Zij waren ook niet fout

Een heldhaftige militaire actie in de eerste oorlogsdagen van mei 1940 vond plaats bij Den Haag, waar elf Duitse parachutisten krijgsgevangen werden gemaakt. Dat gebeurde onder leiding van de Antilliaanse Nederlander George Maduro. Hij ging later in het verzet, werd opgepakt werd en stierf in een Duits concentratiekamp. Maduro werd postuum onderscheiden met de Militaire Willemsorde. Hij werd ook op een andere manier geëerd: de miniatuurstad Madurodam was een naoorlogs initiatief van Maduro's ouders, die het geld ervoor hadden geschonken. Er zullen weinig Nederlanders zijn die ervan weten. Net zo min als van de opmerkelijke verzetsdaden van andere Antilliaanse en Surinaamse rijksgenoten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het is de verdienste van publicaties als Wereldoorlog in De West, geschreven door directeur Liesbeth van der Horst van het Verzetsmuseum, dat ze bijdragen tot een collectief geheugen van autochtone en allochtone Nederlanders. Zo is door diverse initiatieven en publicaties in Nederland het besef gegroeid dat slavenhandel en slavernij tot onze gemeenschappelijk geschiedenis behoren. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie trok onlangs aandacht door in een rapport melding te maken van Marokkanen in Franse dienst die in Nederland sneuvelden aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Scholen in Amsterdam-West besteedden er aandacht aan.

Over Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba in de oorlogsjaren is al heel veel bekend, van de internering van NSB-sympathisanten tot de weigerachtigheid van de gouverneurs om joodse vluchtelingen op te nemen. L. de Jong besteedde in Het Koninkrijk de Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ook aandacht aan De West, al zijn het nauwelijks veertig pagina's. Hij merkte in deel IX droog op: `Over De West zullen we kort zijn. Op de Antillen en in Suriname is minder gebeurd.' Dat heeft mogelijk wat al te zeer de toon gezet.

De rijksdelen raakten bij de oorlog betrokken door het belang van bauxiet en olie voor de oorlogvoering. De bauxietmijnen in Suriname moesten door Amerikaanse militairen worden beschermd tegen mogelijke sabotage-acties vanuit Frans-Guyana, dat immers onder het Duitsgezinde Vichy-bewind viel. Op Aruba en Curaçao waren de olieraffinaderijen voor de geallieerden van vitaal belang. Duitse duikboten deden in het Caribisch gebied in de Operation Paukenschlag met succes aanvallen op olietankers en vrachtschepen. Tientallen bemanningsleden, onder wie Antilliaanse en Surinaamse vrijwilligers die als gunners dienden, kwamen daarbij om het leven. In Suriname en op de Antillen waren inzamelingsacties en meteen na de oorlog kwamen er hulpzendingen op gang. Tegelijkertijd leidde de oorlog tot een groter cultureel zelfbewustzijn en het streven naar meer autonomie, mede doordat de rijksdelen in de oorlogsjaren op zichzelf waren aangewezen.

De publicatie van Liesbeth van der Horst – uitgegeven ter gelegenheid van een tentoonstelling in het Verzetsmuseum – moet het vooral hebben van persoonlijke getuigenissen en van deels uit particulier bezit afkomstige illustraties. De getuigenissen leveren soms interessante details op, die het bestaande beeld van de oorlogsjaren in De West aanvullen en inkleuren.

Liesbeth van der Horst: Wereldoorlog in De West. Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba 1940-1945. Verloren, 160 blz. €10,–

De tentoonstelling `Wereldoorlog in de West' is te zien t/m 9 januari 2005 in het Verzetsmuseum, Plantagekerklaan 61, Amsterdam. www.verzetsmuseum.org