Leuk, ons vergapen aan de `badge' van Karel Lotsy

In de rubriek `Historisch Besef' (NRC Handelsblad, 15 oktober) schrijft Jurryt van de Vooren met vertedering over voetbalbestuurder Karel Lotsy (1893-1959). De toenmalige bobo, bekend van zijn donderspeeches in de kleedkamer van het Nederlands elftal, werd niet alleen geplaagd door een onverzadigbare honger naar functies in de sportwereld, maar hij was ook behept met een grote verzamelwoede. Tot voor kort was zijn collectie met onder meer `240 speldjes van voetbalclubs uit de hele wereld' enige tijd te zien in het Sportmuseum Olympion te Lelystad.

Gelukkig, aldus Van de Vooren, wordt nu hard gewerkt aan een permanente tentoonstelling in het hoofdstedelijke Olympisch Stadion. Tussen neus en lippen meldt hij dat ,,er nog steeds wat is te doen'' rond de figuur Lotsy sinds Frits Barend en Henk van Dorp ooit in Vrij Nederland de nauwe banden van de voetbalbestuurder met de Duitsers tijdens de bezetting openbaarden. Dat mag van Van de Vooren echter geen belemmering zijn om al dit kostelijk spul uit te stallen.

De schrijver gaat echter voorbij aan de uitputtende studie `In de pas. Sport en lichamelijke opvoeding in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog' (1992) van André Swijtink, waarin Lotsy werd ontmaskerd als een winterharde collaborateur die de sportbonden onder druk zette om joodse bestuurders te verwijderen, clubs opriep wedstrijden in Duitsland te spelen, zelf al in de zomer van '40 bezoeken bracht aan Duitse legercommandanten om te spreken over wedstrijden zonder publiek en sportbonden dwong tot fusies naar Duits model.

Verdween Lotsy na de oorlog in het gevang? Hij moest zich wel verantwoorden voor de zuiveringscommissie, maar deze procedure draaide op niets uit. Niet zo verwonderlijk, want het was Lotsy gelukt zelf de regels tot zuivering op te stellen en zijn kandidaten in de commissie benoemd te krijgen.

Klasse, zo'n man verdient een permanente tentoonstelling! Kunnen we ons in het Olympisch Stadion permanent vergapen aan `de zilverkleurige badge' die opportunist Lotsy in 1936 zo trots heeft gedragen tijdens de door de nazi's geregisseerde Olympische Spelen van Berlijn.