Juana Molina: Tres Cosas

Je moet wel gek zijn om een bloeiende carrière als sitcom-ster op te geven voor een muzikaal bestaan dat hoogstens vanuit de onderkant tegen mainstream en hitsucces aanschurkt. Maar als je Juana Molina bent, heb je een paar goede redenen om die stap te zetten. Ook al omdat deze Argentijnse zangeres en componiste nog veel meer interessante feiten in haar biografie heeft, los van haar sterrendom in de Spaanstalige wereld.

Voor ze, bijna per ongeluk, beroemd werd als hoofdpersoon in de komische televisieserie Juana Y Sus Hermanas ('Juana en haar zusters') had ze haar zinnen gezet op een leven in de muziek. Bij het opgroeien werd ze al omringd door zulke klanken: haar moeder draaide de godganse dag van alles en nog wat en haar vader was praktiserend tangomuzikant, die bovendien bevriend was met Braziliaanse groten uit de bossa nova, zoals Chico Buarque en Vinicius De Moraes. De druk van de militaire dictatuur in Argentinië dwong haar ouders in ballingschap naar Parijs. En bij terugkeer werd Juana Molina een televisiester.

Maar die carrière sloot ze na haar zwangerschap af om zich weer aan haar oorspronkelijke roeping te wijden. Het resultaat staat ver af van wat er gebeurt als een modaal Nederlands soapsterretje zich per ongeluk aan muziek waagt. Juana Molina is een hoogst persoonlijk klinkend singer-songwriter, een zangeres die haar onderkoelde stem en sobere gitaarklanken wonderlijke wegen laat bewandelen door een schemerend spiegellandschap.

Segundo, haar vier jaar oude tweede album dat nog maar net in Europa is verschenen, is wat drukker en gelaagder dan het brandnieuwe Tres Cosas. Daarop heeft ze pas echt haar schitterend gedoseerde vorm gevonden. Haar kracht ligt niet alleen in de gevoelige melodieën en de klankrijke teksten, maar ook en misschien wel vooral in het kader waarin ze die zaken zet.

Ze is niet bang voor elektronische ingrepen, een zweem van melancholie verbeeld in een cello, een loop, een xylofoon of andere, schijnbaar branchevreemde elementen. Haar stem kaatst soms terug, als doet ze haar bekentenissen tegenover een spiegel. Een synthesizervlaag schiet door het klankbeeld en doet er vervolgens het zwijgen toe, waarna Molina alle ruimte neemt voor het skelet van haar stem en gitaar. Subtiel bewegen de akkoorden en de warmbloedige zanglijnen zich door deze soms bijna absurdistische ingrepen. En op de achtergrond is het alsof Tom Zé, het dwarse Braziliaanse genie, goedkeurend meeknikt.

Zo'n toenadering tussen folk en elektronica is niet nieuw, maar wordt zelden zo vanzelfsprekend toegepast als bij dit onverwachte talent uit Argentinië. Dat ze in het Spaans zingt, versterkt de exotische charme alleen maar. Begrijpelijker wordt het er niet op, maar we hoeven tenslotte geen punchline meer van haar te verwachten.

(Domino/Munich)