De stelling van Paul Depla: politiek miskent maatschappelijk rendement van sportclubs

Zowel in de discussie over integratie en als in het debat over normen en waarden hebben de meeste politici veel te weinig oog voor het belang van sportclubs, zegt wethouder Paul Depla tegen Marc Leijendekker. Sport leert mensen met elkaar om te gaan.

Moeilijk moment, gezien de spreekkoren bij ADO Den Haag, om te praten over het nobele en het vormende van de sport.

,,Als meneer Van der Hoeven van Ahold wordt veroordeeld, geldt nog steeds dat grote bedrijven zorgen voor werkgelegenheid. Je doet de sport onrecht aan als je die afrekent op incidenten met hooligans.''

U bent wel erg optimistisch.

,,Ik vind dat onvoldoende de positieve kant van sport wordt onderkend. Overal in de samenleving zie je dat er verschillende werelden zijn ontstaan die elkaar niet meer treffen. Er komen scheidslijnen, de vervreemding neemt toe. Daardoor komen conflicten als die tussen allochtonen en autochtonen scherp naar voren. Men treft elkaar nergens meer, de scharnierpunten in de stad zijn steeds schaarser. Naast de school is dat eigenlijk alleen nog maar de sportclub. Daar kom je als kind met een andere wereld in aanraking, die groter is dan je eigen gezin en je eigen vriendjes en soortgenoten. Dit element wordt in de huidige discussie over maatschappelijke betrokkenheid onderschat. Sport is de meest geëmancipeerde vrijetijdsactiviteit.''

Is dat niet het beeld van een paar decennia terug? Kijk naar hockey en tennis: sporten voor autochtonen.

,,Het is inderdaad verschoven. Maar je ziet dat vooral bij de jongste jeugd voetbal erg populair is. Als ik ga kijken bij Orion, waar mijn zoontje voetbalt, dan kom je daar heel de wereld tegen als het niet binnen de club is, dan wel bij je tegenstanders. Op latere leeftijd verandert dat misschien, bij hockey zie je inderdaad een witte vlucht. Maar het gaat mij niet alleen om migrantenintegratie. Het gaat erom dat je ontmoetingsplekken hebt. Sport is daar één van.''

En daar staan ouders langs de kant te schelden en te roepen `schop hem'. Regelmatig moeten wedstrijden worden gestaakt, omdat ouders onderling slaags raken of de scheidsrechter aanvallen.

,,Dat is natuurlijk vreselijk. Maar wat je nu ziet, is dat het opvoeden van kinderen, hen leren omgaan met andere mensen en hen aanspreken op wangedrag, eerder gebeurt door sommige clubs dan door ouders. Je hoort soms verhalen dat ouders hun kind om tien uur afzetten op het hockeyveld en zeggen, hier heb je 15euro, we komen je om vier uur ophalen. Dan moeten ze het verder maar uitzoeken. Als dat opvoeding is...''

De sportclub springt in waar ouders in gebreke blijven?

,,Ja, steeds vaker. Ik ken een club met als regel dat als iemand een rode kaart krijgt, maakt niet uit wat de KNVB zegt, hij voor twee weken wordt geschort. Kijk wat er gebeurt bij een Nijmeegse club als Quick'88, waar iedere week 250 Marokkaanse jongetjes aan het voetballen zijn. Daar hebben ze gezegd: op de club wordt alleen nog maar Nederlands gesproken. Dat werkt.

,,Maatschappelijke problemen als de multiculturele samenleving, de individualisering, ze komen allemaal bij sportclubs op het bordje. We hebben hier een echte, oude volksclub als Hatert, daar voetballen in de jeugd inmiddels zo'n 60, 65 procent Turkse mennekes. Hoe zorg je dat die gastjes een goede plek krijgen in de club, wat betekent het dat je met andere vormen van betrokkenheid van de ouders te maken krijgt? Een sportclub moet daarmee leren omgaan. Als ze dat goed doen, kan je ervoor zorgen dat er iedere week 600 Turkse mennekes bij Hatert aan het voetballen zijn die van de straat worden gehouden. Als ze het slecht doen, vallen dat soort verbanden helemaal weg en komen dat soort types, maar dat geldt ook voor allochtone kinderen in bepaalde wijken, gewoon op straat terecht.''

Dat is toch allemaal niet zo nieuw?

,,Klopt, maar de overheid trekt de consequenties niet. De politiek is alleen in sport geïnteresseerd als ze mee naar Sidney kunnen en mee kunnen feesten met de successen, of als ze met het vingertje kunnen wijzen als supporters over de schreef gaan. Dit is toch het maatschappelijke middenveld bij uitstek? Kijk naar al het vrijwilligerswerk. Maar de politiek belast de sport met allerlei eisen op het gebied van brandveiligheid en hygiëne, waardoor het voor clubs steeds moeilijker wordt om te overleven, om de functie te blijven vervullen die ze al honderd jaar vervullen.''

Moeten gemeenten die regels dan soms wegstrepen, moeten ze dan welzijnswerkers bardienst geven?

,,Nou, die welzijnswerkers zouden in ieder geval eens moeten gaan kijken waarom het sportclubs wel lukt al die gastjes te bereiken terwijl dat sommige welzijnsclubs, ondanks de miljoenen die je er in hebt gepompt, nauwelijks lukt. Maar het gaat niet om meer geld. De zelfredzaamheid van sportclubs is groot. Als politiek moet je laten zien dat je de problemen van sportclubs serieus neemt. Je moet kijken waar het misgaat: omdat de eisen die worden gesteld aan vrijwilligers enorm groot zijn, omdat de kosten enorm toenemen voor zaken als veiligheid, milieu en hygiëne, noem maar op. Je moet die clubs helpen bij hun problemen. Dit betekent niet dat je geen brandveiligheidseisen moet stellen, maar dat je ze helpt aan die veiligheidseisen te voldoen, om te voorkomen dat die als een molensteen om hun nek gaan hangen.''

Is dit niet iets wat de overheid gewoon moet overlaten aan de maatschappij en marginaal moet controleren?

,,Ik zou willen dat dat kon. Maar ik zie nu te veel clubs in de problemen komen. In Den Haag heeft 60 procent van de voetbalclubs moeite te overleven. Als je niets doet, ben je die clubs kwijt. In Amsterdam zijn de sportclubs naar de rand van de stad verdrongen. Dat vind ik dood- en doodzonde. Want het zorgt ook voor leven in buurten, voor activiteiten. Politici, kom uit je vergaderholen en ga een keer op zaterdagochtend kijken wat er gebeurt op al die sportvelden in je stad. Maar neen, sportclubs worden vaak met de nek aangekeken, omdat ze zitten op bouwgrond die heel aantrekkelijk is.''

Dat is toch gewoon marktwerking?

,,Onderwijsgebouwen staan ook vaak op lucratieve bouwgrond, maar nooit zal iemand zeggen, we gaan die scholen afbreken om daar vette woningbouw te plegen en we verplaatsen de scholen naar de rand van de stad. Maar bij sportclubs doen we dat wel. Ik begrijp ook wel dat er verschil is tussen een school en een sportclub, maar het gaat om de manier waarop ernaar wordt gekeken. We zouden wel eens van een koude kermis kunnen thuiskomen als die sportclubs zouden wegvallen.''

Stel, de overheid springt in. Moeten gemeenteambtenaren dan het werk overnemen dat vroeger door vrijwilligers werd gedaan?

,,Natuurlijk niet, maar er zijn hele goede andere mogelijkheden om steun te geven. We hebben hier in Nijmegen samenwerkingsovereenkomsten ondertekend met verenigingen. Met atletiek, de turnvereniging, basketbal, waarbij we zeggen, er komt een professionele kracht bij die vereniging, voor een gedeelte door ons gesubsidieerd, voor een gedeelte door de vereniging zelf betaald, die kadervorming bij de clubs kan stimuleren en tegelijkertijd een aantal vervelende maar noodzakelijke klussen kan doen. En het werkt. Als die professional een aantal zaken oplost, neemt de ballast van het vrijwilligerswerk sterk af. De overheid moet laten zien dat het clubs maximaal wil ondersteunen – niet het werk overdoen, maar faciliteren.''

Wat wilt u uw collega-politici voorhouden?

,,Denk nog eens goed na over nieuwe ontwikkelingen, dat de sport wordt weggeschoven, omdat ze op bouwgrond zitten. Let niet op het financieel rendement van de sportvelden, maar let op het maatschappelijk rendement van de sportclubs. Als we niet oppassen, zullen in een aantal steden de sportclubs sneller verdwijnen dan we ons realiseren. En dan komen we over tien jaar tot de conclusie: verrek, toen hadden we nog kunnen ingrijpen, maar nu zijn ze verdwenen. En als ze eenmaal verdwenen zijn, komen ze niet meer terug.''