Rosse grutto

`Bûtendyks' heet het vlakke, uitgestrekte land hier waar stugge graspollen overgaan in kleigrond die vervolgens wegglijdt in de voedselrijke Waddenzee. En `heawylp' heet de vogel in het Fries die daar met plechtige stappen door het brakke water waadt, de rosse grutto (Limosa lapponica). Tijdens de najaarstrek fourageren rosse grutto's in grote groepen langs de waterlijn. Het is een levendige steltloper, altijd in de weer. Wanneer door getijdenstromen de slikken droogvallen vliegen de vogels als in een reusachtige beweging op en zwenken heen en weer. Net donkere wolken aan de horizon. Landinwaarts komen ze zelden. De soort dankt zijn naam aan de roestrode gloed van het mannetje op borst en buik. De snavel is iets opgewipt, de staart gebandeerd. Opvallend is de helwit oplichtende stuit. Rosse grutto's broeden in het hoge noorden, de Siberische toendra's, en overwinteren meer dan vierduizend kilometer zuidelijker voor de kust van Mauretanië, de Banc d'Arguin. De Waddenzee is een geliefde pleisterplaats. Wanneer wij hier de rosse grutto's in herfst en winter waarnemen, dan moeten we het `rosse' er maar bij verzinnen. Deze vogels dragen hun winterkleed en dat betekent dat ze overheersend bruingrijs zijn met gevlekte bovenzijde. Het zijn onvermoeibare lange afstandvliegers: Siberië-Mauretanië is nog altijd ruim honderd keer de Amsterdamse marathon.

freriks@nrc.nl