vrouwen die bij hun geboorte mollig waren maar uitgroeiden tot lange en magere tieners, liepen het grootste risico. De biologische verklaring is onzeker. Mogelijk komt het doordat borstweefsel extra gevoelig is bij snelle groei (New England Journal of Medicine, 14 okt).

Van vrouwen die geboren waren tussen 1930 en 1975, zijn de gegevens van jaarlijkse metingen door schoolarts geanalyseerd. Daarbij stond ook het (door de ouders opgegeven) geboortegewicht. Door dat te koppelen aan het Deense Kankerregister was aan te tonen dat een hoog geboortegewicht, een grote lengte, een lage Body Mass Index (BMI) en een snelle groei in de puberteit allemaal onafhankelijk van elkaar risicofactoren zijn voor borstkanker.

De belangrijkste factor is een grote lengte als tiener: meisjes die op veertienjarige leeftijd 1 meter 67 lang waren, liepen 50% meer risico dan die onder 1 meter 51. Bij het geboortegewicht resulteerde iedere kilo extra in 11% meer risico op borstkanker. En hoe jonger het meisje was ten tijde van haar snelste groei, hoe meer risico op borstkanker. Vet daarentegen beschermt juist tegen borstkanker: mollige veertienjarige meisjes (gemiddelde BMI 22,4 kg/m²) liepen 16% minder risico op borstkanker dan meisjes met een laag BMI (16,7 kg/m²).

De Deense onderzoekers opperen als verklaring dat de borstklier het gevoeligst is voor allerlei kankerverwekkende invloeden als de cellen delen. En hoe sneller die groei verloopt, des te meer kans op schadelijke mutaties.

In een commentaar schrijft de bekende voedingsdeskundige Walter Willett dat er met de nieuwe gegevens weinig te doen valt zolang de biologische achtergrond onduidelijk is. Een meisje zou om haar risico op borstkanker zo laag mogelijk te houden, licht geboren moeten worden om vervolgens langzaam maar gestaag uit te groeien tot een mollige, kleine volwassene, die na de menopauze juist weer het overgewicht zo snel mogelijk kwijt moet zien te raken. Maar een grote lichaamslengte en een laag BMI beschermen juist tegen hart- en vaatziekten en diabetes. Het is dus niet direct gezond als iemand voor de menopauze zoveel mogelijk eet om borstkanker tegen te gaan.