EU kan geen stap zetten zonder de VS

Een spook waart door Europa. Zijn naam is `humanitair imperialisme'. Het is nooit ver weg geweest. Tenslotte werd ook het kolonialisme aangedreven door humanitaire krachten. Twee `humanitaire imperialisten' zijn onlangs en kort na elkaar in deze krant aan het woord geweest: Niall Ferguson en Robert Cooper, beiden Britten, beiden met boeken op hun naam die de aandacht hebben getrokken, beiden waarschuwende stemmen. Hun waarschuwing kan eenvoudig worden samengevat. Amerika is niet in staat de orde in de wereld te handhaven. Europa zou zich moeten verenigen in een poging dat wel te doen. Cooper zit als directeur-generaal externe en politiek-militaire zaken van de Europese Unie het dichtst bij het vuur. Ferguson twijfelt behalve aan het Amerikaanse ook sterk aan een Europees imperium.

Het is niet verrassend dat het Britten zijn die voor een nieuw imperialisme kiezen. Groot-Brittannië is langer dan een eeuw de succesvolste imperialistische mogendheid ter wereld geweest. Fergusons denken en schrijven sluit rechtstreeks bij die geschiedenis aan. De titel van een eerder boek van zijn hand Empire, How Britain Made the Modern World, spreekt voor zichzelf. Misschien ligt de verklaring voor het enthousiasme waarmee enkele andere Europese landen Amerika in Irak aanvankelijk zijn bijgevallen eveneens in hun imperialistische verleden.

Er valt voor Europa van de Britse geschiedenis nog wel het een en ander te leren. We moeten volgens Ferguson, zo vatte deze krant samen, het Britse rijk niet langer zien in termen van overheersing en koloniale uitbuiting, maar als pionier van de mondialisering en de verspreiding van democratie en rechtsstaat. Dat schept ruimte voor Europa. Zolang het maar de juiste doelen nastreeft is, Fergusons redenering volgend, een snuifje imperialisme precies wat het nodig heeft.

Opeens is het glas dat lange tijd half vol dan wel half leeg was, al naar gelang het oordeel van de beschouwer, tot de rand toe gevuld. Sinds de val van de Muur heeft het denkend deel van Europa zich beziggehouden met de vraag wat de plaats van het verenigd Europa in de wereld zou moeten zijn. Veel is gepraat en geschreven over de ene stem waarmee de EU zou moeten spreken, een kakofonie veroorzakend die een direct gevolg was van een spottende opmerking van de Amerikaanse staatsman Kissinger. Deze verklaarde eens niet te weten welk nummer hij moest draaien als hij met Europa wilde spreken.

Die ene stem is sindsdien bijkans een obsessie geworden, maar men is niet verder gekomen dan ingewikkelde rekensommen over de wijze waarop de macht over de verschillende lidstaten dient te worden verdeeld. Of die rekensommen ooit zullen uitmonden in een uitvoerbaar en algemeen gedragen besluit, moet worden afgewacht.

Wat ontbreekt is ook maar het begin van een antwoord op de vraag wat de Europese stem zou moeten zeggen. Er kwam een woordvoerder voor het buitenland, er kwam een Europese snelle reactiemacht, er zijn enkele voorzichtige aanzetten tot militaire en politiële optredens buiten de Uniegrenzen, maar er is geen Europees buitenlands beleid dat eenstemmig ten gehore zou kunnen worden gebracht.

Dankzij Ferguson en Cooper is een raam geopend waardoor Europa een blik kan werpen op het beloofde land, waar sprake zal zijn van een wereldwijde ordening naar Europees inzicht, herinnerend aan wat Europese landen, weliswaar in gewapende onderlinge concurrentie, in het verleden allemaal tot stand hebben gebracht, maar ditmaal wortelend in nieuwe Europese eensgezindheid. Normen en waarden staan vast en zonodig zal Europa's eigen krijgsmacht deze handhaven.

De tijdgeest is er naar. Het Amerikaanse debacle in Irak heeft zo zijn gevolgen. Ook hier is er een simpele verklaring voor het feit dat het besef van de omvang en de betekenis van dat debacle vooral is doorgedrongen in Groot-Brittannië. De Britse regering is immers Amerika's trouwste partner in dit avontuur geworden – dat volgens Ferguson overigens op een leugen is gebaseerd.

Voorstanders van humanitair imperialisme zijn geschokt door het falen van de Amerikanen, juist omdat zij meenden dat een door het Westen geleide nieuwe wereldorde een zegen voor de mensheid zou betekenen. In plaats van die orde dichterbij te hebben gebracht, hebben de Amerikanen met hun interventie in Irak haar nagenoeg onmogelijk gemaakt.

Intussen moet het Europa er niet uitsluitend om gaan de wereld mooie dingen als vrije markt en democratie te brengen. Cooper wijst erop dat Europa daarnaast de minder mooie dingen uit de landen om ons heen buiten de deur moet houden. Hij zegt daarover zinnige dingen, waar hij het door president Bush geijkte begrip `Oorlog tegen het Terrorisme' afwijst. ,,Ik praat liever over een campagne. Oorlog suggereert een puur militaire aanpak, maar bestrijding van terrorisme vergt veel meer.'' Cooper wijst erop dat als je een stad intrekt en alles opblaast, je slechts vijanden maakt. ,,Dat is niet de manier om terrorisme tegen te gaan.''

Akkoord. Dat is een belangrijke constatering om de grenzen aan te geven waarbinnen een Europees humanitair imperialisme zich zou moeten ontwikkelen. Maar achter die constatering ligt een vraag waarop geen antwoord wordt gegeven. Wat is de bron van het internationale terrorisme en wat is de katalysator ervan? Wie trekt wel een stad binnen, blaast alles op en maakt slechts vijanden? Is het niet juist de nauwe verbondenheid met de Verenigde Staten en met het Midden-Oostenbeleid van dat land die Europa tot doelwit maken van internationaal terrorisme? De gijzeling van twee Franse journalisten in Irak is aangegrepen om te onderstrepen dat afstandelijkheid ten aanzien van Amerika Frankrijk niet vrijwaart van de bloedige praktijken van de radicale islam. Maar die gijzeling kan niet los worden gezien van de omstandigheden die sinds de inval van maart vorig jaar in Irak zijn geschapen.

Als de EU in het Midden-Oosten al afstand zou kunnen nemen van de VS (op het hoogtepunt van de Koude Oorlog zijn Europese staten daarvoor in het Verre én in het Midden-Oosten niet teruggeschrokken), is het van het grootste belang niet in de zelf opengezette val van de zelfoverschatting te lopen. Zij speelt de Amerikanen nu parten, maar ook Europa zal er niet resistent tegen zijn. Dat ten minste heeft het verleden ons wel geleerd.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.