De groei zit op de verkeerde plekken

Een krachtige wereldwijde economische groei zou goed moeten zijn voor de aandelenmarkten. Toch is dat in 2004 niet het geval geweest. Het verhaal van de olie maakt duidelijk waarom – de groei zit op de verkeerde plekken. 2004 gaat een geweldig jaar worden voor de mondiale groei. Naar verwachting zal het bruto binnenlands product (bbp) van de hele wereld met 4,9 procent stijgen, het hoogste percentage in dertig jaar. Dat is het soort nieuws waardoor aandelenmarkten gelukzalig zouden moeten gaan spinnen – toenemende omzetten, stijgende winstmarges en warme gevoelens. Maar op de meeste grote markten zijn de aandelenkoersen het grootste deel van het jaar vrijwel gelijk gebleven.

Uiteraard trekken de economie en de aandelenmarkten zelden helemaal gelijk op. Maar beleggers in aandelen hebben gegronde redenen om niet in vervoering te raken door de wereldwijde bloei van 2004, want die concentreert zich op de verkeerde plaatsen.

Armere landen zijn nu de drijvende kracht van de wereldeconomie. De groei in geavanceerde economieën zal in 2004 naar verwachting 3,6 procent bedragen, aldus zakenbank Goldman Sachs. Dat is vrij goed, maar niets vergeleken bij de groei van 7,4 procent die bij de opkomende markten wordt verwacht. Deze onevenwichtige groei is in het nadeel van de grote bedrijven in de rijke landen. De oliemarkt biedt het beste voorbeeld. De onverwachte extra vraag heeft de olieprijs in 2004 met 80 procent helpen opstuwen. Dat betekent veel winst voor de producenten.

Maar op de aandelenmarkt heeft de oliesector de algemene index in 2004 met minder dan 10 procent overtroffen. Waarom was die relatieve winst zo klein? Op z'n minst voor een deel omdat de grote oliemaatschappijen in toenemende mate niet de producenten zijn. Zij zitten aan het verkeerde uiteinde van een grote langetermijnontwikkeling – die van de toename van productie-overeenkomsten waarin overheden de eerste viool spelen. En die overheden bevinden zich vrijwel allemaal in opkomende markten. Daarom profiteren de oliemaatschappijen relatief weinig van de stijging van de olieprijs. Maar de afnemers van olie voelen de pijn wel in hun winstmarges. En die pijn wordt binnenkort waarschijnlijk nog veel erger, als de beschermingsmaatregelen zijn uitgewerkt en de bedrijven de prijsstijging van 30 procent van vorige maand moeten verwerken. Vroeg of laat zal de olieprijs wel weer dalen, want zowel vraag als aanbod reageert op prijsprikkels. Maar de verschuiving in de wereldwijde economische balans is veel duurzamer.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.