Nieuw malariavaccin is wel goed, maar nog lang niet goed genoeg

De moeizame speurtocht naar een effectief malariavaccin is een stap verder. Uit een onderzoek onder een kleine 2000 Mozambikaanse peuters en kleuters blijkt dat een vaccin met de naam RTS,S/AS02A bij ongeveer 30 procent van de kinderen malaria voorkomt. Kinderen die ondanks de vaccinatie toch malaria kregen, kregen aanzienlijk minder vaak de meest dodelijke variant van de ziekte. Daarnaast bleek dat het vaccin bij 45 procent van de kinderen die al eens een malaria-infectie hadden doorgemaakt nieuwe infecties kon voorkomen. Daarmee is dit vaccin het meest effectieve dat tot nog toe ontwikkeld werd, maar ook is duidelijk dat het nog geen totale bescherming biedt. De betrokken onderzoekers beschouwen hun werk vooral als een aanwijzing dat een werkzaam malariavaccin haalbaar is (The Lancet, 16 okt).

Malaria is een van de grootste gezondheidsproblemen in de wereld. Ruim de helft van de wereldbevolking woont in gebieden waar de ziekte voorkomt. Jaarlijks sterven er één tot drie miljoen mensen aan, de meesten zijn kinderen onder de vijf jaar. Er wordt al tientallen jaren gewerkt aan de ontwikkeling van een vaccin, maar met zo weinig succes, dat de haalbaarheid van die onderneming door sommige deskundigen in twijfel is getrokken. Dat heeft onder meer te maken met de ingewikkelde levenscyclus van de parasiet die de ziekte veroorzaakt. Het in Mozambique geteste vaccin richt zich tegen de sporozoïeten: het eerste stadium dat vooral in de lever voorkomt. Het bevat twee eiwitten die op sporozoïeten voorkomen (RTS en S) en een adjuvans, een `vaccinversterker' (ASO2A). Daarnaast zijn er nog vaccins in ontwikkeling die zich juist tegen de merozoïeten richten, die vooral in het bloed zitten. Eén daarvan is al zo ver dat er momenteel proeven mee worden gedaan in gebieden waar malaria heerst.