Bang voor Deken & Wolff?

In het 200ste sterfjaar van Betje Wolff én Aagje Deken wijdt Pieter Steinz deel 37 van zijn serie over wereldliteratuur aan Sara Burgerhart in het bijzonder en briefromans in het algemeen.

In Nederland is hij vergeten en zelfs in zijn geboorteland Engeland wordt hij nog weinig gelezen. Toch geldt Samuel Richardson (1689-1761) als een van de invloedrijkste romanciers uit de wereldliteratuur. Niet alleen behoorde hij net als Daniel Defoe (Robinson Crusoe, Moll Flanders) tot de eerste auteurs die de groeiende Britse middenklasse bedienden met spannend proza over gewone mensen; ook was hij de pionier van de briefroman en een bron van inspiratie voor schrijvers in heel Europa. Rousseau en Goethe, Fanny Burney en het duo Wolff & Deken – allemaal werden ze beïnvloed door volumineuze bestsellers als Pamela (1740) en Clarissa (1742), over meisjes wier maagdelijkheid bedreigd wordt door gewetenloze schurken.

`Writing to the moment' noemde Richardson de techniek van de briefroman: de personages luchten hun hart als het ware direct tegen de lezer. Vooral in Pamela willen dit soort heet-van-de-naaldverslagen nog wel eens onwerkelijk overkomen; de hoofdpersoon heeft het zó druk met het verdedigen van haar eer dat je je nauwelijks kunt voorstellen dat ze nog tijd en gelegenheid heeft om haar belevenissen op te schrijven. Richardsons tijdgenoot Henry Fielding kon het dan ook niet laten om behalve een satirische variatie op Pamela (Joseph Andrews, over een jongen die de vrouwen van zich af moet houden) ook een directe parodie te schrijven. In Shamela schrijft de heldin gewoon verder aan een brief wanneer ze in bed door haar meester onzedelijk betast wordt.

In briefromans is het de kunst om `het ware waarschijnlijk' te maken. Tenminste, dat schrijven E. Bekker (Wed. Ds. Wolff) en A. Deken in het voorwoord van De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Hun `oorspronkelyk Vaderlandschen Roman (niet vertaalt)' bestaat alleen al daarom niet uit brieven van één persoon, maar uit de correspondentie van meer dan twintig personages. Tezamen vertellen die het verhaal van een Amsterdams weesmeisje dat ontsnapt aan haar burgerlijke tante, om na veel avonturen de ware liefde te vinden. Tegelijkertijd zijn de 175 brieven een prachtig medium voor de schrijfsters om hun kritiek op politiek en maatschappij te ventileren. Vooral de `Fijnen', de hypocriete kwezels die Sara Burgerhart omringen, krijgen ervan langs van het dynamische duo over wie een tijdgenoot opmerkte: `Bekker is de azijn, Deken de olie, dat maakt samen een goede saus.'

Moralisme was de dames Wolff & Deken bepaald niet vreemd. In de `voorrede' van de eerste druk van Sara Burgerhart – het boek werd een doorslaand succes – richtten ze het woord tot de `Nederlandse Juffers', die ze als hun belangrijkste publiek zagen. `Onze hoofdbedoeling is aan te tonen' schreven ze, `dat een overmaat aan levendigheid, en een daar uit ontstaande sterke drift tot verstrooiende vermaken, door de mode en de luxe gewettigd, de beste meisjes meermaal in gevaar brengen.' Anders dan het supertragische Clarissa, dat grappig genoeg tot de favoriete lectuur van Sara behoort, heeft Sara Burgerhart een happy ending – waarschijnlijk omdat Wolff & Deken zich met hand en tand verzetten tegen de sentimentele tendensen in de literatuur die ze als geharnaste rationalisten verafschuwden.

Sara Burgerhart, de eerste echte Nederlandse roman, behoort tot onze klassieken en was tot in de jaren zeventig verplichte literatuur op ieder zichzelf respecterend VWO. Hoewel ik de vierhonderd bladzijden destijds met plezier gelezen heb, kan ik me voorstellen dat het tegenwoordig van het curriculum is afgevoerd. Misschien is mijn smaak veranderd, misschien ben ik luier geworden, misschien is mijn vermogen om literatuur van vóór 1900 te lezen afgenomen; maar toen ik het meesterwerk van Wolff & Deken onlangs weer uit de kast haalde, bekroop me de lust tot vloeken in de kerk. Dit boek, dacht ik, zou best eens voor de moderne lezer bewerkt mogen worden. De archaïsche woorden (`wedergeven') vervangen door normaal Nederlands, de ouderwetse spellingen (`orlogie') moderniseren, de achttiende-eeuwse begrippen (`rijder') uitleggen, het onbegrijpelijke idioom veranderen, en misschien, heel misschien, ook hier en daar wat schrappen in de uitweidingen. Opdat een nieuwe generatie `deze vaderlandse roman (niet vertaald)' kan lezen als de superieure soap die hij is. Nieuw hertaald.

Reacties: steinz@nrc.nl

Betje Wolff & Aagje Deken: `De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart' (niet leverbaar).

Volgende week in `Lees mee met NRC': artsen en doctors. Besproken boek: `Liefde in tijden van cholera' van Gabriel García Márquez.