Er is nog een andere planeet dan Mars en Venus

Europa is er niet bij gebaat als de kloof met de VS groter wordt. Vergeet de modieuze retoriek van Mars en Venus en los, in een multilateraal kader, de problemen van deze planeet op.

Het was de zittende Amerikaanse president zelf die de parameters aangaf voor de situatie waarin we ons nu bevinden. I don't give a shit what the Europeans think, verklaarde hij in november 2002 tegen een onthutste diplomaat. Weliswaar is het waarschijnlijk aan zijn adviseurs te danken dat hij er sindsdien in geslaagd is deze opvatting, althans aldus verwoord, binnenskamers te houden, maar er zijn geen redenen om aan te nemen dat het niet nog steeds zijn diepste overtuiging is.

Het is een al veel herhaalde constatering, maar daarom niet minder onthutsend om te zien: hoe Europa en Amerika in drie jaar tijd uit elkaar zijn gegroeid. Wie zich herinnert hoe Europa zich overgaf aan een orgie van solidariteit na de aanslagen van 11 september 2001 (Nous sommes tous des Américains!) kan alleen nog maar met behoorlijke verbijstering constateren hoe Bush erin geslaagd is in zo korte tijd een coalitie die meer dan een halve eeuw de vanzelfsprekende garantie was voor vrede en welvaart in dit deel van de wereld, en die hoop vertegenwoordigde voor grote andere delen van de wereld, te verkwanselen. Niet alleen is zijn eigen land dieper verdeeld dan sinds de Vietnam-oorlog, ook de westelijke wereld is dat. En waarom? Vanwege een arrogante, unilaterale politiek gebaseerd op het besef dat America can whip anybody anytime.

Alleen is dat besef nog niet tot alle delen van Europa doorgedrongen en zijn er nog altijd true believers die koste wat kost blijven geloven dat we ons onder de Amerikaanse paraplu veiliger dan elders moeten voelen, ook als we daar alleen gewenst zijn op Amerikaanse voorwaarden. Het is onder dergelijke omstandigheden dat een land als Nederland, als een van de weinige NAVO-partners, zich in een coalitie of the willing laat lassoën, en dat onze minister-president blijmoedig de belediging ondergaat zich om zeven uur 's ochtends op het Witte Huis te laten ontbieden en dat dan nog ondergaat alsof het een gunst is ook.

Het diepe dédain van de regering-Bush voor de rest van de wereld, maar vooral Europa en alles waar het voor staat, uit zich met name in het zich onttrekken aan zo ongeveer alle internationale overeenkomsten die in die halve eeuw een hecht en vanzelfsprekend voegsel van onze solidariteit leken te zijn.

Bush dacht te kunnen scoren in zijn tweede debat met Kerry door zijn oppositie tegen het Internationale Strafhof te verwoorden. Hij schamperde over het idee dat `buitenlandse rechters' Amerikaanse soldaten zouden kunnen berechten.

Maar zoals Fareed Zakaria, de altijd scherpzinnige columnist van Newsweek, aangaf, heeft hij daarmee mogelijk zijn hand overspeeld. Uit een onderzoek van de Chicago Council on Foreign Relations, dat Amerikanen ondervroeg over hun opinies over mondiale zaken, komen verbazingwekkende cijfers naar voren. Niet alleen blijkt 76 procent van de ondervraagden dat Internationale Strafhof wél te steunen, ook blijkt maar liefst 71 procent de akkoorden van Kyoto te steunen over inperking van de CO2 uitstoot alweer een verdrag waar Bush zich niets van wenst aan te trekken.

Natuurlijk, zoals Zakaria zelf al opmerkt, moeten we eerst nog maar eens zien hoe die cijfers uitpakken als de ondervraagde Amerikanen zich realiseren dat hun impulsieve steun voor Kyoto impliceert dat ze hun Hummers en SUV's moeten inruilen voor minder benzineverslindende autootjes. Maar deze cijfers zijn in elk geval een indicatie dat de opinies van de regering-Bush misschien, ondanks alle bravado en beroep op unilateralisme, niet meer geheel sporen met de meerderheidsopinie in het land.

In elk geval zijn deze bevindingen ook enigszins strijdig met mijn eigen impressionistische peilingen in de VS de afgelopen twee jaar. Mijn indruk was dat het land zich wentelde in een steeds grotere zelfgenoegzaamheid, gebaseerd op een sinds de val van de Muur nog groter geworden arrogantie en ignorantie aangaande de rest van de wereld. In de woorden van Midden-Oosten-expert Fouad Ajami: waarom zou Amerika zich druk maken om of zelfs maar geïnteresseerd zijn in de rest van de wereld, als die er steeds meer als Amerika wil uitzien? Maar ik zie de laatste maanden hoopvolle signalen in de grassroots-bewegingen die een nieuwe verkiezingszwendel proberen te verhinderen, en vooral in de omslag van de meer kwalitatieve pers die zich alsnog schaamt voor hun deelname aan het alles overstemmende oorlogszuchtige tromgeroffel van anderhalf jaar geleden.

Nog eens vier jaar Bush zal misschien, als we in het laatste restant gedachtegoed van Karl Marx geloven, de eenheid van Europa bevorderen, ons werelddeel misschien in de richting brengen van een gemeenschappelijke politiek op het gebied van defensie en terreurbestrijding, die effectiever want meer oorzaakgericht is dan die van de Amerikanen. Desondanks is het aan te raden niet de Verelendung te omarmen maar, ondanks al zijn zwaktes, te hopen op een verkiezingswinst van John Kerry. Ik zeg dit met alle voorbehoud dat ik heb over zijn kandidatuur en over de manier hoe hij zich heeft opgesteld in de campagne.

Maar Amerikaanse verkiezingen worden nu eenmaal gewonnen in het midden en voor zo'n middenpositie heeft Kerry zich al beduidend gepositioneerd als een nadrukkelijker internationalist dan Bush. Het valt aan te nemen dat hij zich na zijn verkiezing nog nadrukkelijker in de tegenovergestelde richting van het zittende regime zal bewegen, en de immense schade in de westerse coalitie zo mogelijk zal proberen te herstellen.

De wens is hier de vader van de gedachte, dat besef ik maar al te goed. Maar, om een voorbeeld te noemen, nog eens vier jaar Bush en de sinistere neoconservatieven door wie hij zich op sleeptouw heeft laten nemen, zal waarschijnlijk nog eens vier jaar stilzwijgende instemming betekenen voor de ramkoers in het Midden-Oosten.

Minder op macht gerichte bemiddeling van de zijde van Europa zal de enige kans zijn om Amerika op een koers van werkelijke interventie in die regio te zetten en een einde te maken aan de wederzijdse zelfmoordspiraal. Een van de deprimerendste constateringen na de drie presidentsdebatten was dat er wel werd gepraat over het bestaansrecht van Israël, maar niet, ook niet door Kerry, over het Palestijns-Israëlische conflict zelf, die etterende wond die nog generaties van potentiële terroristen zal blijven genereren.

Nog vier jaar Bush is inderdaad, voor de Verelendungs-denkers, positief te interpreteren als een kans voor Europa om zich nadrukkelijker in de contramine te gaan profileren, als wereldmacht met één stem en een invloedrijker rol in het mondiale schaakspel. Maar het is vooral de kans voor de zittende Amerikaanse junta om de schade zodanig te vergroten dat we ons in 2008 moeten neerleggen bij de constatering van de conservatieve publicist Robert Kagan dat ,,het tijd is een eind te maken aan de pretentie dat Europeanen en Amerikanen een gemeenschappelijke kijk op de wereld delen, of zelfs dat ze dezelfde wereld bevolken.''

Amerikanen komen van Mars, Europeanen van Venus, luidt een modieuze slogan die een variant is op de titel van een recent boek. Ik pleit ervoor deze modieuze retoriek te vergeten. We komen allemaal van dezelfde planeet. En de toekomst van die planeet zal in minder slechte handen zijn bij een matige Democratische kandidaat dan bij de man die in vier jaar ondubbelzinnig heeft aangetoond dat de toekomst van de wereld voor hem volstrekt irrelevant is vergeleken bij een zaak als zijn eigen herverkiezing.

Schrijver, medewerker van NRC Handelsblad. Onlangs verscheen zijn boek `De tweede Amerikaanse eeuw'.