Al vijftien jaar `komende man' van Kosovo

Veton Surroi is de belangrijkste man van Kosovo, maar hij zal de verkiezingen vandaag niet winnen. Het buitenland loopt met hem weg, thuis is hij te exotisch.

,,Waarom gaat u eigenlijk niet de politiek in?'' Veton Surroi hoort al jaren geen vraag zo vaak als deze. Hij reageert dan met een blik vol afschuw en weerzin, gevolgd door kort, agressief antwoord: ,,Vindt u soms wat ik nu doe overbodig?'' Zo'n knorrige verschijning lijkt niet te deugen voor de politiek – al helemaal niet in Kosovo, waar in het directe contact een schuwe, aangename beleefdheid wordt gecultiveerd.

Nu evenwel probeert de uitgever en journalist Surroi toch alsnog politicus te worden: met zijn `Burgerlijst Het Uur' doet hij mee aan de parlementsverkieizngen. Het partijsymbool verraadt het waarom: een tikkende wekker die op vijf voor twaalf staat.

Deze prijsbokser met de driedagenbaard is de belangrijkste man van Kosovo. Ontmoetingen met hem zijn juist zo opvallend omdat men zich op hem verkijkt. Want zijn artikelen tonen de 43-jarige Surroi als een figuur die in het geheel niet bij de Balkan past: hij is open jegens de wereld, moedig, zelfkritisch en nog handig ook. In plaats van het volk toe te spreken, sluit hij zich liever op in zijn minikantoor aan de Moeder Theresa-straat in Priština, leest drukproeven, discussieert met zijn redacteuren. De Britten, die in juni 1999 na de Kosovo-oorlog Priština binnentrokken, hielden de adem in toen de ongewapende Surroi op een horde Albanese plunderaars van een huis van Serviërs afliep en hun simpelweg vertelde daarmee op te houden. Hij kreeg op slag het respect van alle buitenlanders toen hij kort daarna in zijn dagblad Koha Ditore het geweld van de Albanezen tegen de Serviërs aan de kaak stelde: ,,Ik schaam mij!'' Al gauw stelden de bezetters al hun hoop op deze ontwikkelde en moreel standvastige journalist.

Veton Surroi speelt in Kosovo al vijftien jaar de rol van `de komende man'. Wie rond 1990 uit het Westen naar Priština kwam, had meestal zijn telefoonnummer op zak en probeerde hem onder de ogen van de Servische geheime politie te bereiken. Surroi was nog geen dertig toen hij met verlichte Serviërs, Kroaten, Bosniërs en Slovenen een `Verenigd Joegoslavisch Democratisch Initiatief' vormde, een late, maar eervolle poging de desintegratie van het land te voorkomen. Met de Democratisch Liga van Kosovo van de even breekbare als onbuigzame Ibrahim Rugova wilde de jonge Surroi, die in de jaren tachtig nog voor de communistische partijkrant van Kosovo, Rilindja, had gewerkt, niets te maken hebben. Hij richtte een eigen partij op, maar verliet die weer toen hij zag dat tegen de zachte tirannie van `president' Rugova niets te doen viel.

Niet alleen zijn arrogantie, ook zijn afkomst speelde Surroi parten. Hij is zoon van de schrijver en communistische partijfunctionaris Rexhai Surroi, groeide op in Mexico, waar zijn vader nog onder Tito ambassadeur werd, en studeerde daar en in de VS literatuurwetenschappen. Met zijn perfecte Spaans en vloeiende Engels en zijn talent had hij elders een mooie carrière kunnen maken. Hij gaf er de voorkeur aan in zijn verpauperde vaderland voor de onafhankelijkheid te vechten, zich te laten bespioneren door de Servische geheime dienst en zich tegelijkertijd door Albanese medestrijders te laten uitmaken voor `Servische spion'. Zijn vader kwam in Spanje om bij een mysterieus verkeersongeval. De geruchten dat Belgrado daar achter zat, zijn nooit verstomd.

Vanaf het begin zwalkte Surroj – die twee romans van Gabriel García Márques in het Albanees heeft vertaald – heen en weer tussen politiek en journalistiek. In 1990 richtte hij het liberale weekblad Koha op, dat sinds 1997 dagelijks verschijnt. Het is de beste krant van Kosovo. Tijdens de NAVO-oorlog bleef hij in Kosovo. Na de intocht van de NAVO in juni 1999 kon hij zijn talent voor arrogantie goed gebruiken. Met zijn beruchte norsheid weerstond hij alle internationale pogingen hem in te lijven en hield hij zich ver van de diplomaten en voortdurend binnenvliegende ministers. Hij was de enige prominente Albanees die niet voortdurend over `bevrijding', `bloed' en `volk' sprak, maar liever in Kosovo ongebruikelijke termen als `gezondheidszorg' en `investeringsomvang' in de mond nam. Bijna automatisch kwamen veel internationale giften bij Koha Dritore terecht. Het maakte Surroi rijk, althans op papier. Bij de verplichte onthulling van privévermogens gaf hij 40 miljoen euro als bezit op – de waarde van zijn krant, zijn uitgeverij en de tv-zender van Koha Dritore.

De gevoelens van de internationale gemeenschap over de mediamagnaat zijn gemengd, want Surroi blijft graag kritisch. Zijn minachting voor de snoevende ambtenaren en het legioen van gelukzoekers waarmee het Westen Kosovo heeft verblijd groeit met de dag. Koha Dritore stelt corruptie bij het VN-bestuur aan de kaak en veegt de ene diplomaat na de andere de mantel uit. In hun worsteling met Surroi konden de hoge VN'ers niet als gebruikelijk antwoorden met verwijten als achterlijkheid of nationalistisch fanatisme. Daarvoor geniet hij te veel respect.

Surroi mag interessant zijn voor de buitenstaander, voor zijn landgenoten is hij slechts exotisch. Dat hij het Westen kritiseert wordt nauwelijks begrepen. Hij denkt niet, zoals de meesten, in termen als zwart-wit en vriend-vijand. Voor zijn partij heeft hij vooral jonge, goed opgeleide Kosovaren uit het buitenland aangetrokken. Het is een elite-eenheid die vandaag volgens peilingen hooguit vijf procent van de stemmen krijgt. Maar Surroi calculeert anders. Als Ibrahim Rugova's Democratische Liga haar absolute meerderheid verliest, zouden alle andere partijen het met Surroi als opvolger eens zijn: de president van Kosovo wordt door het parlement gekozen. Hij zou geen geliefde leider zijn. Maar wel een gerespecteerde.