`Op papier krimpt alles in elkaar'

De nieuwe, ook vertaalde, roman van de Franse schrijver Patrick Modiano komt overeen met zijn eigen jeugd. Maar daar gaat het hem niet om, zegt hij. ,,Ik onderzoek de sporen die de dingen hebben achtergelaten.''

Wie Patrick Modiano kent uit zijn autobiografische romans, ziet een eenzame jongeman voor zich, die door Parijs dwaalt op versleten schoenen. Het is een opluchting om vast te stellen dat de schrijver, die volgend jaar zestig wordt, niet alleen vrouw, kinderen en zelfs een hond heeft, maar ook een appartement op twee stappen van het Parc Luxembourg. Fabelachtig mooi is zijn huis, maar vooral gezellig, en dat is wel het laatste woord dat in je opkomt bij het lezen van Modiano's boeken.

Toch zit de schrijver er in zijn eigen werkkamer bij alsof hij degene is die op bezoek is: urenlang ongemakkelijk scheefhangend op de rand van een bank, zonder zich zelfs maar te permitteren zijn neus te snuiten. Het praten valt hem moeilijk: steunend en zuchtend wringt hij zich een weg door de woorden. Hij lijkt voortdurend in twijfel over zijn vermogen zich uit te drukken en doorspekt zijn verhaal met zinnetjes als `Het is heel moeilijk', `Ik weet niet hoe ik het moet zeggen', `Het is te ingewikkeld'. `Het slaat nergens op wat ik zeg'.

Schrijven gaat al even moeilijk. Modiano vertelt dat hij maar één uur per dag schrijft, het liefst 's ochtends. ,,Dan ben ik er vanaf. Ik vind schrijven verschrikkelijk beklemmend. Niet het bedenken van een boek: de rêverie die aan het schrijven vooraf gaat is heerlijk, maar het materiële schrijven zelf is een nachtmerrie. Vooral omdat alles op papier krimpt: wat in je hoofd nog ruim en groot was versmalt zich zodra je het opschrijft. Daarom moet het zo snel mogelijk gebeuren.''

Ondanks die weerzin schreef Modiano al tientallen romans, waarvan de meest recente, Accident Nocturne, nu net vertaald is, Nachtelijk ongeval. Opnieuw het verhaal van een jongen op de rand van de volwassenheid, die door een kil Parijs zwerft en houvast zoekt in concrete details: namen, adressen, telefoonnummers. Hij is `voortgekomen uit het niets' en heeft zo weinig verankering dat hij als kind zelfs geen plek had om zijn hond te begraven. In het `drijfzand' van zijn jeugd zoekt de jongeman naar vaste grond, in de vorm van een vrouw die hem heeft aangereden en die hij van vroeger denkt te kennen. Als hij haar uiteindelijk vindt, lijkt er een einde te komen aan de jaren van verwarring.

Actrice

Het verhaal heeft veel gemeen met het levensverhaal van Modiano zelf, die zijn jeugd op kostscholen doorbracht omdat zijn moeder, een Vlaamse actrice, te veel door haar werk in beslag werd genomen. En zijn vader bracht hem op zijn zeventiende naar de politie om van hem af te zijn. Een ongrijpbare vader die ook in Nachtelijk ongeval weer opduikt als een schim in steeds wisselende Parijse cafés waar hij met zijn zoon afsprak, tot hij op een dag voorgoed verdween. Modiano vertelt over die terugkerende gegevens in zijn romans, maar verschuilt zich zoals steeds achter het neutrale `men'. Het woord `ik' gebruikt hij niet graag.

`Men is ertoe veroordeeld om steeds hetzelfde boek te schrijven en terug te keren naar dezelfde gebeurtenissen uit het verleden. Het is alsof je één groot boek schrijft waarin je onophoudelijk dezelfde gegevens omwerkt. Men kan niet anders: het is onmogelijk van stem te veranderen. Men zou wel willen.'

Dat wil niet zeggen dat Modiano zijn eigen verleden rechtstreeks beschrijft. De tijd verloopt met hink-stapsprongen, en in Nachtelijk ongeval is er sprake van een man die zich een periode herinnert waarin hij zich zijn jeugd trachtte te herinneren: ,,Die verschillende lagen van tijd schuiven als een Russisch poppetje in elkaar. Daardoor moet ik ook een soort grammaticale acrobatiek uithalen met al die verleden tijden. Het gaat vanzelf, maar na afloop van het schrijven voel ik me net een koorddanser die duizelig omkijkt naar de draad waarop hij zojuist gebalanceerd heeft.''

Wat Modiano op die manier wil bereiken is dat het verlopen van de tijd zelf in kaart wordt gebracht. Door zich op schijnbaar onbelangrijke details uit het verleden te richten, gaat hij na hoe de dingen verdwijnen en wat voor sporen ze achterlaten. In Nachtelijk ongeval wordt het omschreven als het werk van een landmeter, die een kadaster van de leegte wil maken.

Vluchtige ontmoetingen, gespreksflarden, anonieme gezichten: al die schijnbaar betekenisloze details die ondergaan in het moeras van de dagelijksheid, worden door Modiano eruit getrokken en krijgen een betekenis, al is het onduidelijk welke. Alles doet er toe en alles is de moeite waard om tegen de klippen op geboekstaafd te worden: ,,Het is een onderzoek naar dingen die verdwenen zijn, naar het spoor dat ze hebben achtergelaten'', zegt Modiano.

Het woord `onderzoek' zegt veel over deze boeken, die vaak doen denken aan detectives zonder dat er een welomlijnde misdaad is gepleegd. De `ik' in Nachtelijk ongeval is voortdurend bang in de boeien te worden geslagen. Net als meer van Modiano's personages voelt hij zich altijd schuldig zonder dat hij iets misdaan heeft. De schrijver legt uit waar dat schuldgevoel vandaan komt: ,,In die periode, in de jaren zestig, had alles iets clandestiens. Als je nog niet meerderjarig was mocht je niets, zeker niet als je geen papieren had, zoals ik. En onbewust heb ik misschien wel altijd het idee gehad dat er iets illegaals aan mijn oorsprong lag. Zonder de oorlog zou ik nooit bestaan hebben: alleen in die troebele tijd kwamen zulke bizarre ontmoetingen voor als die tussen mijn ouders. Er zat ook iets tegenstrijdigs in hun situatie, ze waren dader en slachtoffer tegelijk.'' Modiano refereert daarmee aan het feit dat zijn joodse vader de oorlog met een vals persoonsbewijs overleefde en zelfs handel dreef met de Duitsers.

Het is of de oorlog niet helemaal voorbij is in het Modianeske universum, waar mensen zomaar kunnen verdwijnen zonder het minste spoor achter te laten, of waar ze twintig jaar later met een andere naam weer opduiken. Bij zijn speurtochten naar het verleden gebruikt Modiano zoveel mogelijk echt bestaande namen en adressen: ,,Dat helpt enorm om de ontmoediging tijdens het schrijven te overkomen. Echte namen in een roman geven bijna licht, ze stralen als fosfor. Dat zet je aan het dromen en levert een magnetisme op.''

Passanten

Dat hij juist bij namen van bestaande personen aan het dromen slaat vindt Modiano geen tegenstrijdigheid: ,,Hetzelfde geldt voor Parijs. Dat is voor mij een innerlijke, gedroomde stad geworden, die niets meer te maken heeft met het echte Parijs. De échte werkelijkheid schuilt in die droomachtigheid.'' De historische namen en adressen gebruikt hij ook in de hoop op brieven van lezers; zo kan Modiano het spoor van die passanten uit zijn romans verder volgen. ,,Die brieven vormen een voortzetting van mijn boeken, die zo nooit helemaal afgesloten zijn.''

Net als bij de herinneringen gaat het hem bij al die anonieme mensen om het spoor dat ze achterlaten: om wat de tijd en het geheugen voor selectie hebben aangebracht. Om dat in kaart te kunnen brengen, werkt hij nu aan een feitelijk verslag van zijn eigen leven: ,,Het is iets heel anders dan anders. Een compte rendu van de autobiografische feiten, maar niets narcistisch, hoor. Ik ben helemaal niet geïnteresseerd in mezelf. Maar het is wel interessant in verhouding tot mijn vorige boeken. Je moet het zien als een van die klokken waarvan je het hele mechaniek kan zien.''

Opnieuw dezelfde feiten dus, maar in een nieuwe vorm. Die eeuwige wederkeer van hetzelfde doet denken aan wat in de psychologie een symptoom is van een traumatische stoornis: het steeds weer herhalen van het verhaal zonder dat het verwerkt wordt. ,,Ja'', stemt Modiano in, ,,misschien helpt het voor het verwerken niet dat ik mijn malaise steeds in fictie beschrijf. Dat is het tegenovergestelde van naar een psychiater gaan. Maar het gaat me er ook niet om er vanaf te komen. Ik hoef niet te genezen.''

Patrick Modiano: Nachtelijk ongeval. Vertaald uit het Frans door Maarten Elzinga. Meulenhoff, 141 blz. €16,50

Patrick Modiano: Accident Nocturne. Gallimard, 148 blz. €15,–