EU op de bres voor consument

Bij de liberalisering is Europa de zwakke positie van de consument vergeten. Brussel wil dit nu goedmaken. ,,Anders verlies je het vertrouwen.''

In een van zijn laatste toespraken als eurocommissaris moest David Byrne (Consumentenzaken) gisteren erkennen dat het vertrouwen van Europeanen in goederen en diensten van andere landen laag is. De Europese Commissie was de afgelopen jaren vooral bezig met de uitbreiding van de Europese Unie. Bij nieuwe wetgeving werd veel gelet op de belangen van het bedrijfsleven, zei Byrne op de Conferentie Consumer Policy in Amsterdam. Versterking van de macht van de consument werd vrijwel vergeten.

Dat is verkeerd, oordeelde staatssecretaris Karien van Gennip (Economische Zaken). De onbalans tussen de macht van het bedrijfsleven en de consument is te groot. ,,Ik wil een emancipatiebeweging voor consumenten op gang brengen'', zei Van Gennip. ,,Ik ga ze helpen weloverwogen keuzes te maken om diensten en goederen te kopen in een betrouwbare EU-markt.''

Ze doelde op recent onderzoek waaruit blijkt dat 45 procent van de bevolking in de EU minder vertrouwen heeft in de kwaliteit van producten en diensten uit andere lidstaten. Die terughoudendheid stijgt naar 90 procent als het gaat om het winkelen via internet. ,,De helft van de mensen denkt dat de wet hen geen bescherming biedt tegen ondeugdelijke waar of oplichterspraktijken uit andere landen'', vertelde Byrne.

In zijn laatste jaren als eurocommissaris, volgende week maakt hij plaats voor opvolger Markos Kyprianou, bereidde Byrne veel wetgeving voor. Kyprianou moet die binnenkort door het Europees Parlement loodsen. Een voorstel betreft bescherming van burgers tegen langdurige blootstelling aan chemische producten en er staat een EU-regel op stapel die consumenten beschermt tegen oneerlijke handelspraktijken.

Over twee jaar moeten alle EU-lidstaten een Autoriteit Consumenten hebben, die vergelijkbaar is met bijvoorbeeld AFM (Autoriteit Financiële Markten) en NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit). Nederland loopt met de oprichting ervan niet voorop. In de wandelgangen zei Van Gennip dat de Nederlandse Autoriteit Consumenten pas in de zomer van 2006 van start gaat. Daarmee is Nederland het op één na laatste land dat geschillen tussen consumenten uit Nederland en de andere lidstaten mag beslechten.

Van Gennip en Klaske de Jonge, directeur van de Consumentenbond, hoopten dat die laksheid het gevolg was van de relatief sterke positie van de Nederlandse consument. Nederland heeft geschillencommissies voor rond dertig branches, waar consumenten voor enkele tientjes een klacht kunnen indienen en niet lang hoeven te wachten op een uitspraak. De Jonge wees tussen de regels ook op de macht van haar eigen organisatie, met ruim 600.000 Europa's grootste consumentenbond.

Die Autoriteit Consumenten is nodig omdat de regelgeving in de EU-lidstaten sterk van elkaar verschilt. In sommige landen luisteren ondernemers naar de uitspraken van een consumentenbond (bijvoorbeeld Polen), burgers in andere landen stappen liever naar de rechter (Duitsland en Slovenië). Soms zijn er geschillencommissies, zoals in Nederland, maar in bijvoorbeeld Finland zijn deze er weer voor te weinig sectoren. In andere landen duurt het lang voordat een oordeel is geveld omdat regionale en nationale overheden elkaar tegenwerken (Spanje). In Denemarken en Finland publicereren niet-gouvermentele organisaties een zwarte lijst van ondernemingen die weigeren uitspraken van geschillencommissies op te volgen. ,,Dat werkt erg goed'', vertelt directeur Annelise Fenger van de Deense Bond voor Consumenten.

Het bedrijfsleven hoeft helemaal niet bang te zijn, probeerde Van Gennip de directeur van Unilever Nederland, Kees van der Waaij, gerust te stellen. De multinational was minder enthousiast over de Autoriteit Consumenten, waarbij in de hele EU dezelfde regels gelden. Hij meende, tot verbazing van enkelen, dat dit soort regelgeving het beste per land geregeld kan blijven, omdat de landen teveel van elkaar verschillen.

,,We moeten de belangen van de consumenten niet meer vergeten in de Europese politiek'', zei Van Gennip. ,,Dit onderwerp moet een hoge prioriteit krijgen op de politieke agenda.'' Dat is ook in het voordeel van het bedrijfsleven, meende de staatssecretaris. ,,Als consumenten meer vertrouwen krijgen in de handel met andere EU-landen, is dat ook goed voor ondernemingen. Vertrouwen van consumenten geeft het startschot voor nieuwe economische groei. Dan pas gaat de EU werken.''