`China staat open voor hulp'

De Nederlandse staatssecretaris voor milieu reist de wereld rond om te praten over klimaatbeleid. ,,Je kunt mensen hun behoefte aan ontwikkeling niet ontzeggen.''

Ontwikkelingslanden zijn bereid ,,mee te denken'' over mondiaal klimaatbeleid na 2012 als de afspraken van Kyoto aflopen, maar landen als China die een zeer snelle economische groei doormaken, willen ,,niet belemmerd'' worden door ingrijpende klimaatmaatregelen.

Dat zegt staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu) halverwege een rondreis om de wereld, bedoeld om als tijdelijk EU-voorzitter de belangstelling te peilen voor een nieuwe ronde mondiale onderhandelingen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken.

Van Geel heeft onder meer Qatar bezocht, dat als spreekbuis geldt voor ontwikkelingslanden, Zuid-Afrika, dat een bemiddelende rol zou kunnen spelen tussen arm en rijk, en China. Volgende maand bezoekt hij de Verenigde Staten en Brazilië. In december vindt een nieuwe klimaattop in Buenos Aires plaats, de Europese regeringsleiders spreken volgend jaar op een EU-top over het klimaatbeleid op langere termijn.

Van Geel: ,,Wat je merkt is dat de Kyoto-landen vertrouwen wekken doordat de afspraken met de ratificatie door Rusland nu nagekomen zullen worden. Dat vertrouwen geeft het gezag om ook andere landen te vragen mee te werken aan klimaatbeleid. Tegelijkertijd wijst China erop dat de grootste veroorzaker van CO2-uitstoot, de Verenigde Staten, niet meedoet.''

Zelf staat China, na de VS, op de tweede plaats als CO2-veroorzaker, vooral door het gebruik van steenkool, zegt Van Geel.

,,China stoot veel CO2 uit, maar anders dan in de Verenigde Staten ziet men hier in dat er een probleem is. China heeft met klimaatverandering te maken, zo smelten de gletsjers in de Tibetaanse hoogvlakte. Tegelijkertijd is men huiverig voor maatregelen. China wil niet gehinderd worden in z'n economische groei, en alleen klimaatbeleid voeren als dat bijdraagt aan minder luchtvervuiling, beperking van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en daarmee ook de afhankelijkheid van politiek instabiele regio's.''

Van Geel wil op zijn `klimaattour' vooral ,,vertrouwen wekken''. ,,Ik verwacht de komende jaren harde onderhandelingen met veel strategisch gedrag van landen die naar elkaar zullen wijzen. Met alleen wantrouwen leidt dat tot niets.'' Ontwikkelingslanden aansporen tot ,,moreel leiderschap'' werkt gewoon niet, volgens Van Geel. ,,Je kunt niet zeggen tegen iemand die in een Afrikaans land nog steeds elke dag een klein vuurtje brandt om een potje te koken `blijf dat maar doen, ga maar geen olie of gas gebruiken'. Je kunt mensen hun behoefte aan ontwikkeling niet ontzeggen.''

Ontwikkelingslanden en landen als China zijn daarentegen wel geïnteresseerd in mondiale afspraken over klimaatbeleid zoals in Kyoto, als daarbij rekening wordt gehouden met de welvaart van een land en er wisselende doelstellingen komen. Ook moet het westen helpen met kennisoverdracht. Van Geel: ,,De Chinezen zijn verzot op kennisoverdracht. Ze willen niets liever dan dat wij hen helpen bij klimaat- en milieubeleid.''

Een van de instrumenten om de doelstellingen van Kyoto te halen is clean development mechanism, waarmee rijkere landen hun emissies kunnen `afkopen' door elders ter wereld reductie van broeikasgassen te realiseren. ,,Het is van groot belang dat zulke instrumenten ook na 2012 nog blijven bestaan'', zegt Van Geel. Nederland werkt in China onder meer mee aan een windmolenpark en aan technieken om de uitstoot van methaan bij stortplaatsen te verminderen. Zulke projecten zijn ook wel nodig in China, stelt Van Geel. ,,Alleen al in Peking komen er per dag 1.500 auto's bij. In 1999 reden er in Peking één miljoen auto's, vijf jaar later zijn dat er drie miljoen.''