Handen af van onze neger

Een kleine eeuw was in een museum in het Catalaanse Banyoles een opgezette Afrikaan te zien. Na aanhoudende protesten van een arts, die de halve wereld wist te mobiliseren, werd hij in september 2000 verwijderd. Verbeten Catalanen probeerden dit tot op het laatst te voorkomen. Een voorpublicatie uit `El Negro en ik'.

Museum Darder voor Natuurhistorie, 13 januari 2003

Wij zijn helaas per 1 januari gesloten en hebben reeds een aanvang gemaakt met de ontmanteling van de permanente collectie. Wanneer u alsnog wilt komen kijken, belt u dan aan bij de houten deur naast de glazen hoofdingang.

Atentamente,

Georgina Gratacós, conservatrice

De muren van het doosvormige gemeentemuseum aan de Plaza dels Estudis zagen grauw en afgeleefd. Georgina Gratacós opende de dienstingang en liet me binnen in een betegelde hal.

Ondanks haar zesendertig jaar had ze een jonge-meisjesgezicht, alert, afhoudend, en omlijst door natte krullen die de komende uren niet zouden drogen. In haar werkmansbroek en kabeltrui leek ze gedrongen en kordaat.

,,De verwarming is afgesloten'', zei ze. ,,U kunt uw jas maar beter aanhouden.''

Georgina stapte met de wijzers van de klok mee de reptielenzaal binnen. De vloer lag bezaaid met repen bolletjesplastic, stiften, tape, mottenballen, opgevouwen verhuisdozen, een heggenschaar. Leguaan voor leguaan, kaaiman voor kaaiman, schildpad voor schildpad – de vijfduizend objecten uit de collectie-Darder werden gelabeld, genummerd en ingepakt.

Hoe vreemd was het om een expositie na meer dan tachtig jaar te moeten afbreken?

,,Je wordt er niet vrolijk van'', zei Georgina. Ik moest weten dat ze zo ongeveer met dit museum was opgegroeid. Señora Lola, de vroegere conciërge, was familie van haar; en zelf had ze nog les gehad in de lokalen op de bovenverdieping.

De onttakeling van het museum was een treurige bedoening, maar minder treurig dan het verlies van El Negro in de nacht van 8 op 9 september 2000.

,,Dat was de genadeklap'', zei Georgina. Terwijl ze verder vertelde, haakte ze haar vingertoppen ineen tot een knoop die ze op de pijnlijke momenten strak trok. ,,Ik was erbij en heb het laten gebeuren. Aan de andere kant, ik moest er wel bij zijn, want ik had de sleutels.''

De burgemeester had haar ingelicht dat het transport 's nachts zou plaatsvinden, en dat de voorbereidingen op een vrijdagavond na sluitingstijd zouden beginnen. Georgina was van huis gegaan toen het nog licht was en zag kort na elkaar twee ooievaars neerstrijken op een schoorsteen. ,,Dat was voor mij het enige moment van troost'', zei ze. ,,Ik heb steeds geprobeerd om aan die ooievaars te denken.''

De rest van de avond verliep zakelijk. Er was een inspectrice aanwezig van het Antropologiemuseum uit Madrid, en verder twee mannen met een camionette voor het vervoer van museumstukken.

De twee verhuizers hadden El Negro met voetstuk en al uit zijn glazen kast getild en vervolgens ontdaan van schild, speer, tooi en schaamlap.

,,Ik heb hem ook vastgehouden, en het gekke was: die speer was bijna even zwaar als het hele lichaam.'' Ze bedoelde te zeggen, zei ze, dat een opgezette mens eigenlijk helemaal níéts woog.

Om elf uur hadden ze hem via de achterdeur in de laadbak van de camionette geschoven. Als getuigen uit Banyoles waren alleen de burgemeester en zij aanwezig. ,,Hij is naakt bij ons vertrokken, maar helemaal intact'', zei Georgina.

Ik hoorde haar aan en moest denken aan de roof, 170 jaar eerder, van El Negro's lichaam uit zijn graf ergens in zuidelijk Afrika. Jules Verreaux was in het donker te werk gegaan om niet te worden betrapt door rouwende familieleden; en nu op deze nazomerdag in 2000 meed de burgemeester van Banyoles het daglicht uit angst voor zijn eigen onderdanen. Die laatsten – zo vertelde Georgina – hadden gedreigd de `uitlevering' van El Negro koste wat kost te verhinderen.

Ik vroeg haar wat er zou zijn gebeurd als de operatie van tevoren was aangekondigd – hadden de inwoners van Banyoles zich dan als milieuactivisten aan de deuren van het museum vastgeklonken?

,,Dat weet je nooit'', meende ze, ,,maar de stemming was er wel naar.'' Ze vertelde dat een alleenwonende vrouw bij haar had aangeklopt met een paar vuilniszakken en het aanbod om El Negro bij haar thuis te verbergen.

Tweehonderd kilometer verderop in het zuiden van Catalonië woonde een man voor wie de nachtelijke verwijdering van El Negro de kroon op zijn werk was. Ik had hem de dag tevoren opgezocht in zijn huisartsenpraktijk in de badplaats Cambrils, onder Barcelona. Aan de boulevard Miramar nummer 6 hing tussen de restaurantgevels en een monumentale haventoren een uithangbord met een rood kruis.

dr. Alphonse Arcelin – arts

On parle Français

Il parle Italiano

We speak English

Se habla Español

Cambrils bevond zich in winterrust. Op het strand een dichtgetimmerde windsurfverhuur. Op de boulevard Noord-Europese bejaarden – schuifelend achter hun rollator. Verder: één authentieke visser op een kratje bij zijn uitgespreide netten (alsof hij zat te poseren).

Alphonse Arcelin meldde zich via de intercom en liet me binnen in zijn behandelkamer. De zevenenzestigjarige huisarts droeg een pak met een diagonaal gestreepte das, zijn ringbaardje was doorschoten met vlokken grijs. Hij glimlachte voortdurend, maar waarschuwde me alvast, eveneens met een glimlach, dat hij al pratend over El Negro zijn tranen niet zou kunnen bedwingen.

Arcelin ging zitten en zei dat hij al zijn leven lang vocht tegen `the insanity of racism'. Hij pauzeerde meteen even om er zeker van te zijn dat ik die uitspraak zou noteren. ,,Of spreekt u liever Spaans?''

Terwijl hij praatte, masseerde hij de wreef van zijn ene voet met de zool van de andere. Hij vertelde hoe hij in de herfst van 1991 zijn eenmanscampagne tegen de vertoning van El Negro had aangevat: met een in de kranten gepubliceerde oproep aan de nieuwe burgemeester van Banyoles. Die had kort tevoren in een interview met El País gezegd zijn stad te willen verlossen van haar eenzijdige bekendheid van `de opgezette neger in het gemeentemuseum'.

Arcelin spoorde de burgemeester aan de daad bij het woord te voegen door El Negro eenvoudigweg uit de expositie te verwijderen. Hij schreef: ,,Het is voor mij onbegrijpelijk hoe u deze vertoning, die een belediging is voor de waardigheid van het zwarte ras, kunt blijven toestaan. [...] Zelfs in Zuid-Afrika is het nooit tot zoiets gekomen.'' Om zijn punt te onderstrepen vermeldde de huisarts tot slot ,,hoezeer het mij spijt [u te moeten meedelen] dat ik zelf zwart ben''.

Arcelin vertelde dat hij bijval had geoogst in de Spaanse pers en hoon in de Catalaanse. ,,In de Catalaanse kranten heette ik `een zwarte Don Quichote'. En ook: El Negro de Cambrils.''

Dat leken me kwalificaties die je met een knipoog moest nemen.

Je kon ze zelfs opvatten als geuzennamen. Maar om mij te overtuigen dat hij niet overgevoelig was, liet Arcelin een column zien uit het tijdschrift Presencia, waarin werd beweerd dat de kinderen van Cambrils niet bij hem op consult durfden, zó zwart was hij.

De waarheid, zei Arcelin, was dat niet de kinderen bang van hem waren, maar hun ouders; die lieten zich alleen door een zwarte arts behandelen als het echt niet anders kon – vandaar ook dat zijn praktijk uitsluitend op toeristen draaide (jongeren die 's zomers te veel pillen hadden geslikt of zonnebadend in slaap waren gevallen).

Arcelin zei dat hij zich altijd al had verbaasd over de hardnekkigheid waarmee mythes over huidskleur voortleven. Racisme zag hij als ,,een ziekte waartegen geen medicijn bestaat''. Hij streek zijn stropdas recht en begon te vertellen over Miragôane, een plaatsje aan de zuidkust van Haïti, waar hij in 1936 was geboren.

De Arcelins bezaten daar een sisal- en tabaksplantage die ooit aan een Franse slavenhouder had toebehoord. De familie behoorde tot de elite van Haïti, vermogend genoeg om vijf van de negen kinderen voor hun opleiding naar het buitenland te sturen. Zo belandde Alphonse in 1957 in Sevilla om medicijnen te studeren.

Met vijf andere Haïtianen deelde hij een appartement waar ze gezamenlijk kookten en heftig discussieerden over de dekolonisatie van Afrika – op grond van de berichten in het tijdschrift Présence Afriquaine.

Uit een lade van zijn bureau diepte Arcelin een uitnodiging op voor een lezing die hij in 1962 in de universiteitsaula had gehouden over het thema `zwart bewustzijn', met als centrale vraag: ,,Hebben de negerafrikanen een geschiedenis?''

Hij was getrouwd met een Spaanse vrouw, een juriste die hij in zijn studietijd had leren kennen. In 1979 was het echtpaar in Cambrils neergestreken, waar Alphonse een huisartsenpraktijk voor toeristen kon overnemen. Franco was dood en dat was te merken.

,,Waaraan'', onderbrak ik hem. Ik wilde weten wat het meest opvallende verschil was.

Arcelin dacht even na en begon toen uit al zijn gezichtsplooien te stralen. ,,In mijn studietijd wilde een Spaans meisje per se als maagd het huwelijk in. Toen ik terugkwam, schaamden ze zich als ze op hun trouwdag nog maagd waren.''

Hij zei verder dat hij voetstoots had aangenomen dat het democratische Spanje op alle fronten een beschaafd land was geworden, maar dat hij zich daarin had vergist. Om te laten zien wat hij bedoelde haalde hij drie plak- en verzamelboeken over de affaire-El Negro tevoorschijn, die hij naast elkaar uitstalde op het witte papier van het patiëntenbed.

Georgina Gratacós kon Arcelin niet uitstaan. Ze vond het schandalig dat hij zijn open brief had geschreven zonder El Negro ooit te hebben gezien. Hoe kon hij zich dan beledigd voelen?

De burgemeester had Arcelin uitgenodigd om eerst te komen kijken. ,,Waarom brengt u geen bezoek aan Banyoles'', schreef hij in zijn antwoord. ,,Ik zal u met genoegen de stad laten zien en u uitgebreid inlichten over de kwestie die u in uw brief aanhaalt.''

Arcelin had de handschoen opgenomen. Georgina, die amper een jaar in het gemeentemuseum werkte, had hem zien aankomen. Niet in zijn eentje, maar met een sleep volgelingen: zwarte vrienden die hij voor de gelegenheid had opgetrommeld.

Buiten op het pleintje stonden tv-ploegen uit binnen- en buitenland; Arcelin had zijn pr goed geregeld. ,,Hij was goed gekleed ook'', herinnerde Georgina zich. ,,Net als zijn kameraden. Allemaal droegen ze dure lange overjassen.'' Maar wat vond ze hen aanstellers, vooral Arcelin met zijn bloemen.

Ik zei: ,,Bloemen?''

,,Ja, hij had een bos bloemen bij zich die hij zogezegd bij `de glazen doodskist' van El Negro wilde leggen.''

,,En dat heeft hij gedaan?''

,,Nee, want dat heb ik verboden.'' Georgina had Arcelin en zijn delegatie gewezen op het huisreglement, waarin stond dat er geen etenswaren mee naar binnen mochten. Ze had volgehouden dat dat gold voor alle organisch materiaal, dus ook voor bloemen.

,,En toen?'',,Toen heb ik ze kaartjes verkocht en zijn ze zo (Georgina plaatste haar handen aan haar slapen) regelrecht de Zaal van de Mens binnengelopen. Dat is toch onbeschoft, dat ze niet eens oog hadden voor de rest van het museum? Als je het mij vraagt, heeft die Arcelin in zijn leven sowieso weinig musea van binnen gezien.''

De heren hadden met gebogen hoofden tegenover El Negro staan bidden.

,,En dat is gefilmd?''

,,Nee, natuurlijk niet, ik heb die cameraploegen buiten de deur gehouden. Er mag binnen niet gefilmd en gefotografeerd worden.''

Arcelin en de zijnen hadden op de Plaza dels Estudis borden onthuld met de tekst STOP DIT RACISTISCHE MUSEUM, en voor ze weer vertrokken hadden ze de bloemen tegen de gevel gelegd.

Georgina: ,,Ik heb ze meteen weggehaald en in een vaas op mijn bureau gezet.''

Arcelin vertelde dat hij Banyoles had moeten ontvluchten. Hij ritselde door de knipsels van zijn protestbezoek, waaruit bleek dat het moment suprème (hijzelf met openvallende jas oog in oog met El Negro) wel degelijk op de foto was vastgelegd. In zijn beleving was de sfeer bedreigend en intimiderend. ,,We kregen te horen dat er een knokploeg in aantocht was. Mijn vrienden hebben me in de auto geduwd en we zijn op tijd weggekomen.''

De glimlach was van Arcelins gezicht geweken, en even vreesde ik dat dit het moment was waarop hij zou gaan huilen. Maar gelukkig schakelde hij vlug over op de aandacht van de buitenlandse media, die hem op de been had gehouden. ,,De Japanse televisie, CNN, Los Angeles Times, allemaal zijn ze hier geweest. Ik heb meer journalisten op consult gehad dan patiënten!''

Arcelin giechelde nu, want de weerklank van zijn actie was zo overrompelend geweest dat je er zenuwachtig van werd. Natuurlijk had hij heel bewust de snaar van de Olympische Spelen van Barcelona 1992 bespeeld, maar hij had niet gedacht dat die zo gevoelig lag. Terwijl de olympische fakkel al onderweg was, had hij de Nigeriaanse ambassadeur in Madrid overgehaald met een boycot van de Spelen te dreigen als El Negro in zijn vitrine zou blijven staan. Journalisten wisten daar wel raad mee, helemaal omdat op het meer van Banyoles de olympische roeiwedstrijden werden gehouden. ,,Ik hoefde alleen maar te zeggen: Wat nu als straks een zwarte atleet het museum van Banyoles binnen loopt?''

Het resultaat was een plakboek vol krantenartikelen met koppen als `Dode Afrikaan achtervolgt Spelen' (The Sunday Observer), `Gemummificeerde Bosjesman ontketent olympische storm' (The European) en `El Negro wordt nachtmerrie voor Barcelona' (Los Angeles Times). Likkend aan duim en wijsvinger sloeg Arcelin gestaag de bladen om. Soms stopte hij even om zijn eigen woorden te citeren. ,,Hier!'' zei hij dan. ,,Dit is waar ze van schrokken: `Als El Negro niet wordt verwijderd, ben ik bereid om alle zwarte atleten op te roepen de roeiwedstrijden in Banyoles te boycotten.'''

De reacties die Arcelin had uitgeknipt klonken eerst nog onderkoeld en laconiek. Politici en organisatoren, bezorgd over het imago van Spanje in het buitenland, deden alsof ze hun schouders ophaalden: ,,Er zijn belangrijkere dingen om je over op te winden, nietwaar?'' Maar in de Verenigde Staten sloegen de meldpunten voor discriminatie onmiddellijk alarm. ,,Ongelofelijk, onmenselijk, ongevoelig'', zei een zwart lid van het Internationaal Olympisch Comité in Los Angeles. ,,Het wordt tijd dat Spanje aansluiting zoekt bij de moderne wereld.'' Een Amerikaanse antiracismegroep lauwerde de haar onbekende arts Alphonse Arcelin prompt met de Martin Luther King-prijs 1992.

De bijbehorende oorkonde stak in een plastic hoesje.

Wat een raadsel bleef was de respons van de veertienduizend ingezetenen van Banyoles. Zij sloten de rijen en omarmden `hun' negrito. De gemeenteraad weigerde eensgezind om hem weg te halen, al was het voor de duur van de regatta. ,,El Negro is ons eigendom'', zei een gemeentewoordvoerder. ,,Hij is onze zaak, en daar heeft niemand zich mee te bemoeien.'' Hoe groter de druk van buiten, des te dieper groeven de inwoners van Banyoles zich in. Er waren bouwvakkers die T-shirts aantrokken met het opschrift HANDEN AF VAN EL NEGRO, en nette heren die El Negro-speldjes op de revers prikten. In Barcelona versierde een van de bekendste banketbakkers zijn paasetalage met een vijf kilo wegende El Negro van chocola, waarna al gauw ook doosjes met El Negro-bonbons in Catalonië hun intrede deden.

In de tussentijd had Alphonse Arcelin niet stilgezeten.

Hij had Jesse Jackson aangeschreven, en Jimmy Carter, Magic Johnson, paus Johannes Paulus II, burgemeester Tom Bradley van Los Angeles, Kofi Annan, Felipe González, president Abdou Diouf van Senegal, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de UNESCO, de Socialistische Internationale – alles bij elkaar ook een plakboek vol.

Arcelin leunde voorover met zijn onderarmen op het patiëntenbed en begon hardop voor te dragen uit de keur aan antwoordbrieven.

Niet iedereen had iets van zich laten horen, en de kardinaal die namens het Vaticaan antwoordde deed dat in kronkelende, inhoudsloze zinnen. Maar de burgemeester van Los Angeles verweet het Darder-museum `ongevoeligheid', terwijl de president van Senegal dit ,,affront tegen de waardigheid van het zwarte ras'' zo hoog opnam dat hij beloofde Spanje in internationale fora tot de orde te roepen.

,,Luister'', zei Arcelin, en hij pakte een brief met onderaan de handtekening van Kofi Annan, die hij, zich af en toe verslikkend in zijn lach, begon te citeren: De barbaarse ongevoeligheid van deze expositie verdient een scherpe veroordeling van iedereen die ook maar enig respect heeft voor het menselijk leven. Dit is ronduit weerzinwekkend. De verantwoordelijken voor deze grove misstap zouden eens moeten nadenken [...] en ik hoop dat zij fatsoen zullen tonen door nu snel in actie te komen.

,,Ja-ah!'' zei de dokter, ,,dat kwam aan als een mokerslag.'' Hij zette zijn leesbril af en depte zijn ooghoeken met de binnenkant van zijn manchetten.

Het boek `El Negro en ik' van Frank Westerman verschijnt op 5 november bij uitgeverij Atlas