De lezer schrijft over het gebruik van persbureaukopij

Boven het artikel over het winnen van de zevende wereldtitel Formule 1 door Schumacher, staat vermeld `door onze sportredactie'. Bij eerste lezing echter krijg ik het gevoel dat ik deze tekst al eerder heb gelezen in de Spits van dezelfde ochtend. Aangezien artikelen uit de Spits altijd op nu.nl staan, heb ik op deze site gezocht naar het artikel over Formule 1 van dat weekeinde. Wat schetst mijn verbazing als ruim driekwart van uw artikel letterlijk geknipt en geplakt lijkt uit het artikel op nu.nl dat een dag eerder gedateerd is.

Het is me vaker opgevallen dat stukken en zinnen terugkomen in de verschillende kranten, maar dan staat er volgens mij de naam van een persbureau bij.

De vermelding dat het artikel van de sportredactie is, wekt mijns inziens de verwachting dat de sportredactie het nieuws vergaard en geanalyseerd heeft en op basis daarvan een mening vormt over het nieuws. Een artikel dat voor drievierde letterlijk uit andere bronnen is overgenomen (inclusief meningen als `domme fout'), zou dus naar mijn idee niet bij een sportredactie vandaan moeten komen. Betekent dit wij voor alle `door de redactie' artikelen van uw avondblad voorbereid moeten zijn op hergebruikte zinnen uit eerder verschenen publicaties?

Martijn Melens, Rotterdam

De krant antwoordt

Wanneer gebruikt de redactie de aanhef `Door een onzer redacteuren', `Door onze sport- (of kunst-)redactie' en wanneer wordt een stuk toegeschreven aan het ANP? Dit is, zoals dat heet, een goede vraag, want deelredacties plegen daarin niet altijd hetzelfde te handelen. Zoals uit het voorbeeld dat de lezer aanhaalt duidelijk blijkt, wordt er soms nog kopij van persbureaus onder eigen vlag gepresenteerd. Dat gebruik is terug te voeren op de van oorsprong zakelijke, haast monopolistische verhouding tussen het ANP en het dagblad, waarin dat passend was.

Maar de tijden zijn veranderd. Ooit werden de (aangekochte) ANP-berichten als `grondstof' beschouwd, waarmee een krant `gemaakt' kon worden. Dat `maken' bestond voor sommige pagina's aanvankelijk uit niet meer dan het op maat brengen en eventueel taalkundig corrigeren van persbureaukopij. Daarbij werd de vraag wat de bijdrage van de eigen redactie was niet van groot belang gevonden. Hele berichten of delen daarvan werden kalmpjes overgenomen, een lead aangepast, een reactie toegevoegd, een spelling gecorrigeerd, relevante context aangebracht. Zo'n bericht haalde de krant dan met als afzender (ANP) of, vaker, naarmate er meer aan was toegevoegd, met als aanhef `door een onzer redacteuren'. En heel soms stond het er zelfs allebei. Maar dan was er slordig gewerkt.

De lezer placht daar doorgaans weinig van te merken, omdat ANP-kopij zelden in gedrukte vorm rechtstreeks bij de consument kwam. Dat wil zeggen tot de verbreiding van nieuwssites op internet en de opkomst van uitdeelkranten, die hoofdzakelijk putten uit het ANP. Daarmee heeft het ANP een zelfstandige identiteit als nieuwsbron gekregen en dus ook een eigen relatie met de lezer. Ook dit geheim van de redactiezaal ligt nu op straat wat dagbladredacties altijd als hun eigen vangnet beschouwden, hun nooit opdrogende nieuwsbron, hun garantie tegen lege pagina's... ook dáár kan iedereen nu zomaar bij. En niet ten onrechte natuurlijk. Het staat op nu.nl het wordt je iedere ochtend gratis in handen gedrukt op het station, tal van radio- en tv-stations lezen er uit voor.

Dat betekent dus voor onze krant dat we de bijdrage van persbureaus aan onze artikelen veel duidelijker moeten gaan benoemen. De grondregel is dat de lezer erop moet kunnen vertrouwen dat een stuk `door een onzer redacteuren' inderdaad door de redactie zelf is geschreven, zoals de lezer ook terecht opmerkt. Wordt er persbureaukopij toegevoegd, dan dient dat op een voor de lezer herkenbare manier te gebeuren. Diverse deelredacties gebruiken daarvoor al de standaardzin ,,het ANP voegt hieraan toe''. Of ,,tot zover onze redacteur''. Dat legt natuurlijk eveneens de plicht op aan de redactie om duidelijk te maken dát er iets is toegevoegd en impliciet daarmee dus wat de toegevoegde waarde van de betaalde krant is ten opzichte van de als gratis gepercipieerde informatie van websites en uitdeelkranten.

Mijn conclusie is dat de praktijk die de sportredactie hier heeft gehanteerd verouderd is geraakt in een tijd waarin ANP-kopij voor iedereen toegankelijk is. Vanaf eind deze maand gaat onze krant dat bovendien aanmoedigen: ANPkopij komt dan voor onze lezer rechtstreeks beschikbaar via de vernieuwde website nrc.nl.

Het legt krantenredacties de verplichting op beter de herkomst van de kopij te verantwoorden en duidelijker aan te geven waar het persbureau begint en de redactie ophoudt.