Smartlappen

H.J.A. Hofland heeft in zijn stukje over de smartlappen (Cultureel Supplement, 1 oktober), wel heel erg grote stappen genomen, en is daardoor enkele mijlpalen in het genre vergeten:

In de tijd van Dirk Witte waren er immers ook `twee aardige mensen/ ja zonder verstand maar gezond./ Ze hielden zoveel van elkander/ alsof er geen wetboek bestond'. Het liep niet goed af met deze liefde tussen een medisch studentje en `een schrijfstertje op een kantoor': ze kregen samen een kindje, `en dat kwam geheel niet te pas'.

Dan was er nog vóór de oorlog Louis Davids met Weet je nog wel, oudje (over het overleden kindje van dit echtpaar). In diezelfde tijd moet er ook nog iets geweest zijn van Kleine Leentje die zo goed kon dansen (want dat leerde mammie haar), maar toen het er op aan kwam was het `mammie waar blijf je, toe mammie, kom gauw'.

En dan het zeemansleed – een categorie die je toch niet mag overslaan. Afgezien van de zoon die zijn `poot op papier had gezet' en daarom Jan Fuselier werd voor 7 jaar in de Oost, was er immers het `Vieren bakboord, dat is mijn Hollandse kust' om bij te huilen. En dan was er de evergreen De klok van Arnemuiden waarvan de tonen soms waren `vermengd met droefenis/ als een schip op zee gebleven is'.

De oorlog heeft niet alleen Vera Lynn gebracht met I'll be seeing you (hij bedoelt: We'll meet again) en haar White Cliffs of Dover, (`tomorrow, just you wait and see'), maar ook Zarah Leander die de verslagen Duitse legers een hart onder de riem stak door zeker te weten dat `es muss ein Wunder geschehen', het enige dat het Derde Rijk nog redden kon.

Dan was er het naoorlogse leed, waartoe meen ik Good night Irene ook behoorde, en iets later Rosemary Clooney's Hello Operator. De film Casablanca maakte As time goes by wereldwijd bekend en tot iets van een smartlap.

Maar zeker had Hofland niet de Amerikaanse huilebalk nummer 1 mogen vergeten: Johnny Ray, die al huilend maande dat `If your sweetheart/ sends a letter of goodbye' (Ik meen dat de goede raad was om dan maar 'ns goed uit te huilen). En verder wist Ray ook (in dezelfde modus) van `The little white cloud that cried'. En van Nederlandse makelij was dan nog die pappie die enkel een foto was, `hij staat bij ons op het buffet'.

En kun je in Nederland eigenlijk over dit genre schrijven zonder de lezer te herinneren aan de magistrale persiflages die Annie M.G. verzon: Stoei, voei (`Stil, hij zingt van zijn land!'), en De oude Jacob (Doebie doe bie doe)?