Het bulderwoud

In het grote Bulderwoud,

Het bos waar echt geen mens van houdt,

Maar toch wel heel veel dieren wonen,

En bij ieder dier valt er wel iets te be-

kronen;

De sprinkhaan kan het verste springen,

De ratelslang is beroemd door al zijn

ringen.

De honingbeer kan het meeste eten,

Mevrouw eekhoorn is het best onder de

atleten.

En dan hebben we de spreeuw, die kan

het mooiste fluiten,

En dan Koning leeuw, die heeft de

meeste duiten.

De roekoe-duif heeft gouden veren

En de geleerde uil kan het beste leren.

De stier loopt het hardste tegen een

balk,

De scherpste ogen heeft meneer valk.

Iedereen kan dus wel iets goed,

Daarom is het dat daar geen ruzie toe

doet.

Eigen gedicht van Juliet van Rosendaal, 8 jaar, uit Amersfoort