UEFA moet pioniersgeest in het voetbal aanwakkeren

De kleinere voetballanden moeten een competitie opzetten die financieel op gelijke hoogte staat met die van de `Grote Vijf'. Alleen zo creëer je een internationaal grotere markt, meent Robert Siekmann.

Een cosmetische ingreep die niet de kern van de zaak raakt. Zo mag je het besluit wel typeren om met ingang van volgend seizoen een play-off-systeem in de eredivisie in te voeren. Het zou de spanning van de competitie en de kwaliteit van het voetbal doen toenemen. Spanning betekent meer geld, want meer tvinkomsten door extra knock-out wedstrijden en nu John de Mol weer op het voetbaltoneel is verschenen met `Oranje Uit', zullen die inkomsten extra kunnen toenemen. Maar De Mol zal voor een hoge prijs die de andere gegadigden zoals NOS, SBS, RTL en Canal+ bij verre overbiedt (nu de bestaande contracten voor live-wedstrijden en samenvattingen gaan aflopen), zeker een kijkje in de kleedkamer en dergelijke voetbal-`ongein' meer verlangen die niets wezenlijks aan het product voetbal toevoegt voor de ware voetballiefhebber.

Tegelijk zal de spanning aan het eind van de competitie zelf afnemen, want de beslissingen worden immers grotendeels uitgesteld richting play-offs. En dan te bedenken dat de Grote Drie – Ajax, Feyenoord en PSV – traditioneel de rest aan het einde van de competitie bijna altijd op een straatlengte afstand zetten. Het is een onsportief, competitievervalsend plan, hoe intelligent bedacht ook. Het play-off-systeem is in feite Kurieren am Symptom dat Mickey Mouse League heet.

Mickey Mouse League staat voor een competitie die geen echte competitie is, omdat de verschillen tussen de budgetten van de topclubs en de overige zo groot zijn dat die op geen enkele manier sportief kunnen worden overbrugd behoudens incidentele uitschieters. Bij de Top Drie zitten spelers op de bank die bij de overige clubs zouden kunnen zorgen voor meer sportief evenwicht in de competitie. Maar zo liggen de verhoudingen niet. Het play-off-plan mag dan lucratief lijken en voor wat extra spanning gaan zorgen, de kwaliteit van het voetbal zal er niet zodanig door toenemen dat het enig merkbaar effect zal hebben op de kracht van onze clubs in Europees verband. Daarvoor is veel meer nodig, veel meer wedstrijden met echte weerstand. Die extra tegenstand is voor de topclubs niet in eigen land te vinden, maar over de grens.

Oud-PSV-voorzitter Harry van Raaij heette een visionair te zijn, maar zijn voorstel om tot zo'n internationale competitie te komen is in eigen land als een bedreiging gezien, nimmer serieus genomen en werd door de Europese voetbalbond UEFA afgewezen. Maar dat voorstel van Van Raaij raakte wel de kern van de zaak. Hij redeneerde als volgt: hoe kan PSV ooit concurreren met clubs als Manchester United of Bayern München wanneer het dezelfde prijs moet betalen voor topspelers als deze clubs, terwijl PSV zijn inkomsten op een veel kleinere, Nederlandse sponsoring-, merchandising- en tv-markt moet genereren? Bovendien krijgen zulke clubs hogere bonussen dan die uit de kleinere landen wanneer ze ver komen in de Champions League, omdat hun nationale tv-markt veel groter is en dus meer inkomsten oplevert.

Datzelfde geldt voor de manier waarop aan landen Europese deelnemersplaatsen worden toegewezen op basis van eerdere resultaten per land. De Grote Drie zijn er bijvoorbeeld afhankelijk van hoe kleinere clubs in de UEFA Cup presteren. Dit is in strijd met het ondernemingsgewijze stelsel. Bedrijf A wordt ook niet afgerekend op de resultaten van bedrijf B. En dat een club wordt afgerekend op het feit dat zij Nederlands (kleine tv-markt) is in plaats van bijvoorbeeld Brits (grote tv-mark), is in strijd met het beginsel van de gemeenschappelijke markt in de Europese Unie die geen landsgrenzen erkent. Als Celtic en Glasgow Rangers (Schotland) in de Engelse Premier League willen spelen, mogen zij niet worden gediscrimineerd op basis van nationaliteit. Zij behoren aan dezelfde toelatingscriteria te worden getoetst als Engelse clubs, al zouden ze daarvoor in de derde Engelse divisie (drie klassen lager) moeten beginnen. In de Europese Unie geldt de wet van de vrije en eerlijke mededinging die onder meer behelst dat elke ondernemer in beginsel de markt waarop hij wil opereren, mag uitzoeken. Zo niet in het beroepsvoetbal.

De inmiddels oud-technisch directeur Van Gaal (Ajax) pleit als alternatief voor play-offs voor een competitie naar Schots model in Nederland: 10 clubs in de eredivisie die vier maal per seizoen tegen elkaar spelen. Maar ook dat is cosmetica – zie Schotland waar de spanning en de kwaliteit niet zijn toegenomen.

De nieuwe PSV-voorzitter Westerhof is zelf ook weer met alternatieve competitiemodellen op de proppen gekomen: in elk geval een vermindering van 18 naar 16 clubs in de eredivisie. In het ene model gaat de kampioen dan rechtstreeks naar de Champions League en plaatst nummer 2 zich zoals nu voor de voorronde van de Champions League en spelen de nummers 3 tot en met 10 met hun Belgische `tegenpolen' om UEFA Cup-plaatsen.

In het andere voorstel bestaat de eredivisie uit twee groepen van elk acht clubs. De winnaar van de finale tussen de poulewinnaars plaatst zich direct voor de Champions League en de verliezer van deze finale plaatst zich voor de kwalificatieronde van de Champions League. De nummers 2 tot en met 4 strijden om de UEFA Cup-tickets. Waarom houdt Westerhof niet vast aan het erfgoed van Van Raaij?

Het is veel beter te blijven streven naar een grotere markt, een internationale competitie, een Atlantic ofwel European League (met Schotland, Portugal, België, Denemarken e.a.) of ten minste eerst een BeNe-Liga in te stellen, zoals onlangs ook werd bepleit door minister van Buitenlandse Zaken Bot om het begrip tussen beide landen te bevorderen – een motief overigens dat vraagtekens oproept.

België wil intussen naar 14 clubs in de hoogste klasse. Ook daar zoekt men naar alternatieven om de competitie te verbeteren en gezonder te maken. Er is niet zo lang geleden sprake geweest van de instelling van een Belgisch/Nederlandse beker bij wijze van voorzichtige verkenning van de mogelijkheden. Daar hoor je vervolgens niets meer over. We lopen achter en niet zo'n klein beetje ook.

Waar is de ware pioniersgeest gebleven? De UEFA moet toch beseffen dat het in haar belang is bijvoorbeeld een BeNe-Liga (Oostenrijkers en Zwitsers, de organisatoren van Euro 2008, hebben al veel concretere plannen voor een gezamenlijke competitie) te incorporeren in het Europese voetbalbestel in plaats van dit soort initiatieven resoluut af te wijzen? Eens zal een groep clubs hun zin doordrijven.

De supertopclubs in Europa (Manchester United, AC Milan, Juventus, Real Madrid e.d.) konden nog door de UEFA worden gepaaid met invoering van de Champions League en de verdere aanpassing daarvan via een poulesysteem dat meer wedstrijden garandeerde. Deze clubs wilden immers jaren geleden al een Europese Super League, een echte internationale topcompetitie, ingevoerd zien boven de nationale competities. Overigens zullen de `Grote Vijf' voetballanden, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië en Spanje, nimmer meer afzien van hun lucratieve eigen competities waartegen de `kleintjes' niet kunnen opbieden. Dus moeten de kleinere voetballanden, de Europese subtop, het heft in eigen hand nemen om een competitie op te zetten die financieel op gelijke hoogte staat met die van de `Grote Vijf'.

Zo creëer je een permanent grotere markt in de internationale breedte, terwijl het play-off-systeem blijft trachten alleen in eigen land meer geld te genereren voor de clubs. Dat systeem zal de concurrentiekracht van de Nederlandse topclubs niet wezenlijk gaan versterken.

Dr. Robert Siekmann is directeur van het ASSER International Sports Law Centre in Den Haag.