Gefrustreerd Kosovo naar stembus

In het VN-protectoraat Kosovo wordt morgen een nieuw parlement gekozen. Voor de Albanezen is er maar één thema: wanneer komt de onafhankelijkheid? Voor de Serviërs is er maar één vraag: moeten ze meedoen?

Kosovo hangt in een vacuüm. Economisch gebeurt er vrijwel niets: de economische groei is nul, de werkloosheid is hoog. Investeerders laten zich niet zien zolang de toekomstige status van Kosovo – wordt het onafhankelijk of blijft het bij Servië horen? – onduidelijk blijft. En politiek hebben de Kosovaren weinig te vertellen: de dienst wordt uitgemaakt door het VN-bestuur.

Intussen smeult het onder de oppervlakte. Hoezeer het smeult, werd midden maart duidelijk, toen bij een plotselinge anti-Servische pogrom negentien mensen werden gedood, duizenden Serviërs op de vlucht werden gedreven en driehonderd huizen, kerken en kloosters van Serviërs in vlammen opgingen.

Als die korte, felle uitbarsting iets heeft aangetoond, dan was het dat UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo, ingesteld in 1999, faalt in het streven naar een multi-etnische samenleving. De Serviërs zitten al vijf jaar opgesloten in getto's; hun vrijheid van beweging is een illusie, want buiten die getto's zijn ze vogelvrij. De twee gemeenschappen leven in onmin naast, en niet in vrede met elkaar. Geen enkel project dat de schepping van een multi-etnische samenleving betreft is van de grond gekomen. Zelfs als er een rudimentair kader voor zo'n samenleving heeft bestaan, is dat in maart verwoest. Het etnische conflict is ingevroren.

De Servische regering en op één na alle Servische politici hebben om die reden de Kosovo-Serviërs opgeroepen niet te gaan stemmen voor de tien (van de in totaal 120) zetels die in het parlement sowieso voor de Serviërs zijn gereserveerd (de andere minderheden krijgen tien andere zetels). Twee organisaties van de Kosovo-Serviërs willen zo'n boycot. Ze voeren aan dat meedoen aan de verkiezingen neerkomt op ,,een amnestie'' voor het Albanese geweld van maart, op het overhandigen van ,,een reddingsvest'' aan het falende VN-bestuur en op het ondergraven van het voorstel van de Servische regering om de Serviërs in Kosovo intern zelfbestuur te geven.

De Kosovo-Serviërs zijn het echter onderling niet eens: Povratak (Terugkeer), de coalitie van Kosovo-Serviërs die nu 22 zetels heeft, wil wél deelnemen. Zij gebruikt het argument dat ook wordt gebruikt door de enige Servische politicus die de Serviërs heeft opgeroepen ondanks alles toch te gaan stemmen: president Boris Tadic van Servië. Hij voerde aan dat de Serviërs met een boycot van de verkiezingen hun recht op meebeslissen en meepraten weggeven en zichzelf buitenspel zetten. De oproep is hem inmiddels komen te staan op een afzettingsprocedure, want volgens zijn critici komt zijn advies neer op ,,hoogverraad''.

Ook de internationale gemeenschap is uiteraard voor deelname van de Serviërs aan de verkiezingen. ,,Het stemrecht is essentieel in een democratie. Het actief aanmoedigen van mensen om niet te gaan stemmen is antidemocratisch'', aldus UNMIK-chef Sören Jessen-Petersen.

Bij de Albanezen domineert maar één gevoel, dat van frustratie over het gebrek aan vooruitgang op politiek en economisch gebied. Elke Kosovo-Albanees kent de oorzaak: de aarzeling van de internationale gemeenschap om een besluit te nemen over de toekomst van Kosovo. Na de omverwerping van het Servische gezag in 1999 verwachtten de Albanezen dat hun streven naar onafhankelijkheid snel zou worden beloond. Dat is niet gebeurd, vooral omdat de internationale gemeenschap twijfelt aan de levensvatbaarheid van een Kosovaarse staat en nog meer omdat ze bang is met nieuwe grenswijzigingen de Montenegrijnen en de Bosnische Serviërs aan te moedigen in hún separatisme.

En dus blijft de internationale gemeenschap het thema voor zich uit schuiven – nu heet het dat pas midden volgend jaar over de toekomstige status wordt gesproken. Intussen blijven de bevoegdheden van regering en parlement beperkt: UNMIK maakt de dienst uit.

De Kosovo-Albanezen voelen zich het slachtoffer van de besluiteloosheid van de internationale gemeenschap. De status van het VN-bestuur lijdt daar zwaar onder: zijn reputatie ligt bij het nulpunt. Hetzelfde geldt voor de vredesmacht KFOR en de VN-politie, zozeer zelfs dat zij in maart ook het doelwit van aanvallen werden. Voor de zekerheid is KFOR met het oog op de verkiezingen met tweeduizend extra militairen versterkt tot in totaal 20.000 man.

Veton Surroj, een van de meest gerespecteerde waarnemers ter plaatse, hoofdredacteur van het blad Koha Dritore en inmiddels leider van een eigen partij, Ora (Uur), zei deze week tegen het persbureau Reuters dat Kosovo binnen zes maanden ,,een sociale explosie'' te wachten staat als er niet iets verandert. ,,De internationale gemeenschap werd in maart wakker geschud, maar ik denk niet dat ze al uit bed is'', zei Surroj. ,,Als de resultaten van de laatste verkiezingen worden herhaald, krijgen we dezelfde mensen en hetzelfde beleid, en dat zou catastrofaal zijn. In maart ontwaarde men het enorme vernietigende vermogen dat in deze samenleving vlak onder de opppervlakte ligt. En sinds maart is er weinig veranderd.''

Dat de verkiezingen van morgen om de honderd Albanese zetels dezelfde mensen opleveren, is waarschijnlijk, al vechten in totaal 27 partijen en partijencoalities om die honderd zetels. De partij van de intellectueel Surroj zal naar verwachting laag scoren, en de winst zal (weer) gaan naar de Democratische Liga van Kosovo (LDK) van de gematigde president van Kosovo, Ibrahim Rugova, de meer radicale, fel anti-LDK-gezinde Democratische Partij van Kosovo (PDK) van Hashim Thaçi, de vroegere leider van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, en de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo AAK van Ramush Haradinaj, voormalig commandant van het UÇK. Zij zijn allemaal voor de onafhankelijkheid van Kosovo. Haradinaj weet al dat die er komt: ,,In de herfst van 2005 uit de Albanese gemeenschap haar politieke wil en roept ze Kosovo uit tot onafhankelijke staat.''