Pensioen per generatie is geen goed idee

In het artikel `Jeugd betaalt drie keer' (NRC Handelsblad, 12 oktober), wordt het voorstel van Coen Teulings besproken om voor elk geboortejaar afzonderlijk een pensioenfonds in te stellen. Hij hoopt hiermee te voorkomen dat de ene generatie voor de kosten van de ander moet opdraaien. Mij lijkt dit geen goed idee.

Het belangrijkste bezwaar is dat collectieve pensioenfondsen een vorm van bescherming bieden tegen het systematische risico. Dit is het risico dat ontstaat doordat er goede en slechte tijden zijn; de internet-hype gevolgd door een scherpe correctie van de beurskoersen sinds 2000. Het voorstel van Teulings komt er in feite op neer dat hij ervan afziet ook maar een poging te doen het systematische risico te beheersen. Hij geeft dit op en accepteert dat de pensioenaanspraken met de beurskoers op en neer fluctueren. Dus degenen die in de tweede helft van de jaren '90 hun pensioen konden ontvangen, zouden dan een pensioen hebben gekregen dat meer dan tweemaal de omvang zou hebben gehad van degenen die in 2002 aan hun pensioen toe waren.

Ook creëert het voorstel nieuwe problemen. Elk fonds moet nu precies genoeg middelen bezitten om de deelnemers van een pensioen te voorzien. Wat te doen bij overschotten? Aan de erfgenamen van de langstlevende geven? En wat te denken van tekorten? Dan zoekt de rest van de pensioengerechtigden het maar uit? Ik vermoed dat een dergelijk gedrag op grote maatschappelijke tegenstand zal stuiten, waardoor men zal bijspringen. Maar deze verwachting lokt pervers gedrag uit. Jaargroepen kunnen besluiten minder premie te gaan betalen dan eigenlijk nodig is. Dit vereist weer de nodige regelgeving en toezichtorganen. Het creëren van scheidslijnen leidt altijd weer tot het testen van de hardheid van deze scheidslijnen.

Een aangepaste versie van het huidige systeem is naar mijn mening beter.