Griep - Heerst altijd

De voorstelling `IK' gaat over het brein van Gustave Flaubert in de jaren dat hij aan `Madame Bovary' schreef. ,,Met zijn zessen spelen we een man alleen in zijn werkkamer.'

Hoe ziet de binnenkant van Flauberts hoofd eruit? Nou, dat is een ruim decor omringd door witte schermen waarop videoprojecties van de schrijver verschijnen. In het midden is een kleinere ruimte afgebakend met lange witte vitrages. Natuurlijk staat er een werktafel; niet met papier, pen en inkt, maar met een computer en wat elektronische instrumenten. (Flaubert: `Decorontwerp – Is geen kunst. Het voldoet om lukraak emmers verf tegen het doek te gooien en die vervolgens uit te smeren met een luiwagen. Licht, afstand en verbeelding doen de rest.') Er dwalen wat mensen rond, sommigen musiceren, anderen roepen teksten van de negentiende-eeuwse Franse schrijver of spelen pijnlijke scènes na uit zijn leven en zijn werk. Voorin Flauberts brein staat een meisje ritmisch in een microfoon te roepen. Zij somt lemma's op uit zijn Woordenboek van pasklare ideeën; handige gemeenplaatsen die altijd van pas komen in de conversatie:

Blondines – Vuriger dan brunettes (zie brunettes)

Brunettes – Vuriger dan blondines (zie blondines)

Negerinnen – Vuriger dan blanke vrouwen (zie blondines en brunettes)

Het muziektheaterstuk IK gaat over de geest van Flaubert, vooral over de vijf lange jaren dat hij aan zijn meesterwerk Madame Bovary zwoegde. We zien de sleutelscènes uit de roman, over doktersvrouw Emma die snakt naar een romantischer leven en dit vruchteloos zoekt in het banale overspel. De openingsscène is een discussie van vier stemmen in Flauberts hoofd over de keuze van het onderwerp, en over het bouwen van een mooie zin.

Schrijver en acteur Geert Lageveen: ,,We waren vooral gegrepen door de ontstaansgeschiedenis van Madame Bovary. Flaubert had eerst de novelle De verzoeking van de heilige Antonius geschreven en in twee dagen voorgelezen aan zijn vrienden. Ze adviseerden hem om het in de open haard te gooien. Een van hen raadde hem aan een boek te schrijven over een oud-leerling van zijn vader. Diens vrouw had hem bedrogen, geruïneerd, en had vervolgens zelfmoord gepleegd (Flauberts Woordenboek: Zelfmoord – Bewijs van lafheid). Flaubert begon met grote tegenzin aan dit `strafwerk'; zo'n saai, provinciaals onderwerp. De hoofdpersoon vond hij eerst een hysterisch wijf. Maar later ging hij zich steeds meer inleven, hij trok vrouwenkleren aan. Toen hij haar arsenicum liet slikken, voelde hij de smaak zelf in zijn mond, en was dagenlang van streek. Hij besefte: `dat hysterische wijf, dat ben ik.'

Het drietal Leopold Witte, Geert Lageveen en Beppe Costa (Artiesten – Niets dan losbollen. Wat zij doen kun je toch geen werk noemen?) maakten eerder de succesrijke voorstellingen De Gouden Eeuw, over de geboorte van onze natie in de zestiende en zeventiende eeuw, en Conijn van Olland, over koning Lodewijk Napoleon die ons land eventjes regeerde tijdens de Bataafs-Franse tijd (1795-1814). Beide lagen duidelijk in het verlengde van elkaar: muziektheater in een losse vorm over de vaderlandse geschiedenis. IK is heel anders. Lageveen: ,,Vorige keer namen we een hele eeuw, een heel land. Dat is heel veel. Dit keer beperken we ons en nemen een heel klein onderwerp: het hoofd van één man. We wilden bewust iets anders omdat we bang waren dat we onszelf zouden herhalen en in een niche van het theater zouden geraken, het educatieve hoekje `geschiedenisles met muziek'.'

Veel is niettemin hetzelfde gebleven, alleen wat uitgebreid. Lageveen en Witte schreven de tekst, Beppe Costa de muziek. Gijs de Lange is de regisseur. Actrice Tamar van den Dop, die De Gouden Eeuw reeds van warm stromend bloed voorzag, doet ook weer mee, onder meer als Emma Bovary. Nieuw is zangeres Maartje Teussink, die Costa bijstaat. Ook nieuw is Margôt Ros, met wie Van den Dop tijdens de repetities een aanstekelijk vrolijk duo vormt. Ros speelt onder anderen Louise Colet, de grote, tragische liefde van Flaubert. (Actrices – Zijn verschrikkelijk hitsig, slokken miljoenen op, vinden hun einde in het armenhuis. – Pardon! Sommigen zijn goede huismoeders.)

Ritmische opsomming

In het hart van de voorstelling zit de ritmische opsomming door Margôt Ros van lemma's uit Flauberts Woorderboek van pasklare ideeën; een verzameling napraatmeningen waarmee Flaubert de domheid en het clichématige denken van de burgerij wilde aantonen. Aanvankelijk had hij het plan om Emma Bovary louter in dit soort gemeenplaatsen te laten praten.

Griep – Heerst altijd

Toneelspelen – Doen we eigenlijk allemaal, in ons vak.

Neuken – Kun je tegenwoordig zeggen. Probeer zo nonchalant mogelijk.

Griep? Neuken? Die lemma's staan toch niet in Flaubert Woordenboek? Witte: ,,We hebben veel lemma's zelf bedacht, gemeenplaatsen die nu heersen, maar wel in de geest van Flaubert. Hij had ze trouwens ook niet zelf bedacht, hij heeft ze zijn hele leven opgetekend uit de mond van anderen. Het moesten natuurlijk wel clichés zijn die daadwerkelijk de ronde doen.'

Lageveen: ,,Flaubert was een kluizenaar die onvermoeibaar aan zijn oeuvre schaafde. Hij heeft prachtige, wijze zinnen geschreven, fantastische bespiegelingen. Maar hij was ook een vuilbekkende, hoerenlopende provinciaal. Hij kon ongelooflijk plat zijn. Die tegenstellingen willen we laten zien. Met zijn zessen spelen we een man alleen in zijn werkkamer. Je hebt bij ons geen vaste personages met wie je meeleeft, we vertellen geen lineair verhaal. Bij normale toneelstukken heb je een tekst, en de onuitgesproken gedachtes die eronder liggen. Wij spreken juist die gedachtes uit. Dat is moeilijk, ja. Onmogelijk zelfs. Maar het onmogelijke trekt ons aan.'

Anders dan in De Gouden Eeuw en Conijn krijgt de toeschouwer weinig informatie aangereikt om zichzelf een kader te vormen. Dat bovengenoemde gemeenplaatsen uit Flauberts Woordenboek komen, wordt in de voorstelling niet vermeld. Als Flaubert-fans een scène zien waarin Flaubert opschept tegen twee anderen over zijn frequente hoerenbezoek dan weten zij dat dit een van de roemruchtige diners bij restaurant Magny is, met de gebroeders Goncourt die deze ontmoetingen in hun Dagboeken beschreven. Maar degene die minder goed is ingevoerd, kan dit niet weten.

Witte: ,,In die scène willen we Flaubert de bullebak laten zien. Het doet er niet toe of je weet wie die andere twee kerels zijn. De voorstelling gaat over Flaubert, maar heeft ook een algemenere laag. De werking van de geest, daar gaat het ons om. Je kunt herkennen wat in je eigen kop gebeurt. Flaubert was doorlopend en langdurig met zelfonderzoek bezig. Nog nooit heeft iemand zo eindeloos, diep en meedogenloos naar zichzelf zitten kijken. Wie ben ik? Bij alle zwartgalligheid is hij ook ontroerend in zijn overgave en openheid.'

Synthesizerpioniers

Beppe Costa verzorgt de muziek bij de voorstelling. (Musicus – Het kenmerk van de ware musicus is dat hij géén muziek componeert, geen enkel instrument bespeelt, en dat hij virtuozen veracht). Costa: ,,Ik hou van volksmuziek, van hout en snaren. Maar ik heb nog een tweede grote liefde, waarmee ik tot nu toe minder deed: elektronische muziek. In de jaren zeventig hield ik al van synthesizerpioniers als Klaus Schultze en Deutsch Amerikanische Freundschaft (DAF). Die laatste groep heeft trouwens een grotere invloed op de dance-muziek gehad dan het commerciële Kraftwerk waar iedereen altijd zo hoog over opgeeft.

,,Voor IK schreef ik een elektronische soundtrack, meteen ook de reden waarom dit keer het podium niet vol met instrumenten staat: een computer past makkelijk op een tafeltje. Wat de link is tussen elektronische muziek en Flaubert? Ik dacht aan een brein, aan chips, circuits. Flauberts gedachten die rondzingen heb ik vertaald in loops. Ik maak lange lijnen met stuwende beats. Ik heb allerlei geluiden verzameld, paarden, treinen, kippen, klokken. Zo heb ik bijvoorbeeld een dorps-soundscape gecomponeerd voor de scènes uit Madame Bovary. In de verte hoor je de trein die naar Parijs gaat.' (Parijs – De grote hoer. Paradijs voor de vrouwen, de hel voor paarden) Voor de sterfscène van Emma Bovary heb ik een stuk voor twee heren en een dame geschreven. De heren sommen de effecten van arsenicum op, alsof ze een rozenkrans bidden bij de stervende Emma. Hoog daarboven hoor je de jammerklachten van Maartje Teussink: `Verlangen! Verlangen!' '

Net als in de vorige stukken speelt Costa ook mee, in een kleine maar bepalende rol. Het naturel spel en de merkwaardige uitstraling van de gedrongen Italiaan (Italianen – Allemaal musici. Allemaal verraders) maken hem geknipt voor de ontroerende rol van buitenstaander. In Conijn van Olland speelde hij de hoofdrol. In De Gouden Eeuw speelde hij God die een werkbezoek brengt aan de Republiek, het enige stukje wereld dat niet Hij, maar de Nederlanders zelf geschapen hebben. Nu speelt Costa de rol van Flaubert. Weer een hoofdrol zou je denken, behalve dat hij geen tekst krijgt en nogal passief en machteloos door zijn eigen hoofd banjert. De anderen spreken zijn gedachtes uit.

Costa: ,,Ik had dit keer moeite om mijn ruimte te vinden. Vorige keren was ik de musicus; dat kon ik wel afwisselen met een sprekende rol. Nu speel ik zelf niets live, ik hoef alleen maar tijdig op de startknop van mijn computer te drukken. Ik ben de dirigent, de geluidstechnicus op het toneel, ik moet overzicht houden. Dat vergt een andere concentratie dan zelf spelen. Daarom heb ik dit keer een zwijgende rol.'

Lageveen: ,,Iedere keer weer is de vraag: wat doen we met Beppe in de voorstelling.'

Witte: ,,Maar waarschijnlijk denkt hij dat omgekeerd ook van ons: wat moet ik met die acteurs in mijn muziekstuk?

Lageveen: ,,Daarom hebben we dit keer ook muziekles genomen. Witte speelt nu een beetje klarinet, en ik schuiftrompet.'

Een nieuw `pasklaar idee' voor het theater zou kunnen luiden: Muziektheater – Tekst verliest het altijd van de muziek. Is het slecht, zeg dan: maar de muziek was geweldig.

Witte: ,,We zien dat als een voordeel. Het mooie van muziektheater is dat je het kunt bouwen op de emotionaliteit die de muziek oproept. Daarom zit je niet zo vast aan de psychologie van de personages. Natuurlijk is het jammer dat we altijd bergen tekst moeten weggooien, en dat het resterende deel deels verloren gaat. Maar de muziek en het beeld brengen de voorstelling wel ver voorbij de tekst.'

`IK' gaat in première op 28 oktober in de Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 28 jan. Inl.: (020) 6060606 of www.orkater.n.l

Rectificatie / Gerectificeerd

Griep

De actrice onder op de foto bij het artikel `Griep - Heerst altijd' (Cultureel Supplement, 22/10) is niet Margôt Ros maar Maartje Teussink, die tevens zingt en musiceert.