`Breken met carrière is proces van jaren'

In 2007 telt Europa naar verwachting 16 miljoen downshifters: mensen die een goede baan verruilen voor eentje die minder betaalt maar meer voldoening geeft. In een tweewekelijkse rubriek spreekt Eveline Stoel met deze gelukszoekers. Vandaag voormalig makelaar Marcel Hommes (32) die een hotelletje opende.

Ik rolde de makelaardij in toen mijn vader, die het makelaarskantoor van zíjn vader had overgenomen, dringend iemand nodig had. Aanvankelijk was het werk opwindend. Ik vond het heerlijk om een vak te leren en geld te verdienen. Maar na vier jaar nam mijn enthousiasme af en begon ik me te ergeren aan het wereldje. Geld haalt het slechtste in mensen naar boven en in de makelaardij gaat het natuurlijk constant om geld. Daar moet je tegen kunnen. Ook is status voor sommige makelaars iets te belangrijk. Toen ik op een terras eens een praatje maakte met een vuilnisman, reageerden collega's afkeurend. Daar hou ik niet van, ik wil met iedereen kunnen omgaan.

Hoe hoog dergelijke dingen me zaten, bleek pas goed tijdens een weekendje Ardennen met een vriendenclub. Plotseling kwam alles eruit, ik vertelde het ene na het andere negatieve verhaal over de makelaardij. En opeens besefte ik: `Ik vind dit werk vreselijk'. Maar ja, wat dán? Mijn vader dacht dat ik de zaak ging overnemen en was zijn taken al aan het afbouwen. Ook mijn moeder en mijn vrouw werkten in het familiebedrijf. Stoppen leek onmogelijk, dus probeerde ik het werk leuker te maken – zo kwam er een jonge makelaar bij en stootten we het verzekeringengedeelte af. Op die manier heb ik het nog drie jaar volgehouden, maar ik werd steeds ongelukkiger. 's Ochtends was ik na twee telefoontjes al chagrijnig en aan het eind van de dag was ik niet meer te genieten. Makelaarsexamens bereidde ik uiteindelijk huilend voor.

Durven stoppen is een proces van jaren geweest, maar één moment herinner ik me glashelder. Op een dag zat ik met mijn vrouw in een gezellig, gemoedelijk café-restaurant. `,,Het liefst zou ik zoiets beginnen'', verzuchtte ik tegen haar. Waarop zij antwoordde: ,,Doe dat dan.'' Het was alsof er een molensteen van mijn nek werd verwijderd. Door haar steun kon ik serieus nadenken over een andere carrière en na een paar maanden zag ik een mogelijkheid: het makelaarskantoor ombouwen tot hotel met zeven kamers. Mijn vader was zichtbaar teleurgesteld, maar besefte dat ik het meende en stemde erin toe het bedrijf te verkopen. Nu is hij apetrots op me.

Toen ik uit de makelaardij stapte, had ik een jong kind en er was een tweede op komst. Vrienden verklaarden me voor gek. Als makelaar verdiende ik lekker, tijdens de verbouwingsperiode werkte ik een jaar lang als kelner. Mensen die ik ooit een huis had verkocht, bestelden nu een biertje bij me. Ik vond dat geen probleem. Veel mensen dromen van een carrièreswitch, maar zijn niet bereid om financieel een paar stappen terug te doen. Dan moet je ook niet zeuren. Natuurlijk had ik de mazzel dat ik een pand tot mijn beschikking had, maar anders had ik het ook gedaan. Geld is niet mijn drijfveer. Ik zou mijn huis verkopen en in een stacaravan gaan wonen als ik daardoor het hotel kon behouden.

Hotel Pastis is vernoemd naar een roman over een man die hectisch Londen ontvlucht en een hotelletje begint in de Provence. Het gevoel dat ik had tijdens het lezen ervan, heb ik nu dagelijks. Ik vind mijn werk fantastisch. 's Ochtends serveer ik zelfgemaakte jam bij het ontbijt, ik wijs gasten op de leukste plekken van Maastricht en drink 's avonds Pastis met ze. Vroeger vond ik het niet bijzonder dat ik gemakkelijk contact leg, nu zie ik dat dit mijn talent is. Financieel is het nog geen vetpot – als de hypotheek is betaald, wordt het spaargeld aangesproken –, maar ik ontmoet interessante mensen, heb tijd voor mijn kinderen en maak hier fluitend de bedden op. Deze vrijheid wil ik nooit kwijt.''