Nog vier jaar Bush zou goed zijn voor Europa

Europa heeft veel te danken aan president Bush. Niet alleen heeft hij Duitsland en Frankrijk nader tot elkaar gebracht, ook heeft zijn optreden ongewild overal ter wereld het prestige van Europa verhoogd.

Volgens de laatste opiniepeilingen is Europa er nu wel achter wie zijn vijand is namelijk de Verenigde Staten van Amerika onder president George W. Bush.

Van de Kyoto-akkoorden tot de oorlog in Irak, en elk multilateraal initiatief daartussenin meegerekend, zijn de Verenigde Staten in het openbare Europese debat de gebeten hond. De anti-Bush-stemming is inmiddels het meest bindende element in de Europese Unie geworden, zo sterk dat Bush wel eens de geschiedenis in zou kunnen gaan als de vader van `Europa'.

Het is bijna een axioma dat de Europeanen het nergens over eens kunnen worden. Zet een Duitser en een Fransman bij elkaar en je krijgt drie en misschien wel vijf verschillende meningen. Maar laat het woord Bush vallen en er is algehele eensgezindheid en volstrekte saamhorigheid – met een brede lach.

Deze les is welbesteed aan mensen als Jacques Chirac en Gerhard Schröder. De Franse en de Duitse leider zijn onvermoeibare pleitbezorgers van een verenigd Europa. Zij behartigen krachtig de belangen van hun eigen land, zoals het hoort. Maar zij behartigen ook de belangen van het verenigde Europa dat ze leiden, en beseffen dat ze nu de overhand hebben in de grootste geopolitieke strijd die Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is aangegaan de poging het juk van de Amerikaanse wereldhegemonie te breken.

President George W. Bush is hierbij onbedoeld hun medeplichtige. Zijn onwrikbare unilateralisme en zijn macho-onverschilligheid voor de gevoeligheden van Europa komen voor de Europese leiders als geroepen.

Terwijl Amerika onder Bush het zwarte schaap van de wereldpolitiek wordt, is Europa gestaag op weg de leegte op te vullen. Europa biedt een warme en meelevende schouder waarop de misdeelden van de wereld kunnen uithuilen. De Amerikaanse president drijft vriend en vijand in de wachtende armen van Europa. Kijk maar naar de laatste politieke ontwikkelingen.

Hoewel de regering-Bush het tegendeel beweert, was de opening van zaken die Libië heeft gegeven over zijn massavernietingswapens, een Europees en geen Amerikaans succes. Het was Europa dat de afgelopen vijf jaar onvermoeibaar heeft geijverd voor een détente met kolonel Gaddafi. Het was Europa dat de voorwaarden voor zijn overgave heeft bedongen en hem tot ontwapening heeft bewogen.

En het is Europa dat ervan zal profiteren en vooraan zal mogen staan bij de oliecontracten en de vrijhandel. Europa blijft zich beleefd toegang tot Libië verschaffen door officieel alle resterende sancties tegen het Afrikaanse land op te heffen.

In Iran blijven de Amerikaanse sancties gehandhaafd, ook nu Iran een open markt met Europa bezit. Europese diplomaten proberen op subtiele wijze veel Amerikanen zouden zeggen gluiperig de mullahs te bewegen hun nucleaire ambities in te tomen. De Europeanen betrekken Iran in een beleefd geven-en-nemen, dat rekening houdt met de Iraanse soevereiniteit en met de dreiging die uitgaat van buurlanden met kernwapens: Israël en Pakistan. Daardoor ziet Iran Europa als mogelijke bondgenoot in een nieuwe wereldorde, ook al verwerpt het Amerika als `rijk van het kwaad'.

In Israël en op de Westelijke Jordaanoever, waar de Verenigde Staten de andere kant op kijken terwijl de regering-Sharon de nederzettingen uitbreidt, muren bouwt en terugkomt op haar belofte van een Palestijnse staat, hekelt Europa het algehele onrecht.

Overal ter wereld bestaan soortgelijke situaties. In Irak, waar op buitenlandse televisiezenders een wrede en harteloze bezetting te zien is, betuigt Europa zijn deelneming en matigt daarmee in de hele Arabische wereld de publieke opinie tegenover de EU.

Met betrekking tot Noord-Korea, dat Amerika per se op zijn Amerikaans wil blijven benaderen ook al verliest het daarbij steeds meer terrein neemt Europa een terughoudend en dubbelzinnig standpunt in en neemt het afstand van een mogelijk akelige confrontatie. Noord-Korea vormt tenslotte geen strategische bedreiging voor Europa.

In elk land ter wereld waar uit opiniepeilingen blijkt dat het anti-amerikanisme door het halsstarrige unilateralisme van de regering-Bush groter is dan ooit, blijft Europa met onvermoeibare doeltreffendheid gewoon zijn waarden en zijn handel behartigen.

Spanje breidt zijn invloed uit in heel Latijns Amerika, Duitsland bevordert zijn handelsbelangen in Oost- en Centraal-Azië, en Frankrijk herwint zijn historische belang als diplomatieke kracht in het hele Midden-Oosten, Afrika en een groot deel van de rest van de wereld.

Intussen raast en tiert Amerika door, pratend in termen van een doopsgezinde ethiek die buiten de Amerikaanse `rode' staten (waar overwegend op George W. Bush wordt gestemd) vaak niet te ontcijferen is.

Er zijn betere manieren om Europa tegemoet te treden, om doelmatig te reageren op de onverbiddelijke Europese opmars naar de status van grootmacht. Kijk maar eens hoe president Poetin de Kyoto-akkoorden heeft behandeld. Europa verlangde een Russische ratificatie van de akkoorden voordat ze in werking zouden treden. Evenals president Bush zei president Poetin: Njet! Maar hij bleef daarna wel praten en onderhandelen. Plotseling zwaaide president Poetin om en zei Da! tegen Kyoto, omdat hij in ruil Europese steun kreeg voor de Russische toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie. Dat betekent een belangrijke impuls voor de Russische economie en voor de status van Rusland in de handelswereld.

President Bush had over bepaalde voorwaarden van het Kyoto-akkoord opnieuw kunnen onderhandelen om ze in het belang van Amerika te verzachten. Hij had belangrijke concessies kunnen afdwingen op terreinen die los van het milieu staan. En intussen had hij zo'n draai aan het geheel kunnen geven dat het mondiale milieu én de Verenigde Staten erbij gebaat zouden zijn geweest. Maar zo denken ze in Texas waarschijnlijk niet.

George W. Bush berokkent Amerika grote schade. Met een beroep op een akelig chauvinistisch sentiment dat afkomstig is van uiterst rechts, heeft hij een vloedgolf van wereldwijde onvrede veroorzaakt. En het kon voor de Verenigde Staten allemaal nog wel eens veel en veel erger worden.

Het is nog maar enkele maanden geleden dat de OPEC, gelet op de zwakte van de dollar tegenover de euro, een balletje opwierp om de olie te gaan afrekenen in de Europese munt in plaats van in dollars de enige rekeneenheid voor olie sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dit leidde tot scherpe reprimandes van de Verenigde Staten jegens Koeweit, Sauoei-Arabië en andere olieproducerende landen. En de regering-Bush wist haar zin te krijgen.

Maar de zwakke-dollarpolitiek van de regering-Bush heeft ook bijgedragen tot een scherpe stijging van de dollarprijs voor olie, een stijging die voor Europa grotendeels werd goedgemaakt doordat ze samenviel met de sterke euro. Zelfs nu ze verloren, hadden de Europeanen George Bush op het wereldtoneel opnieuw verslagen.

Een redelijk en rationeel Amerika is voor Europa een grote uitdaging. En dat geldt ook voor John Kerry. Hij zal het voor de Europeanen moeilijker maken om van Amerika te profiteren, om de grote Amerikaanse principes te misbruiken en de Verenigde Staten via handel en geldwezen de loef af te steken.

Kerry zal het onvriendelijke gezicht van Amerika verzachten en helpen Europa in zijn ware, dubbelzinnige morele licht te plaatsen. Dat zal voor Europa negatieve gevolgen hebben, omdat herstel van de Amerikaanse goodwill en jovialiteit fnuikend zal zijn voor de Europese poging een eensgezinde indruk te maken.

Anders dan president Bush zal Kerry de wereld laten zien dat waarachtig leiderschap principe en pragmatisme in zich verenigt.

Maar misschien is het grootste gevaar van een tweede termijn voor Bush dat het anti-Amerikaanse gevoel, dat zich op dit moment richt op een regering-Bush die alom als een dwaling wordt gezien, rechtstreeks zal overgaan op het Amerikaanse volk. Een overwinning van Bush zal worden beschouwd als bijval van het volk voor de Amerikaanse politiek van de afgelopen vier jaar. De anti-Bush-stemming zal eenvoudig overgaan in werkelijk anti-amerikanisme, en overal ter wereld, in het bijzonder in Europa, zullen onze tegenstanders en vijanden kracht verzamelen en nog harder worden aangemoedigd.

Sommige Amerikanen doen alsof we ons door oprechte deelname aan de familie der volken uitleveren aan buitenlandse mogendheden. In feite is dit alleen maar een erkenning van de werkelijkheid zoals deze overal in de wereld van 2004 bestaat.

De aanpak van Bush speelt de enige Amerikaanse concurrent voor de politieke wereldleiding in de kaart, ondermijnt de Amerikaanse economische wereldheerschappij en maakt op den duur voor elke Amerikaan het leven een stuk zwaarder.

Amerikaan. Economisch consulent. Gespecialiseerd in advies aan internationale financiële instellingen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website theglobalist.com