Als de mannen gaan tuinieren...

Geen truttengedoe, maar `hoveniers chic'. Tuinieren is het imago van hobby voor gepensioneerden voorbij. Santje Kramer spreekt met mannen in de kracht van hun leven die de tuin hebben ontdekt.

Terug naar de natuur. De wind door je haren voelen. Bedwelmd raken door de geur van rozen. De aarde door je handen laten glijden. Het zijn poëtische gewaarwordingen van mannen die het tuinieren hebben ontdekt als beste vorm van ontspanning. Pak en gaatjesschoenen gaan bij thuiskomst uit, laarzen en ouwe kloffie aan. De tuin in – en alle werkstress verdampt onmiddellijk. In zijn eigen hof komen de gedachten tot stilstand, het hoofd wordt blanco.

Tot die ontdekking kwam Olaf van der Donk. Als fiscaal jurist werkt hij gemiddeld zeventig per week. De tuin is voor hem de ultieme vorm van onthaasten. ,,Tot tien jaar terug had ik niets met tuinen. Asfalteren die handel, wat heb je eraan. Maar sinds ik zelf een grote lap heb, doe ik aan full body contact gardening. Drie kuub aarde versjouwen, bomen planten, nog grotere bomen omzagen en de kluit uitgraven: het is een combinatie van `De sterkste man van Nederland' en `Spel zonder grenzen'. Dankzij tuinieren voel ik me weer de holeman, back to nature.'' Als Van der Donk thuiskomst van zijn werk, gaat hij meteen de tuin in. ,,Hij schreeuwt om aandacht. Er moet een zieke photinia uit, of gras gezaaid, of mest besteld. Het is heerlijke afleiding, ik laat mijn werk meteen achter me.''

OP NIVEAU

De groep mannen die op niveau wil tuinieren groeit. Als hij op een feestje in lyrische bewoordingen zijn bloeiende border bezingt, wordt er niet meer lacherig gereageerd. Tuinieren is het imago van gepensioneerdenhobby allang voorbij. Chef-redacteur Mirjam Roskamp van de glossy Home and garden spreekt van de opkomst van `hoveniers chic': ,,Op de woonbeurs komen er mannen op onze stand af met grote interesse voor tuinieren. Mannen met goede banen. Die willen in hun vrije tijd ook wel eens iets compleet anders aan hun hoofd hebben. Daarom gaan we ons ook richten op die groep, omdat er behoefte is aan inspiratie.''

Eric Grove werkt een groot deel van zijn tijd in de lucht als purser bij de KLM. Tuinieren heeft zijn leven verrijkt, zegt hij, voor hem is het letterlijk aarden. Samen met zijn partner Hans Zloch kocht hij onder de rook van Amsterdam een huis. Het ging niet zozeer om het huis, het was de tuin die de doorslag gaf. ,,Het werken in de tuin maakt het leven intenser. Je beleeft de seizoenen bewuster en andere zintuigen genieten mee. Ik betrap me op de rust die over me komt als ik takken zaag, of de rozen knip. Je kan maar een ding tegelijk goed doen.'' In het begin sloopte hij zijn Prada's, tegenwoordig gaat hij als ,,een muts op klompen'' door de tuin. ,,Ook heel verfrissend.''

THERAPEUTISCH

Veertien jaar geleden kocht Henk Gentis met zijn vrouw ,,in een bui van jeugdige onbezonnenheid'' aan de rand van de Veluwe een stuk grond van 1,5 hectare. Hij besloot dat tuinieren zijn hobby moest worden omdat het gebied anders zou veranderen in een woestenij. ,,Zodra ik mijn vingers in de grond stak, voelde ik de spanning weglopen. Heel therapeutisch.'' Gentis was de laatste tien jaar van zijn werkzame leven lid van de Managing Board van Rabobank International. Hij tuinierde zoveel mogelijk naast zijn gewone werk, om in april altijd een week vrij te nemen voor achterstallig onderhoud. ,,Ik werkte me rot. Maar regelmatig tuinieren heeft het effect van een druppellader. Je houdt je energiehuishouding op peil.''Sinds kort is hij gepensioneerd en heeft alle tijd van de wereld. Zijn echtgenote heeft gemerkt dat ,,mannen zich te pletter vervelen na hun pensioen en dan is tuinieren onwijs goed voor je''. Gentis stapt van zijn grasmaaier af en vult aan: ,,Het mooiste is dat wij het met ons tweeën doen. Je roept niet: `schat, ik ga golfen, ik zie je over een paar uur'. Nee, wij gaan samen nieuwe planten uitzoeken, we zijn uren bezig.''

Grove en Zloch doen de tuin ook samen. Wel hebben ze een strikte taakverdeling. Grove knipt de heg, zaagt de takken en doet de grasmat, terwijl Zloch – van huis uit bioloog – chef-tuin is omdat hij er nu eenmaal meer verstand van heeft: ,,Ik doe het ontwerp en de beplanting. Ik probeer een mengeling te maken van een redelijk strakke, gestructureerde tuin met een weelderige beplanting. Ik houd niet van een romantische tuin, of een cottage garden. Bovendien moet een tuin in het landschap passen en wij wonen tussen de weilanden, dus hebben we gekozen voor een boerentuin. De coniferen hebben we verruild voor knotwilgen.''

GEDURFDE BORDERS

Als mannen gaan tuinieren, levert dat dan een andere tuin op?

Volgens Jan Willem Edinga, directeur van de Nederlandse Tuinen Stichting en zelf ook fervent tuinier, structureren mannen meer. Voorzichtig: ,,Hun borders zijn misschien gedurfder dan die van vrouwen. Ze kiezen voor gewaagdere kleurencombinaties, vrouwen houden over het algemeen meer van ton-sur-ton.''

Van der Donk is stelliger over het tuinierend vermogen van vrouwen: ,,Alle serieuze tuinen die ik ken, zijn door mannenhanden gemaakt. Vrouwen gaan er te gemakkelijk mee om. Uitzonderingen daargelaten, want toen ik begon, heb ik er ook een tuinnimf bijgehaald voor adviezen. Bovendien moeten we tuinarchitect Mien Ruys niet vergeten.'' De grootste fout die mensen maken is volgens Edinga zonder plan naar een tuincentrum gaan en planten kopen. ,,Structuur is heel belangrijk, een tuin is nature under control. Je moet er ook veel over lezen. Ik heb inmiddels een flinke bibliotheek vol tuinboeken. Ik lees nu een boek over `Snob Gardening' met daarin de do's en don'ts van het tuinieren, zo kan de Thuja Plicata Gelderland echt niet, en zijn eenjarigen in een border verboden.''

Kortom, als je wilt dat de tuin een succes wordt, moet je er diepgravend studie naar doen. Henk Gentis is mede daarom lid geworden van `De eerste Amersfoortse Mannentuinclub', oftewel De Club. En dat is geen theekransje van vijftien heren. ,,Je moet er wel wat van afweten, het is geen sociale bezigheid. We gaan op excursie en organiseren mannelijke onderwerpen. We hebben sprekers over het onderhoud van gereedschap, mest of historische tuinen. Eens per jaar gaan we twee dagen op stap om allerlei tuinen te bezoeken. Na twee truttuintjes – dat spreekt de meeste mannen toch niet zo aan – gaan we bijvoorbeeld een oude tomatenkweker bezoeken die alles veranderd heeft in een wilde tuin. Variatie is leuk, net als in een tuin.''

Een tuin mag dan wel nature under control zijn, de natuur is grillig en je weet maar nooit wat het nieuwe seizoen brengt. ,,De interactie tussen wat ik doe en de natuurlijke processen is meer dan alleen een plantje in de grond zetten'', zegt Edinga. ,,De cyclische situatie is steeds anders. Dat aspect kan je niet beheersen. Voor mij is het ook belangrijk dat ik zelf mijn tuin onderhoud, omdat ik anders die verwondering over het groeiproces verlies.''

De beroemde tuinman Chance uit Jerzy Kosinsky's boek Being There zei het zo: `In de tuin is er een groeiseizoen. Je hebt de lente en de zomer, maar je hebt ook de herfst en de winter. En daarna opnieuw de lente en de zomer. Zolang de wortels niet zijn afgebroken, is alles goed en wordt alles goed.' Deze wijsheid van de koude grond werd geïnterpreteerd als metafoor voor de economische situatie, en daarmee schopte de eenvoudige Chance het bijna tot hoogste economische adviseur van de Verenigde Staten.

Ook voor fiscalist Van der Donk is de tuin een metafoor voor het leven zelf. ,,Je oogst wat je zelf hebt gezaaid, maar ziekten en plagen zoals mollen, phytophtera en engerlingen, liggen op de loer. Als je niets doet, zaaien ze dood en verderf. Daar moet je mee leren omgaan. De eerste keer dat mijn grasmat door mollen werd verstierd kreeg ik een depressie. tegenwoordig kan ik het emotioneel aan.'' Van der Donk heeft inmiddels zijn diploma mollenvangen gehaald.