Geen bijstand maar werk - als het er is

Sociale diensten krijgen meer vrijheid bij uitkeringen, maar zijn nu ook financieel verantwoordelijk.

De gekleurde stoeltjes van de wachtkamer zijn niet bezet. Voor de enige balie die open is staat één klant. Zeven van de tien spreekkamers zijn leeg.

Het lijkt rustig bij de sociale dienst van Zoetermeer, maar achter de deuren vindt een cultuuromslag plaats waar iedereen die in de toekomst een bijstandsuitkering aanvraagt mee te maken krijgt.

Die omslag heeft te maken met de nieuwe doelstelling van de sociale dienst. In die doelstelling klinkt het kabinetsbeleid in zijn zuiverste vorm door. ,,Het motiveren van mensen richting werk'', zegt medewerker Koos van Buren. Al is de gemeente al lang niet meer een uitkeringsfabriek – dat lokale ambtenaren nu actief bezig zijn mensen aan het werk te helpen is wel het andere uiterste.

Op zijn kantoor legt Van Buren uit hoe dat vroeger ging. Tot het begin van dit jaar kregen `kansrijke' werklozen zes maanden de tijd om werk te vinden, nadat ze zich bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) hadden gemeld. Tot het werk gevonden was, konden ze in principe een bijstandsuitkering krijgen. Duurde het langer, dan ging de sociale dienst bemiddelen door contact op te nemen met een reïntegratiebedrijf. Acht uur begeleiding per week moest voor werk zorgen.

Drie weken geleden veranderde dit grondig. Een proefproject, Work First, moet werklozen snel aan werk helpen. Ze krijgen niet na zes maanden bemiddeling, maar kunnen al een week na hun CWI-bezoek een `traject' ingaan, met twintig uur per week begeleiding. Het Zoetermeerse afdelingshoofd Hans van Lier ,,verwacht wel een flinke inzet en motivering van mensen''.

Deze aanpak is niet uniek. In Amsterdam komen gemeente, CWI, werkgevers en reïntegratiebedrijven bijeen op een zogenoemde `marktplaats'. De tendens is een steeds grotere samenwerking tussen de verschillende instanties om bureaucratie en langs elkaar heenwerken te voorkomen.

Volgens Tof Thissen, voorzitter van Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten, ontstaat een grote verscheidenheid aan projecten.

Tegenover de vrijheid – die de leden van Divosa toejuichen – staat een financiële belasting. Van Lier: ,,De strategie van het rijk is dat ze meer uit handen geven, maar ook snijden in de budgetten.'' Terwijl gemeenten in het verleden bij het rijk terecht konden voor de betaling van bijstand, krijgen ze nu een zak geld die niet wordt aangevuld als hij leeg is.

Voor het deel dat aan bijstandsuitkeringen kan worden uitgegeven, krijgt Zoetermeer dit jaar 27,9 miljoen euro. Volgens Van Lier is 31 miljoen nodig. Door te schuiven in haar begroting moet de gemeente het gat dichten. Volgend jaar worden de problemen groter. Dan verwacht de gemeente 36 miljoen euro aan de uitkeringen uit te geven, terwijl het rijk daarvan slechts 30,3 miljoen vergoedt.

Ook landelijk zijn er twijfels. ,,We zijn erg voor eigen verantwoordelijkheid van de burgers, maar dan moet je wel een overheid hebben die dat mogelijk maakt. Zelfs in de hoogconjunctuurdagen was het voor een groep mensen heel erg moeilijk om werk te vinden'', zegt Divosa-voorzitter Thissen. Hij is blij dat ,,de bedilzucht'' vanuit Den Haag aan banden is gelegd, maar vreest de financiële gevolgen. ,,Want uit het fonds met geld voor scholing, training en andere activiteiten om mensen aan het werk te krijgen is al onder Paars 650 miljoen bezuinigd.''

Het is aan de gemeenten hoe ze het geld dat ze krijgen willen besteden. ,,Je kunt er voor kiezen gesubsidieerde banen in stand te houden, maar dan kun je weinig aan reïntegratie zelf doen'', zegt Van Lier.

Zoetermeer koos voor het laatste. Het lukt de gemeente een deel van de gesubsidieerde banen om te zetten in vaste, maar dat kost per betrokkene 12.000 euro rijkssubsidie én nog eens 12.000 euro van de gemeente. Kansrijke klanten krijgen voor dat geld intensieve begeleiding, scholing en cursussen. Over een half jaar moeten ook de minder veelbelovende klanten aan de beurt komen.

Ook fysiek moet de afstand kleiner worden tussen bijstandsconsulenten, die zich vooral met toekenning van wettelijke uitkeringen bezighouden, en de klantmanagers, die persoonlijk met de klant aan de slag gaan op weg naar werk. Nu zitten ze nog van elkaar gescheiden.

Jet ter Halle, teamleider van de dienst, wijst op de lange rij kamers. ,,We gaan de klantmanagers en de bijstandsconsulenten naar elkaar toe trekken.'' Met andere woorden: uitkering en werk worden bij elkaar gebracht.