Gaten in het eindeloze wegdek

Amerika is zichzelf kwijt, meent de journalist Jan Donkers. Een Nederlandse journalist en amerikanofiel beschrijft zijn persoonlijke ontgoocheling met het land van de onbeperkte mogelijkheden.

Zelfs Amerika kan zijn charmes verliezen. Dit boek van een ervaren en hartstochtelijke amerikanofiel is voor de auteur zelf tenminste een keerpunt, het verslag van een voorbije liefde. `Ik realiseer me met een niet geringe wrangheid', schrijft hij in De tweede Amerikaanse eeuw, `dat het Amerika waarvan ik hield blijkbaar een Amerika van het verleden was'. Het bewind van president George Bush junior en de omwentelingen die hij in eigen land en internationaal heeft teweeggebracht, is een belangrijke oorzaak van zijn teleurstelling. Maar zelfs de ooit zo geliefde radio is niet meer dezelfde: op alle zenders klinkt dezelfde sliert oude popdeuntjes (Hotel California!) die eindeloos worden afgedraaid na de economische concentratie van oude lokale radiozenders in een handjevol grote mediabedrijven.

Jan Donkers, ervaren journalist, radiomaker en romanschrijver, kwam sinds de vroege jaren zeventig zeer regelmatig in Amerika. Hij verbleef er twee keer als writer in residence aan de universiteit van Texas in Austin, de meest recente keer al onder het presidentschap van Bush en na de terreuraanslagen van 11 september 2001. Gaandeweg bekroop hem daar het gevoel dat dit niet met `zijn' Amerika was, het land waarvan hij hield. Het verslag van die deceptie is te vinden in zijn boek, een bundel sociale en culturele reportages waarvan een aantal eerder zijn verschenen, onder andere in deze krant.

In het eerste hoofdstuk beschrijft Donkers de onduidelijke uitslag van de presidentsverkiezingen van 2000, het gesjoemel met stembriefjes en stemmachines in Florida en de daaropvolgende procedures, waarna Bush alsnog door het Amerikaanse federale hooggerechtshof op het schild werd geheven. Donkers verbaast zich over de betrekkelijk geringe opwinding over de dubieuze uitslag. Op reis heeft een vliegtuigpassagier naast hem een antwoord: ,,Amerikanen vinden alleen de race leuk tot op de dag van de verkiezingen. Als er geen winnaar is, verliezen ze hun belangstelling.'' Aan die uitleg kun je toevoegen dat veel Amerikanen nu eenmaal niet graag wonen in een land zonder duidelijke leiding, zonder president. Liever de verkeerde president dan nog langere onduidelijkheid, moeten veel burgers hebben gedacht.

Donkers vertrekt naar Texas begin 2003, wanneer president Bush de aanval op Irak aan het voorbereiden is. Zestien jaar eerder kwam hij er ook, aan de universiteit van Austin, met de `sluimerende illusie' om Amerika met de Amerikanen te worden. Daar is dit keer geen sprake meer van. Hij ergert zich aan de arrogantie waarmee Amerika zich op het wereldtoneel begeeft, verlangt naar zijn kleinkind in Nederland, en bespeurt bij zichzelf het gevoel dat hij `naar het land van de vijand' gaat.

Dynamiek

Donkers is een klassieke liberal, gegrepen door de optimistische dynamiek van Amerika, maar ook geverseerd in de linkse tegencultuur en muziek van de jaren zestig, waarover hij in Nederland jarenlang verslag deed. Interessant is daarom zijn weekboek over de groeiende patriottische oorlogsstemming in het land, die hem zeer tegen de borst stuit, en het geringe tegenwicht dat de Amerikaanse media daartegen bieden. De meeste landelijke televisiezenders behandelen de komende oorlog tegen Irak als een sportwedstrijd, als een opwindende showdown met Saddam. Als Bush het sein tot de aanval geeft, smoren ook de laatste dissidente stemmen en verdwijnen de bordjes American for peace uit de voortuinen in zijn woonwijk. In oorlogstijd gaan de mensen achter de president staan. In discussies met studenten in de collegezaal moet hij steeds omzichtiger worden.

Donkers trekt de lijn die hij in de eerste twee hoofdstukken uitzet helaas niet verder door. Na zijn hoofdstukken over de verkiezing van Bush en de opbouw van de oorlog met Irak volgen twee reportages over de populaire grote luxejeeps, (`benzinesponsen') en over de eeuwig voortschrijdende vervetting van Amerikanen. Daarna komen een liefdevolle beschrijving van unieke Americana, karakteristieke Amerikaanse volksmuziek, en een ontmoeting met de schrijver Larry Mc Murtry (Lonesome Dove) in diens verlaten Texaanse oord, waar hij er een bookranch van vier antiquarische winkels op nahoudt. In veel reportages zoekt Donkers geestverwanten op, vaak progressief-liberale Amerikaanse musici en schrijvers die meestal zijn groeiende afschuw van het eigentijdse Amerika delen, maar die net als hij buitenstaanders zijn geworden en dus minder goed kunnen vertellen waar het heengaat. Hij spreekt met romanschrijver en essayist Gore Vidal, en met de inmiddels 93-jarige radiomaker en interviewer Studs Terkel, die oral histories schreef van onder meer de Tweede Wereldoorlog.

Veel stukken – vooral die over Texas – zijn origineel en informatief, maar Donkers komt er niet aan toe om zijn geïnformeerde teleurstelling in de koers van Amerika systematisch uit te diepen. Zijn `fysieke' afkeer van Bush deelt Donkers met veel Europese lezers maar dat biedt nog geen verklaring voor de hardnekkige populariteit die Bush in eigen land geniet. Ondanks het fiasco in Irak en de groeiende werkloosheid, kan hij volgens de peilingen nog altijd rekenen op de steun van ongeveer de helft van het electoraat.

De verschillen tussen Amerikanen en Europeanen gaan bovendien dieper dan het karakter en het beleid van een president. Donkers ziet dat ook wel en in sommige reportages stipt hij een aantal ingrijpende veranderingen van Amerika aan, zoals de angst voor terreur, het christelijke fundamentalisme en de invloed van ultrarechtse talk radio. Daarbij komt de geringe belangstelling die de meeste Amerikaanse kiezers hebben voor het buitenland. Maar een methodische behandeling van de vraag waarom de tweede Amerikaanse eeuw Donkers zoveel minder aanstaat dan de eerste, is deze bundel nog niet.

Anders dan Donkers wil Frans Verhagen in Bush is dom en 37 andere clichés een aantal oordelen van Nederlandse lezers over Amerika juist tegenspreken. Anders dan Donkers beschuldigt deze exploitant van de informatiesite Amerika.nl de Europeanen juist van arrogantie. Bush is niet `dom', schrijft Verhagen bijvoorbeeld, en hij wijt dat oordeel aan luie opiniemakers, `gefrustreerd gepruttel van linkse critici en gefrustreerde journalisten'. Presidentsverkiezingen zijn bovendien geen intelligentietest, maar een proeve van vertrouwen in leiderschap.

Paradijs

Maar met een aantal clichés over Amerika is Verhagen het eens, bijvoorbeeld dat Amerika een paradijs voor immigranten is, dat Amerikanen verslaafd zijn aan genotmiddelen en dat ze vaak lijden aan overgewicht. Verhagen schrijft minder mooi dan Donkers en als stilist schuwt hij het gebruik van clichés niet, maar hij onderbouwt zijn opstellen met interessante feiten en cijfers, zoals de toelatingstest tot Yale, die door Bush heel redelijk was gemaakt.

Soms geeft hij bepaalde clichés ook een nuance, of een nieuwe draai. Het idee dat Amerikanen conservatief zijn, klopt volgens Verhagen, op terreinen als moraal, familie en godsdienst. Maar diezelfde conservatieve Amerikaan gelooft niettemin van harte in de mogelijkheid om de wereld ten goede te veranderen, en is dus veel minder sceptisch over maakbaarheid en vooruitgang dan Europese conservatieven die zich laten inspireren door Edmund Burke.

Verhagen bevestigt ook de door Donkers gesignaleerde schraalheid van het Amerikaanse radiolandschap, maar meent dat de Amerikaanse publieke omroep de diversiteit bij de media nog enigszins in stand houdt. Verhagens Bourbon-glas is dus nog duidelijk halfvol, terwijl Donkers meer let op wat hij niet meer kan drinken. Verhagen meent dat Amerika en Europa niet noodzakelijk verder uit elkaar drijven en waarschuwt dat Europeanen zich niet blind moeten staren op verschillen die er altijd al zijn geweest. Uiteindelijk hebben Amerika en Europa hetzelfde belang bij internationale stabiliteit, olieleveranties, beperking van massavernietigingswapens, democratie en mensenrechten.

Verhagen beschouwt `wij kennen Amerika' als het grootste cliché. Hij probeert met zijn stellingen die Europese waanwijsheid zoveel mogelijk uit te dagen. Jan Donkers laat daarentegen zien dat kennis van zaken lang niet altijd tot een pro-Amerikaans standpunt leidt.

Jan Donkers: De Tweede Amerikaanse Eeuw. Atlas, 347 blz. €24,90

Frans Verhagen: Bush is dom en 37 andere clichés over Amerika. Het Spectrum, 200 blz. €9,95