`Na overtreden normen moeten sancties volgen'

Aan regels en wetten om schreeuwende voetbalvandalen aan te pakken is geen gebrek. Waar het doorgaans aan ontbreekt is dat de gemaakte afspraken worden nageleefd.

Het is een bekende reflex geworden in het betaald voetbal: na een incident volgt de schreeuw om harde maatregelen, om nieuwe wetgeving, om een Voetbalwet, om strafrechtelijke stadionverboden, om een meldingsplicht voor vandalen en om een keiharde aanpak van spreekkoren.

Maar ook de reactie op de `voetbalwetreflex' is een wetmatigheid geworden. De verantwoordelijke ministers, die van Binnenlandse Zaken en Justitie, vinden dat de wetgeving ,,vooralsnog voldoende is om het voetbalvandalisme te bestrijden'', zoals minister Remkes (Binnenlandse Zaken) het onlangs zei.

Politie, justitie, burgemeesters, clubs en de KNVB kunnen op grond van de huidige wetgeving een supporter die zich misdraagt tegenhouden, terugsturen, aanhouden, beboeten, vervolgen, de toegang tot het stadion ontzeggen en, als het misdrijf ernstig genoeg is, tot een celstraf laten veroordelen. Een Voetbalwet voegt aan dat wapenarsenaal niets toe, vindt het kabinet.

Het probleem is meestal, zo blijkt vaak aan het eind van de dag, dat de afspraken niet worden nageleefd die tussen alle autoriteiten zijn gemaakt, zo concludeerde nog onlangs het Auditteam Voetbalvandalisme. Dat houdt sinds vorig jaar in opdracht van Binnenlandse Zaken in de gaten of het overheidsbeleid tegen voetbalvandalisme ook wordt uitgevoerd. Volgens dat team, onder leiding van oud-staatssecretaris Margo Vliegenthart, worden de ,,tolerantiegrenzen niet strikt gehandhaafd''. Met andere woorden: de regels zijn wel gesteld, maar er wordt niet ingegrepen als ze worden overtreden. ,,Grensoverschrijdend gedrag wordt, juist door professionals, als `normaal' en `hoort erbij' gekwalificeerd'', schreef Vliegenthart. ,,Niet ingrijpen bij bedreigingen, kwetsende spreekkoren, afsteken van vuurwerk dragen bij aan normvervaging. Bij de bestrijding van normvervaging dient in geval van wetsovertreding te worden ingezet op aanhouding en vervolging van daders.''

Ook minister Remkes vindt dat de regels wel consequent moeten worden toegepast. ,,Wij kunnen met z'n allen goede maatregelen verzinnen, maar ze moeten wel worden uitgevoerd'', zei hij onlangs in de Tweede Kamer in reactie op de spreekkoren bij ADO Den Haag-Ajax. En twee weken geleden schreef hij aan de Kamer: ,,Het is noodzakelijk dat spreekkoren strakker worden aangepakt. Elke onduidelijkheid omtrent verantwoordelijkheden moet worden weggenomen.''

Inmiddels is bij ADO Den Haag wél ingegrepen om spreekkoren, maar bij andere clubs in de eredivisie laten scheidsrechters de wedstrijd gewoon doorgaan. En dat, terwijl de afspraken tussen alle betrokkenen over spreekkoren tot in het kleinste detail op papier zijn gezet. Voor elke wedstrijd wordt het publiek gewaarschuwd geen ongewenste spreekkoren aan te heffen. Als dat toch gebeurt kan de scheidsrechter de wedstrijd stilleggen. Mochten die spreekkoren na de hervatting doorgaan, dan kan de scheidsrechter de wedstrijd helemaal staken, als hij toestemming heeft van de burgemeester. Bij racistische of discriminerende spreekkoren kan zelfs de burgemeester de wedstrijd stil laten leggen, óók als de scheidsrechter dat niet doet.

De boetes die de KNVB de clubs kan opleggen liegen er niet om, variërend van het spelen van duels zonder publiek tot een vermindering van het aantal punten dat de club in de competitie heeft gehaald. Maar dat moet dan ook daadwerkelijk gebeuren, zegt Vliegenthart. ,,Het is even wennen, maar het is de enige manier om supporters te laten merken dat ze hun club duperen met dergelijke spreekkoren.'' Zij is het niet eens met de afwijzing van het schikkingsvoorstel door ADO, waarin de KNVB de club twee duels zonder publiek wilde laten spelen. ,,Ik vind dat niet verstandig. Als de normen worden overtreden moeten er sancties komen. Iedereen moet daar misschien aan wennen, maar als je wilt dat vaders weer met hun kinderen naar het stadion gaan, dan is dit de enige manier.''

Ze krijgt bijval van de Arnhemse korpschef Jos van Deursen, portefeuillehouder voetbalvandalisme in de Raad van Hoofdcommissarissen. Hij wijst er wel op dat het lik-op-stuk-beboeten van supporters die een discriminerend spreekkoor aanheffen tegenwoordig lastig is, omdat de politie nauwelijks meer aanwezig is in het stadion. ,,Bij Vitesse en bij veel andere clubs komt de politie alleen het stadion in bij zware incidenten.''

Ondertussen wordt op verschillende plaatsen actie ondernomen om nog meer instrumenten te bedenken in de strijd tegen het voetbalvandalisme. Ondanks de roep om meer strafrechtelijke stadionverboden met een meldingsplicht, waarbij de veroordeelde supporter zich tijdens de wedstrijden van zijn club moet melden bij een politiebureau, wordt maar weinig gebruik gemaakt van dat instrument. Veel betrokkenen zien in zo'n meldingsplicht dé oplossing, omdat pas dan zeker is dat een voetbalvandaal tijdens de wedstrijd niet in het stadion is. Maar zo'n meldingsplicht, een vrijheidsbeperkende straf, kan alleen door de rechter worden opgelegd. ,,In de praktijk zijn rechters niet altijd geneigd een dergelijke meldingsplicht op te leggen'', zei Remkes onlangs. ,,De meldingsplicht wordt door een aantal rechters gezien als een te zware inbreuk op de privacy ten opzichte van het gepleegde delict.''

Zo'n meldingsplicht betekent namelijk ook dat een vandaal met een stadionverbod op zondagmiddag niet kan gaan vissen of zijn schoonmoeder bezoeken. En dat gaat veel rechters te ver. Justitie wil daarom volgend jaar een elektronische meldingsplicht invoeren. ,,Wij denken aan een telefoontje naar een politiebureau'', zegt een woordvoerder van Justitie. ,,Als een huistelefoon met nummerweergave wordt gebruikt kan de politie zien dat er wordt gebeld van een locatie die niet in de buurt van het stadion is. Rechters zullen waarschijnlijk sneller zo'n straf uitspreken omdat zo'n telefoontje de vrijheid minder beperkt.''

De meeste stadionverboden die nu worden opgelegd zijn civielrechtelijk, en worden uitgedeeld door KNVB. Het voordeel daarvan is dat het binnen een week rond kan zijn, terwijl een strafrechtelijk stadionverbod pas na een lange procedure kan worden opgelegd. Nadeel van het civielrechtelijke stadionverbod is dat het niet waterdicht is, omdat supporters met valse of geleende toegangspassen nog steeds het stadion binnenkunnen. Om de opsporing van die vandalen te vergemakkelijken, zegt een woordvoerder van Justitie, wil minister Donner de Wet politieregisters wijzigen, zodat vanaf volgend seizoen foto's en gegevens van personen met een stadionverbod kunnen worden verstrekt aan stewards in het stadion. Nu mag de politie die stadionverbodenlijst, en de foto's van de betrokkenen, niet overhandigen aan de stewards in de stadions.