Haal de toupeerkam maar weer tevoorschijn

Blaas het stof van uw krulset. In een tijd waar alles groter moet – borsten, billen, lippen – hoort ook `big hair', schrijft Renate van der Zee.

Na lange jaren waarin sluik, slap, zelfs piekerig haar het toppunt van elegantie vormde, mag deze winter eindelijk de toupeerkam weer uit de kast: big hair is terug. In Parijs heupwiegden dit voorjaar al modellen met weelderige kapsels over de catwalks. Natuurlijk bij Versace, maar ook bij Louis Vuitton en Chanel werden mannequins gesignaleerd met big hair. Yamamoto rustte zijn modellen toe met enorme kuiven, terwijl John Galliano de zijne fikse suikerspinnen op het hoofd had gezet. En sinds `haar-icoon par excellence' Jennifer Anniston, de kampioene van het sluike haar, op de Golden Globe-uitreiking verscheen met iets wat verdacht veel op krullen leek, zijn er echt geen belemmeringen meer. Vaarwel patat-haar! Hier met die extra strong volumising mousse!

Big hair is een logische stap in de huidige trend waarbij alles steeds groter moet. Eerst waren er de opgepompte borsten, toen de opgespoten lippen, sinds kort zijn er de opgevulde billen en nu is het dus tijd voor bijpassend opgespoten haar. Het mooie daarvan is dat een vrouw met big hair met geen mogelijkheid onopgemerkt kan voorbij komen. Een heel geruststellende gedachte in een tijd waarin iedereen met veel te grote terreinwagens door de stad crosst: met groot haar zul je nooit in het niet vallen bij je Cherokee.

SUIKERSPINKAPSEL

Elk tijdperk bezit zijn eigen vorm van big hair. In de jaren zestig had je de bee-hive, het met lak volgespoten suikerspinkapsel dat het ook heel goed deed als daarover een chiffon sjaaltje werd gedragen. Dit waren ook de jaren van big hair-films als `Valley of the Dolls' waarin het haar van de heldinnen vooral hoog, lang en veel was: de sex kitten-variant van big hair, waarvan Brigitte Bardot een fenomenale Europese ambassadrice was.

De jaren zeventig zag de opkomst van het zwarte antwoord op big hair, de afro. The Jackson Five en Tavares traden op met fikse pannensponzen op het hoofd, maar ook zwarte activisten als Angela Davis liepen rond met grote afro's, waarmee ze zich afzetten tegen de heersende blanke haar-normen. Big hair als politiek statement.

De afro beleeft overigens al enige tijd een bescheiden come-back, met name in de muziekindustrie. Soulzangeres Angie Stone vervulde daarbij een voortrekkersrol: haar weelderige afro vormde lange tijd haar handelsmerk.

In 1977, om precies te zijn, dook een nieuw soort big hair op: het punkhaar, waarbij heftig touperen en suikerwater - supersterke gel was nog niet uitgevonden - een belangrijke rol speelden. Wijd uitstaande geblondeerde leeuwenmanen en kunstig gevormde hanenkammen – vaak met dodelijke pieken – waren de rigeur op de Londense King's Road, waar de punkbeweging in dat jaar begon. Wederom was big hair politiek geladen: de punks gaven mede middels hun bizarre haar te kennen maling te hebben aan het keurig gekapte establishment. Die hanenkam – een ideetje overigens van de Hohawks, een Noord-Amerikaanse indianenstam – is nooit helemaal verdwenen. Hij leeft bescheiden voort in anti-globalistenkringen.

De jaren tachtig vormden geweldige tijden voor big hair, dat in talrijke, vaak bespottelijke, varianten opdook in het straatbeeld. Het punkhaar bleef lange tijd in – denk aan Madonna's eerste look – maar werd aangevuld met de 'ik-kom-net-uit-bed'-variant, waarvan we pakweg twintig jaar na dato in Nederland nog een unieke exponent hebben rondlopen: Jeroen Pauw. De jaren tachtig waren ook de jaren van big hair-bands – denk aan Kiss – waarvan de muzikanten hun lange krullen cultiveerden en dat enthousiast bleven doen zelfs toen die haardracht volledig uit de mode was.

BIJPASSENDE HARSNAGELS

En dan waren er natuurlijk de Dynasty en Farrah Fawcett big hair-varianten, die tot stand kwamen met behulp van veel lak en altijd gepaard gingen met een glimlach vol spierwitte tanden. Deze vorm van big hair schijnt zijn oorsprong te hebben gehad in de Amerikaanse staat Texas. Ooit vormde breed en hoog opgetoupeerd blond haar er het embleem van rijke, machtige of glamoureuze vrouwen. Ook country and western-sterren waren er gek op: Dolly Parton heeft nog steeds geen afscheid kunnen nemen van haar overdadige platinablonde pruiken.

Tegenwoordig komt deze vorm van big hair eigenlijk alleen nog voor onder volstrekt foute vrouwen uit New-Jersey – of in eigen land, onder vrouwen wier kinderen Marlon en Chantal heten – en wordt ze zelden gesignaleerd zonder bijpassende harsnagels in vrolijke kleuren.

Maar hoe idioot de big hair-varianten uit de jaren tachtig ook waren – weet u nog dat er op goed moment zoiets bestond als gewafeld haar? – zij kunnen bij lange na de kapsels niet overtreffen waarmee vrouwen zich tooiden tijdens de absolute hoogtijdagen van het Grote Haar: de achttiende eeuw. Rond 1770 creëerden kappers met behulp van metalen raamwerken, paardenharen vullingen, pommades en heel veel poeder kapsels die wel een meter hoog konden worden. Het waren kunstwerken waarin soms hele tuinen werden verwerkt, met daarin een koetsje, een windmolen of een schip met gehesen zeilen, om bijvoorbeeld een succesvolle zeeslag te herdenken. Omdat het uren kostte zo'n kapsel in elkaar te zetten, werd het slechts om de zoveel weken vernieuwd. Onnodig uit te leggen dat de kapper tegen die tijd vaak kleine bewonertjes in het zeilschip of de windmolen aantrof. Muizennesten schijnen geen uitzondering te zijn geweest.

Maar hoewel John Galliano's suikerspinkapsels afgelopen voorjaar beslist de indruk wekten door muizen te zijn bewoond, is het nieuwe big hair juist luchtig en vrij natuurlijk. Gelukkig keren we niet terug naar de dagen van Dynasty waarin de fabrikanten van haarlak zulke geweldige zaken deden. Het nieuwe big hair staat niet stijf van de haarproducten maar valt redelijk los om het hoofd. Denk: Jane Fonda in `Barbarella'. Touperen mag weer en krullen zijn helemaal terug, zolang je maar niet rondloopt met een jaren tachtig-pluizebol. Dus trek die stoffige krulset uit de kast. De bad hair days zijn over: leve de big hair days.