Gergjev schittert met Tsjaikovski

Het Gergjev-festival is een van de zeldzame mogelijkheden om binnen enkele dagen een dirigent verschillende orkesten te horen dirigeren. Zo stond Gergjev donderdag voor zijn `eigen' Mariinski-orkest uit Sint Petersburg, en gisteren voor het Radio Philharmonisch Orkest. Ondanks Gergjevs constant hoge niveau als dirigent, was het verschil tussen beide concerten aanzienlijk.

Bij het Mariinski begon Gergjev donderdag met de Vierde van Tanejev, één van de weinige werken van deze componist die enigszins tot het standaard orkestrepertoire zijn doorgedrongen. De symfonie klonk in de eerste twee delen lyrisch, Russisch en romantisch. Tanejev toont zich in deze delen ook het meest een leerling van Tsjaikovski. Hierna zakte de spanning in, deels door de muziek zelf, maar ook door de dynamisch wat vlakke interpretatie van Gergjev.

Tsjaikovski's Vijfde bracht meer vuur: niet alleen dirigeerde Gergjev hier uit het hoofd, ook de musici bleken zich een stuk meer op hun gemak te voelen bij de muzikantenmuziek van Tsjaikovski. Hoewel deze componist zich meermaals weinig lovend uitliet over de muziek van Beethoven, klonken hier toch echt Beethoveniaanse tragiek en heroïek.

Bij het Radio Philharmonisch Orkest leek Gergjev zich gisteren wat terughoudend op te stellen. Hij vertrouwde duidelijk op de eigen, warm-symfonische klank van het orkest, en trad meer op als aangever dan als perfectionist. Vaak terecht, zoals bij de schitterende solo's in Tsjaikovski's Derde symfonie, de `Poolse'. Helaas gebeurde het hierdoor in complexere passages ook meerdere malen dat Gergjev onregelmatigheden pas achteraf kon herstellen.

Dit concert begon met Debussy's L'enfant prodigue, het werk dat de jonge componist in 1884 de Prix de Rome opleverde. Het toont zijn wortels in de negentiende-eeuwse Franse opera van Delibes en Massenet, een stijl die de uitstekend zingende solisten duidelijk goed lag. Het is onderhoudende, soms mierzoete muziek, die toch al duidelijk Debussy's hand verraadt.

Al in de eerste noten van dit werk bleek wat een enorm verschil in klank er bestaat tussen het Radio Philharmonisch Orkest en het Mariinski-orkest. De gestroomlijnde, delicate klank van de Nederlanders is heel anders dan de grovere en vooral minder homogene klank van de Russen. Vooral de blazers van het Radio Philharmonisch Orkest verstaan als geen ander de kunst om op het ene moment symfonisch samen te smelten om zich vervolgens los te maken in lyrische soli. Na de Beethoveniaanse Vijfde van donderdag, klonk de Derde vrijdag dan ook verrassend nieuwer en meer twintigste-eeuws.

Gergjev blijft als dirigent een fenomeen. Na beide concerten was het bravogeroep niet van de lucht, en leek de staande ovatie een oprechte vanzelfsprekendheid. Met zijn gedecideerd zwabberende handen en lichamelijke dirigeerstijl is hij uniek, en zijn interpretaties zijn altijd overtuigend. Alleen Tanejev viel donderdag enigszins tegen, maar dat moet maar aan de muziek worden geweten.

Concerten: Orkest van het Mariinski Theater o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 21/10. Radio Filharmonisch Orkest en diverse solisten o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 22/10 De Doelen, Rotterdam. Radio 4: 23/10 20.00 NPS (alleen concert 22/10)