Zoon komt terug, vader gaat heen

Het is een apart genre binnen de literatuur, en je zou het de mozaïekroman kunnen noemen: een verhaal dat verteld wordt in monologen van verschillende personages, die elkaar aanvullen en tegenspreken. De modernistische schrijvers uit de jaren twintig van de vorige eeuw waren er dol op; geïnspireerd door het kubisme streefden ze naar het zogeheten middelpuntzoekend perspectief, dat de werkelijkheid nóg scherper in beeld zou brengen. Het beroemdste voorbeeld daarvan werd As I Lay Dying (1930), William Faulkners roman over de rampzalige tocht van een boer die samen met zijn vijf kinderen zijn vrouw gaat begraven in haar geboortestad. De lezer moet even wennen aan de eigenzinnige vertellers (onder anderen een schizofreen en een dode!), maar kan vervolgens genieten van een heroïsch verhaal waarin het experiment de humor en de ontroering niet in de weg staat.

Ook Tessa de Loo houdt wel van een experimentje; in twee van haar vroege boeken (waaronder de op scholen veelgelezen novelle Het rookoffer) vertelde ze het verhaal achterstevoren, en nu waagt ze zich aan de mozaïekroman. In het centrum van de aandacht staat een oude vader; deze Gerlof de Windt is nog niet dood, hij is zelfs niet stervende, maar hij is wel hulpbehoevend. Voor zijn tachtigste verjaardag heeft zijn dochter Hilde een feestje georganiseerd waarop ook zoon Bardo zijn opwachting maakt. Dertig jaar tevoren is Bardo het huis uit gegooid, nadat hij zijn vriendinnetje Floor zwanger had gemaakt, en sindsdien heeft hij een flierefluitend bestaan in Zuid-Europa geleid. Zijn terugkomst zorgt voor een schok – bij zijn vader, die hem opvallend snel weer in de armen sluit; bij Floor, die inmiddels is verzand in een passieloos huwelijk met Bardo's broer Edwin; en vooral bij Edwin, die in temperament het tegendeel van zijn broer is en die met lede ogen aanziet hoe Bardo eerst zijn vader en daarna zijn vrouw inpakt.

De zoon uit Spanje is het bijbelse verhaal van de verloren zoon in een nieuw jasje. En voor wie dat niet begrepen had, is er aan het eind van het boek extra uitleg van de schrijfster. In de slotmonoloog houdt `Pa' een pleidooi voor de Bijbel (`de gebeurtenissen die erin beschreven worden blijven zich herhalen in die van de mensheid, tot in onze tijd toe'), waarna hij het verhaal van de vader en de twee zoons uit het Nieuwe Testament van een realistisch einde voorziet: `in de werkelijkheid is de jongste zoon, al heeft hij in de wereld het een en ander bijgeleerd, zijn streken niet kwijt en is de wrok bij de oudste alleen maar toegenomen door het antwoord van zijn vader.'

Pa verwijt `de schrijver van dit deel van de bijbel' (Lucas) een gebrek aan psychologisch inzicht. De lezer van De zoon uit Spanje kan Tessa de Loo heel wat meer voor de voeten werpen. Zo laat de schrijfster – gedwongen door de beperkte omvang van de roman – de grote gebeurtenissen wel erg snel op elkaar volgen, en slaagt ze er niet in om de bijbehorende psychologische wendingen overtuigend weer te geven. Binnen een paar uur na de thuiskomst van de verloren zoon heeft vader zich met hem verzoend, heeft Bardo zich opgeworpen om zijn vader op zijn ziekbed te verzorgen, en geeft Floor zich in het vaderlijk huis over aan wilde seks met haar schoonbroer. Deze laatste scène is overigens een serieuze kanshebber voor een Nederlandse pendant van de Bad Sex Award, met zijn vermenging van hoogdravende quasi-gepassioneerdheid en kermismetaforiek: `Wanneer de achtbaan zijn hoogste punt bereikt en uitzicht biedt over de wereld en het firmament, versmelten pijn en genot met elkaar, waarna het in een duizelingwekkende tuimeling kreunend omlaaggaat.'

Stilistisch is De zoon uit Spanje onbeholpen. Wie ervoor kiest om verschillende personages het verhaal te laten vertellen, moet in elk geval zorgen dat de vertellers een eigen stem hebben. Maar Floor, Hilde, Edwin en de derde broer Frank spreken allemaal dezelfde boekentaal (`Als het erop aankomt kiest iedereen voor zijn eigen armzalige leven, in amechtige overgave aan zijn begeertes en obsessies') en kleindochter Steffie klinkt als een vrouw op leeftijd. Ook vader, de man met de meeste tekst, grossiert in onwaarachtige monologen; het ene moment lijkt het of hij het liedje `Pa' van Doe Maar parafraseert (`Poets je schoenen je nagels je tanden'), het volgende breekt hij los in erudiete uitweidingen die zijn verleden als leraar klassieke talen verraden. Des te raarder is het dat hij zelfs in gedachten de woorden memento mori van een vertaling voorziet.

Misschien zal De Loo, sinds 1993 woonachtig in Portugal, tegenwerpen dat het haar in dit boek om iets heel anders te doen was, namelijk om het contrast tussen twee verschillende levenswijzen: het druk-druk-druk van de materialistische Nederlanders, die niet genieten van het leven en geen tijd hebben voor de verpleging van hun vader, en het pluk-de-dag van de honorary Spaniard Bardo. Zo'n staketsel – succesrijk in de Duitsland-Nederlandroman De tweeling – schemert inderdaad in De zoon uit Spanje door; maar meer dan bloedeloos melodrama zit er niet omheen. De familie De Windt blijft, zoals dochter Hilde in een ander verband zegt, `een karikatuur van een gezin.'

Tessa de Loo: De zoon uit Spanje. De Arbeiderspers, 174 blz. €16,95