Jagen op alles wat rood was

Buiten Nederland zijn de afgelopen jaren nogal wat spionagememoires verschenen van oud-medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, vooral in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Veelal werden die memoires geschreven om lucht te geven aan knagende gewetens over de vuile handen die diensten als de CIA op veel plaatsen in de wereld hebben gemaakt.

Dergelijke offensieve taken had de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de voorloper van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), duidelijk niet. Toch is nu voor het eerst een oud-medewerker van de BVD opgestaan om zijn herinneringen samen te vatten in een boek, In dienst van de BVD. Het boek werd vooraf niet goedgekeurd door de AIVD. En ook niet sinds het kortgeleden verscheen, want de dienst vindt dat Hoekstra in zijn boek te ver is gegaan met het beschrijven van operaties die de BVD in de jaren zeventig en tachtig uitvoerde. Hoekstra werkte tussen 1971 en 1987 als operationeel medewerker, analist en later hoofd van enkele operationele afdelingen.

Met die onthullingen valt het erg mee. Het boek geeft wel een aantal interessante inkijkjes in de operaties van de BVD, vooral ten aanzien van Nederlandse communistische kringen, zoals de CPN en de Rode Jeugd. In sommige partijafdelingen had de BVD zoveel agenten rondlopen dat die afdelingen waarschijnlijk zouden omvallen als zij hun werk staakten, beschrijft Hoekstra.

Hoekstra vindt dat hij geen staatsgeheimen onthult, maar slechts geschiedenis schrijft. Hij ergerde zich jarenlang aan de negatieve beeldvorming over de BVD in Nederland, met name dankzij de linkse pers in de jaren zeventig, die de dienst volgens Hoekstra als een stel `sukkels van buitengewoon reactionaire snit' voorstelde, zoals hij het onlangs verwoordde in een vraaggesprek met deze krant. Hoekstra zag het als zijn taak om dat beeld alsnog te corrigeren, ook al verliet hij de dienst bijna twintig jaar geleden.

De dreigende taal van de AIVD is opmerkelijk omdat Hoekstra denadruk legt op de professionaliteit van het werk van de toenmalige BVD, en het belang van dat werk voor de samenleving. Hij geeft een uitvoerige beschrijving van de manier waarop de BVD zich, volgens Hoekstra zelf wat overdreven, stortte op alles wat links en rood was in Nederland. Maar ook vertelt hij hoe de BVD omging met Russische diplomaten, Oost-Europese immigranten, Molukkers, RAF-verdachten, de CIA. Vanwege de aard van het werk ontbreken vaak details en blijft het bij korte, anekdotische beschrijvingen.

Een interessante passage is Hoekstra's uitvoerige verhaal over zijn opgezette confrontatie in een Weense hotellobby met Fré Meis, de Groninger `handelsreiziger in revoluties', in het midden van de jaren tachtig. Hoekstra was Meis achtervolgd om hem te betrappen op een gesprek met een afgevaardigde van het politbureau van de Sovjet-Unie, Popov. Het was Hoekstra's taak om Meis te laten weten dat de Nederlandse regering niet gediend was van dergelijke contacten van Nederlandse staatsburgers. `Meis schrok zich rot', herinnert Hoekstra zich.

Mocht de AIVD haar dreigement waarmaken dat Hoekstra zal worden vervolgd wegens overtreding van het ambtsgeheim, dan zullen Hoekstra's memoires bij de veiligheidsdienst voorlopig ook wel de laatste zijn.

Frits Hoekstra: In dienst van de BVD. Spionage en contraspionage in Nederland. Boom, 219 blz. €19,50