René Huigen

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om de gedachten te bepalen.

Sandwichformule

Ik ging op reis en nam mee:

een knapzak, waarvan de inhoud,

een dozijn boterhammen,

me een eind op weg moest helpen

om de wereld te doorgronden

Maar ik kwam niet verder

dan waar de honger me achterliet

Ik zocht naar de waarheid

als sandwichformule

Naar boter,

naar kaas,

naar eieren

Ik noemde mijn aanwezigheid

in de wereld het beleg

dat ik me afwezig

van het brood eten liet

Ik was wie ik was bij gratie

van wat ik niet behappen kon

en zette daar mijn tanden in

Het gistte in mij

en ik noemde al

wat ik niet duiden kon

een krentebol

Krenten – zo hield ik me voor –

vormden de antwoorden, maar

zodra ik die eruit gegeten had

was al wat ik geduid had

krentebol af

Kruimeltje voor kruimeltje

herdefinieerde ik

net zolang tot

de laatste kruimel overbleef,

op straffe waarvan de hand

voor het hele brood werd afgehakt

En mij werd gewaar het inzicht

dat ik onthand een mens was, een kruimeldief

van wat hijzelf zo tot wet verheven had

Uit: René Huigen, Laatste gedichten (uitg. De voetnoot, 1994)

Poëzie is het eigenlijke onderwerp van veel van de gedichten van René Huigen (1962). Of zoals Arie van den Berg schreef naar aanleiding van Huigens voor de VSB-prijs genomineerde bundel `Geen muziek & geen mysterie' (2003): `Taal over taal, en het verveelt geen tel.' Sinds zijn debuut `Paleis der ingewanden' (1989) publiceerde Huigen zes bundels; in Komrij's bloemlezing van de Nederlandse poëzie is hij met het hoge aantal van zeven gedichten vertegenwoordigd. Meer informatie op www.kb.nl/dichters