Ja, ik ben gevraagd

Jury's van belangrijke literaire prijzen als de AKO-prijs bestaan bijna altijd uit hetzelfde groepje mensen. In zo'n wereld is belangen- verstrengeling een reëel gevaar.

In een namaak ouderwetse circustent op de Amsterdamse Uitmarkt was er eind augustus een feestelijke bijeenkomst voor de nominaties voor de AKO Literatuurprijs 2004. Twee verlate juryleden kwamen geanimeerd pratend binnen: Rob Schouten, literatuurcriticus van Trouw, en zijn collega Elsbeth Etty van NRC Handelsblad. Tevens de twee meest gevraagde juryleden van Nederland – samen goed voor bijna 25 literaire jury's. ,,En dan zijn mijn Vlaamse jury's niet eens meegeteld'', zegt Schouten.

Vanavond wordt bekend wie de AKO-prijs krijgt. De winnaar kan rekenen op extra media-aandacht, een aanzienlijke toename van de boekverkoop en een vergroting van het prestige. Juryleden hebben dus macht. Die macht is de afgelopen twee decennia toegenomen. Jarenlang was de P.C. Hooftprijs (een oeuvre-prijs) de enige literaire prijs met een groot (financieel) gewicht. Na de eerste Libris-prijs (proza) in 1987 is een heel prijzencircuit ontstaan: de Buddingh'-prijs voor poëziedebuten (1988), de AKO Literatuurprijs voor fictie en non-fictieboeken (1994) en de VSB Poëzieprijs (1994) voor dichtbundels.

De bloei van de literaire prijzen past in een algehele commercialisering van het boekenbedrijf, dat zich in de jaren negentig sterker is gaan richten op het uitventen van bestsellers en sterauteurs. Sommige literatuurcritici vinden de boekenwereld steeds meer een circus, waarin serieuze literatuur en literatuurkritiek teloorgaan. Deze klacht raakt ook juryleden, die nu eenmaal een onmisbare schakel zijn in het prijzencircuit. Juryleden zelf vestigden dit voorjaar de aandacht op zich bij de Libris-prijs door de samenstelling van een erg controversiële shortlist en loslippigheid.

De schijnwerpers zijn dus een beetje komen te staan op de personen die zitting hebben in literaire jury's. Een inventarisatie van de vijf eerder genoemde literaire prijzen sinds 1987 (voor details en toelichting: zie kader) levert 230 namen op van schrijvers en dichters, literatuurcritici, literatuurwetenschappers en een enkele vertaler. Van hen hebben 44 personen in twee of meer jury's gezeten: zij vormen een harde kern. Dat stemt overeen met een schatting van Anton Korteweg, secretaris van de P.C. Hooft-jury: ,,De groep waaruit wij onze juryleden halen telt ongeveer vijftig mensen.''

Deze juryleden zijn overwegend mannen, geboren in de oorlogsjaren en in het decennium daarna en vaker schrijver of dichter dan literatuurwetenschapper- of -criticus. Bij de echte top – met drie of vier van de vijf jury's – houden mannen en vrouwen elkaar in evenwicht en overheerst de `baby boom'-generatie. Tot deze generatie horen ook de drie super-juryleden van de afgelopen zeventien jaar: Rob Schouten (1954), Elsbeth Etty (1951) en Gillis Dorleijn (1951), hoogleraar letterkunde in Groningen. Dorleijn: ,,Het is een inteeltwereld van mensen die elkaar kennen.''

Ja-sager

Ergens halverwege de Frans van Mierisstraat in Amsterdam-Zuid wonen Tom van Deel – criticus van Trouw – en Marjoleine de Vos – journalist van NRC Handelsblad – samen goed voor een kleine 30 jurylidmaatschappen. Een paar huizen verderop woont Rob Schouten, die alleen in Nederland al goed is voor 13 verschillende jury's. ,,Het is een interessant stukje straat'', zegt Schouten. Hij staat voor een van zijn plafondhoge boekenkasten; in het voorste verrijdbare deel zitten de honderden boeken die zijn ingestuurd voor de AKO-prijs en onttrekken de vaste bewoners van zijn boekenkast aan het zicht: ,,Tja, wat zal ik ná de bekroning eens met die boeken doen?''

Schouten is criticus, schrijver en vooral dichter, maar ook een `echt jurylid', zegt hij zelf. ,,Als ik voor een jury word gevraagd, moet ik een heel goede reden hebben om `nee' te zeggen. Ik ben een echte `ja-sager', zoals Brecht dat noemde'', vertelt Schouten. ,,Ik vind het erg leuk om vast te stellen wat het mooiste boek van het jaar is. En nuttig. Want terwijl ik als criticus alleen de top van de boeken-piramide bespreek, zie ik als jurylid ook de onderkant van de piramide: de oogst van een heel jaar. Daardoor kan ik onderliggende trends signaleren.''

Elsbeth Etty onderschrijft dat en voegt eraan toe: ,,Ik vind het ook fijn om mijn opgebouwde kennis te gebruiken. Jarenlang heb ik voor de krant elke verschenen biografie gelezen. Dan is het heerlijk om in de jury van de Henriëtte de Beaufort-prijs vast te mogen stellen wat de beste biografie van de afgelopen vijf jaar is.'' Etty vindt het bovenal `erg leuk' om al die boeken te lezen en vervolgens met andere deskundigen te discussiëren en gezamenlijk een gefundeerd oordeel te vormen over een boek.

`Leuk' is een veelgehoorde kwalificatie onder juryleden. ,,Het is leuk om met vriendelijke mensen op hoog niveau te oordelen over poëzie'', zegt Dick van Halsema, emeritus-hoogleraar letterkunde in Amsterdam. ,,En om af en toe even voor God te spelen door de beste bundel te kiezen.''

Collega-wetenschapper Gillis Dorleijn geniet daarnaast van de `manier waarop een literair oordeel tot stand komt' en maakt daar een soort studie van: ,,Een meta-ervaring.''

Voor het geld hoeven juryleden het doorgaans niet te doen – de meeste jury's zijn onbezoldigd – maar bij grote jury's ook niet te laten. De Buddingh'-prijs betaalt 500 euro voor het lezen van enkele tientallen dichtbundels en twee vergaderingen – de VSB Poëzieprijs drie keer zoveel voor aanmerkelijk meer bundels. Voor de P.C. Hooftprijs moet het jurylid een of twee oeuvres herlezen en een of twee keer vergaderen voor een bedrag van 450 euro. AKO en Libris betalen veel meer, 5.000 euro, maar daarvoor moeten de juryleden zes keer vergaderen en naar schatting 150 tot 200 boeken lezen. ,,Natuurlijk lees ik die niet allemaal van kaft tot kaft – als het echt broddelwerk is, lees je na het begin alleen maar stukken – maar het is veel'', zegt Etty.

Jurylidmaatschappen zijn tamelijk gewild, signaleert criticus Hans Goedkoop van NRC Handelsblad, zeker onder literatuurrecensenten: ,,Toen ik nog maar net als criticus werkte, vroeg een collega mij: heb jij al in een jury gezeten? Toen ik `nee' zei, liet hij me weten: `Ik stap nu uit de Gouden Uil, als je wilt, kan ik wat voor je regelen.' Recensenten ontlenen gezag aan het jurylidmaatschap.'' En andersom, zegt Korteweg van de P.C. Hooft-prijs: ,,De status van de juryleden bepaalt de waarde van de prijs. Met vijf onbekende juryleden daalt de waarde van de prijs.''

Gevraagd

Voor een jury word je gevraagd, zeggen de juryleden, maar waarom jíj wordt gevraagd, dat hoor je zelden. Elsbeth Etty werd voor de AKO-jury gevraagd, omdat zij geacht werd oog te hebben voor de non-fictie. Zij promoveerde op een veelgeroemde biografie van Henriëttte Roland Holst, waarmee ze in 1997 de Busken Huet-prijs won en op de shortlist kwam voor de AKO-prijs. Vervolgens kwam ze in de jury van de Busken Huet-prijs en later in die van de AKO-prijs.

Dat is een herkenbaar patroon. Van de 230 gevonden juryleden zijn 33 ooit zelf genomineerd voor of bekroond met de prijs die ze mogen toekennen. ,,Of mijn biografie mijn doorbraak als jurylid is geweest, betwijfel ik. De meeste reacties krijg ik altijd op mijn columns'', zegt Etty, die een tweewekelijkse column in NRC Handelsblad heeft, waarvoor ze ook literatuurrecensent is.

Dergelijke literatuurexperts met een duidelijke mening staan boven aan de verlanglijstjes van de jury's. Dan kom je al gauw bij de wat Schouten noemt `populaire hoogleraren' zoals Dorleijn en Van Halsema. Bij literatuurcritici, zoals Schouten zelf. Bij schrijvers en dichters die makkelijk praten. En dan liefst alledrie. ,,We willen in elk geval een literatuurwetenschapper en een dichter en het liefst ook een criticus'', zegt Myrle Tjoeng van de VSB Poëzieprijs. De AKO-prijs huurt uitsluitend recensenten in voor meerdere jaren.

In tweede instantie wordt erop gelet of er genoeg vrouwen, Vlamingen en jeugdigen in de jury zitten. ,,Als het bestuur een lijst heeft, roept er iemand bijvoorbeeld: dat is erg veel Amsterdam, hebben we niet nog iemand uit de regio?'' vertelt Korteweg van de P.C. Hooftprijs. Een spreiding van literaire voorkeuren is doorgaans ook wenselijk. ,,De Belgische dichter Van Bastelaere vind ik geweldig interessant, maar je moet niet vier Vlaamse postmodernisten in de jury hebben'', zegt Dick van Halsema van de VSB Poëzieprijs.

Niet alleen kennis, ook kennissen bepalen de keuzen van het jurylid, zegt Gillis Dorleijn. ,,Er zijn vast genoeg leraren Nederlands die veel lezen en een goed oordeel kunnen vormen over een boek – maar wij kennen ze niet. Ik zat in 1997 in de jury van de VSB Poëzieprijs met Henny Vrienten, een zeer gretig poëzielezer met een goed oordeel. Als hij geen bekende muzikant was geweest, was hij nooit in een jury gekomen.'' Ergens in een bestuur moet iemand je naam noemen. Zo had poëziekenner Thomas Vaessens – universitair docent en recensent – het geluk dat een oud-leerling stage liep bij Poetry International en zijn naam noemde voor de Buddingh'-jury.

Radicaal

In zo'n ons-kent-ons-wereld is belangenverstrengeling een reëel gevaar. In 1988 kreeg Geerten Meijsing de prijs van een jury waarin zijn zuster Doeschka zat. Dat laatste kan echt niet, is het algemene oordeel onder juryleden en organisatoren van de prijzen: conflicts of interest dienen radicaal te worden aangepakt. ,,Dit moet je gewoon heel goed regelen'', zegt Livia Verstegen van de AKO Literatuurprijs. Zo bleek bij de jongste AKO-prijs juryvoorzitter Paul Rosenmöller zelf ook een boek te hebben geschreven, dat hij onmiddellijk uit de competitie haalde.

Iets langer geleden ontdekte AKO-jurylid Janet Luis, critica bij NRC Handelsblad, in het aanbod een boek van poëziecriticus Guus Middag, haar echtgenoot. ,,Ik heb meteen gezegd: `Dit boek moet eruit''', zegt Luis, Heeft ze overwogen zelf op te stappen? ,,Ha, ha, nee, hoor, jureren is een veel zekerder geldbron dan het insturen van een boek voor een prijs.'' En even op de gang gaan staan bij de bespreking van het boek van Guus Middag? ,,Nee, je moet iedere schijn van bevooroordeeldheid vermijden.''

Met dat laatste gaat de Buddingh'-prijs heel ver, zegt Janita Monna. Erik Menkveld won in 1998 de prijs, maar kreeg hem niet omdat hij net in dienst was getreden van Poetry International. Enkele jaren later kon de dichter René Puthaar niet eens meedoen, omdat hij de vriend is van de toenmalige directeur van Poetry, Tatjana Daan. ,,Het is zuur voor de dichter'', zegt Monna, ,,maar het is niet anders.'' Juryleden zelf hanteren de stelregel: niet oordelen over familie of intieme vrienden. Bij andere relaties zijn enkele voorzorgsmaatregelen voldoende, vindt Etty. ,,Komt er een boek van een collega voorbij, dan bemoei ik me niet met de eerste selectie. Komt het daar doorheen, dan wil ik er best mijn mening over geven.''

Dubbele petten

Juryleden kunnen ook op een andere manier last hebben van dubbele petten, bijvoorbeeld doordat zij als criticus eerder al oordelen hebben geveld over boeken. ,,Als je een boek eerst ongunstig bespreekt in de krant en het vervolgens in een jury niet op de longlist zet, lijkt het alsof je iemand twee keer pakt'', zegt Elsbeth Etty, ,,ook al ben je misschien helemaal niet betrokken geweest bij het voortijdig afvallen van dat boek.'' Bij de Libris- en AKO-prijs wordt elk boek door twee mensen gelezen en beoordeeld met A, B of C. Boeken met twee C's vallen meteen af, boeken met twee A's gaan door naar de volgende ronde en alles daartussen wordt door nog iemand gelezen.

Andersom kan een criticus zich zodanig voor een boek hebben uitgesproken dat hij als jurylid niet zonder gezichtsverlies een ander boek kan bekronen. ,,Dat speelde in de Libris-jury in 1999, die uiteindelijk Mulisch bekroonde. Een criticus had zich al zo sterk gemaakt voor Nooteboom dat zijn eigen ego in het geding was gekomen'', vertelt Etty. Dat komt beslist vaker voor, zegt Gilles Dorleijn. ,,Dan heeft iemand zijn kaarten al op tafel gelegd, terwijl wij nog tot een consensus moeten komen.''

Critici kunnen in een jury almachtig worden doordat zij twee keer kunnen prijzen en afbreken. Dat valt wel mee, zeggen de organisaties van prijzen, doordat critici het in een jury per definitie ook eens moeten worden met anderen. ,,De jury corrigeert soms juist de critici door een bundel te bekronen die niet of nauwelijks besproken is'', zegt Janita Monna van de Buddingh'-prijs: ,,Zoals de laatste keer met de bundel Twee zonnen van Maria Barnas.''

Dat is ook een pluspunt van jury's, vindt criticus Goedkoop: ,,Een jury haalt soms een boek boven op tafel dat is genegeerd door de kritiek – zoals nu de essaybundel van Pam Emmerik die voor de AKO-prijs is genomineerd. Over zo'n nominatie kan dan discussie ontstaan.'' Toch is Goedkoop zelf een `nein-sager' tegen het jurylidmaatschap: ,,De meerwaarde van de criticus is de eigen blik op literatuur. Dat is precies wat je verliest als je met anderen tot een oordeel moet komen. Ik vind het al moeilijk om het met mezelf eens te worden, laat staan met anderen.''

Er zijn meer `nein-sagers'. Daardoor wordt het aantal kandidaat-juryleden nog kleiner, klagen de organisatoren van de literaire prijzen. Net als door de beperkingen die de prijsuitreikers zelf stellen. Houdt het bestuur van de P.C. Hooft-prijs bij de selectie van juryleden rekening met de auteurs die `aan de beurt' zijn voor een bekroning? Korteweg sluit het niet uit: ,,Als er in je achterhoofd meespeelt dat iemand aan de beurt is, vraag je in de jury niet de criticus die al jaren opschrijft dat het werk van deze persoon helemaal niks is. Maar ik heb een bestuur nooit horen zeggen dat X niet, of juist wel, in de jury moest omdat Y de prijs moest krijgen.''

Lijsten

`Aan de beurt komen' is een veelgehoorde term, die helemaal past in een wereld waarin de organisatoren steeds weer terugvallen op dezelfde mensen. Juryleden mogen best weer eens terugkomen, maar bij de Buddingh'-prijs pas weer na vijf jaar. De P.C. Hooft-jury houdt lijsten bij van juryleden om niet te snel in herhaling te vallen. Bij de VSB Poëzieprijs proberen ze volgens Myrle Tjoeng ,,een beetje origineel'' te zijn door niet meteen de kanonnen uit andere jury's te vragen. Zo heeft Rob Schouten in vier van de vijf grote jury's gezeten, maar nooit in die van de VSB Poëzieprijs – hoewel hij eerst en vooral poëziecriticus is en ook nog dichter. ,,Nou, als Schouten straks uit de AKO-jury is, kom hij zeker in beeld'', zegt Tjoeng grinnikend. ,,Hij komt aan de beurt.''

Om niet steeds juryleden te hoeven recyclen proberen de prijs-organisatoren ook de keuze te vergroten. ,,We hebben wel eens gesproken over het uitbreiden van de groep, bijvoorbeeld met universitair docenten Nederlands'', zegt Livia Verstegen van de AKO-prijs. De VSB Poëzieprijs put graag uit de aanwas van de vele jonge, talentvolle dichters in Nederland en maakt ook al langer ruimte voor buitenstaanders, zoals de prozaschrijver Benali in 2003. ,,Benali is geen uitgesproken poëzie-expert, maar hij heeft een eigen kijk op literatuur en bovendien de blik van de allochtoon'', zegt Dorleijn, die met Benali in de jury zat. ,,Het wordt tijd dat er meer van zulke buitenstaanders komen in de literaire jury's en de Nederlandse jurywereld wat groter en opener maken.''