Werkloze immigranten

Ondanks allerlei integratie-inspanningen is de werkloosheid onder immigranten in Nederland nog steeds aanzienlijk hoger dan onder autochtonen. Dat is het sombere, oude nieuws uit twee integratieonderzoeken van afgelopen week, de zogenoemde integratiekaart van het CBS en het WODC en het Jaarrapport Integratie van het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek van de universiteit van Rotterdam. Zeker nu het kabinet maatregelen neemt om mensen langer aan het werk te houden, moet de hoge werkloosheid onder nieuwkomers hoog op de agenda komen.

Het arbeidsoverschot onder immigranten is grote economische verspilling. Het gaat vaak om mensen die in de kracht van hun leven zijn en meer willen bijdragen aan hun nieuwe samenleving. Werkloze immigranten zijn dikwijls niet goed geïntegreerd, ook al spreken ze – zoals veel Iraniërs – goed Nederlands, zijn ze vaak goed opgeleid en hebben ze moderne ideeën. Van Iraakse immigranten werkt slechts 17 procent. Wel 40 procent van de Afghanen heeft een bijstandsuitkering. Er ontbreekt iets aan een samenleving die hun capaciteiten zo slecht kan benutten.

Het verrast niet dat de arbeidsparticipatie onder voormalige asielzoekers het laagst is. Dat komt door de ontmoedigend lange, onzekere wachttijden voor asielzoekers, door te grote toestroom en daardoor te geringe verwerkingscapaciteit in het verleden.

Vergeleken bij asielzoekers deden Turkse en Marokkaanse huwelijksimmigranten en gezinsherenigers het beter. Zij kunnen meteen na aankomst aan de slag en vinden binnen vier jaar vaker werk dan andere immigranten, al worden vrouwen buiten de arbeidsmarkt gehouden en belandt een relatief hoog aantal in een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Het is nuttig om dit soort statistische kennis over verscheidene groepen immigranten te vergaren en te publiceren, maar toch moet de overheid zich er niet blind op staren. De term `integratiekaart' voor het onderzoek van het CBS en WODC wekt de indruk alsof het om een interetnische race gaat tussen groepen immigranten. Maar immigranten zijn individuen. Een uit Iran geïmmigreerde bankemployé kan er niets aan doen dat andere Iraanse immigranten werkloos zijn. Kan een Turk erop worden aangesproken dat oudere Turken massaal uitkeringen hebben? Het heeft ook geen zin om per groep een ander arbeidsmarktbeleid te voeren, want dan ploft de regering in de multiculturele valkuil die ze juist heeft afgezworen.

De hoge werkloosheid onder niet-westerse immigranten kan minder worden geweten aan kenmerken van Somaliërs, Turken of ex-Joegoslaven dan aan de dichtgetimmerde Nederlandse arbeidsmarkt waarbij verworven rechten ten koste gaan van de positie van nieuwkomers. Het is interessant om te bestuderen waarom Somaliërs massaal naar Groot-Brittannië emigreren, omdat ze daar meer kansen zien. Er zijn genoeg landen in de wereld waar immigranten even vaak of zelfs vaker werken dan autochtonen. Op de internationale landenkaart van werk voor immigranten scoort Nederland slecht.