Smerig eten in het weeshuis

Ouders zijn vaak lastig. Als je zegt dat je genoeg gegeten hebt, snijden ze soms zomaar een scheiding in je eten en zeggen dat je pas van tafel mag als je één helft op hebt.

Of ze roepen gestresst dat als je je troep nú niet opruimt ze het opvegen en bij de vuilnis zetten. Terwijl je jouw speelgoed alleen even uitstalt in huis om er wat makkelijker bij te kunnen. Dan haat je ze. Bovendien, zijn het eigenlijk wel je echte ouders? Dat moet eerst maar eens bewezen worden. Misschien was je eigenlijk wel wees. Lekker rustig. Maar is het wel zo fijn om wees te zijn? Deze week nuttigden een groep kinderen In het Frans Hals Museum in Haarlem een wezenmaaltijd die wezen van 4 tot 18 jaar daar aten tussen 1810 en 1908. Toen was het museum nog weeshuis. Neeltje Köhler, educatief medewerkster van het museum, gaf uitleg hoe de wezen leefden. ,,Er was een binnenvader en een binnenmoeder. Zij zorgden goed voor de kinderen'', vertelt Neeltje. ,,Maar ze waren wel heel streng. Als je schreeuwde, vocht of loog werd je flink gestraft.'' Je werd dan geslagen met een bullepees, een hard koord dat behoorlijk zeer deed. Of je moest in het water en broodhok. De wezen kregen schone kleren en leerden een vak. Bijvoorbeeld naaister of timmerman. En als ze vrij waren dan speelden ze op de binnenplaats. Ze gingen naar school en sommigen gingen zelfs studeren. Maar misschien het belangrijkste van alles is wel dat ze ETEN kregen. ,,De wezen moesten met z'n viertjes een bord delen en aten bonensoep of gortenpap en één keer per jaar een pannenkoek'', zegt Neeltje. ,,Jullie krijgen vandaag allemaal een eigen bord en zelfs bestek, en mogen alle drie de maaltijden proeven.'' Co (9) en Doris (8) lusten de soep al niet. Co slurpt alleen wat van het sap en Doris laat haar lepel op de grond vallen. ,,Dat doet ze expres'', zegt Co. ,,Dan hoeft ze niet verder te eten.'' Sommige kinderen beginnen de wezen al behoorlijk zielig te vinden. ,,'t Is eigenlijk niks, zo'n weeshuis'', denkt Leonie (10) hardop. ,,De meiden en jongens moesten altijd apart zitten'', valt Ewoud (11) haar bij. ,,Zo kun je nooit verkering krijgen.'' ,,Er zitten rare klonten in mijn gortenpap en het smaakt erg zuur'', zegt Marlous (11). ,,Ik heb er net zes scheppen suiker in gedaan, maar het is echt heel smerig.'' De pannenkoeken gaan er gelukkig wel in. Maar Aksel (8) heeft zitten smullen. Hij heeft twee borden bonensoep en drie bakken gortenpap op. ,,Het eten is prima'', zegt hij ,,Maar zo streng als het hier toeging lijkt mij niet lekker. Mijn ouders zijn zo streng nog niet. Uiteindelijk ruimt mijn moeder altijd mijn kamer wel op. En na een paar uur is het dan gewoon weer een rommeltje.''