Ether op de hamerkopjes

Michel Brandjes stemt vleugels van meesterpianisten perfect voor hen af. ,,Ook de toestand van de lucht telt.''

Zelfs de wekelijkse rondleiding voert er doorgaans niet langs. De daglichtloze vleugelberging in de catacomben van het Amsterdamse Concertgebouw is weinig meer dan een schimmig werkhok dat krap ruimte biedt aan twee vleugels. Een `oude' Steinway uit 1996 staat er toets aan toets met een nieuwe uit 2002. Degene die er het meest is te vinden, is pianostemmer Michel Brandjes (43). Pianisten die in het Concertgebouw komen spelen, vragen of eísen zelfs zijn aanwezigheid, om ervoor te zorgen dat één van de twee Steinways precies op hun persoonlijke wensen is afgestemd. Daniel Barenboim, Alfred Brendel en Maria João Pires gaan het risico van een middelmatig technicus het liefst uit de weg. Zij nemen Brandjes en zijn gereedschapskoffertje vaak gewoon mee op tournee.

In het Concertgebouw is stilte zelfs in de kelder een breekbaar begrip. Het is zaterdagavond, kort voor acht uur. Achter de deur van de vleugelberging klinkt het geluid van een zich warm blazende trompettist. Brandjes sleutelt stoïcijns aan de vleugel waarop de daaropvolgende avond Boris Berezovski een recital zal geven. ,,Boris is extreem makkelijk'', lacht Brandjes. ,,Een echte Russische topvirtuoos. Hij kan alles en speelt ook op alles.''

Toch blijkt er veel te moeten gebeuren. Het stemmen van het instrument is daarbij niet het eindpunt, maar het begin. ,,Dit instrument moet vooral iets helderder gaan klinken'', vindt Brandjes. ,,Ik heb het geluid onlangs juist wat ronder gemaakt voor Maria João Pires die wél zeer veel belang hecht aan alle finesses van de klank.''

Om dat effect af te vlakken, komt er een flesje etherlak op tafel. ,,Daar heb ik een speciaal dealtje voor gesloten met de apotheker'', fluistert Brandjes, en brengt met een penseeltje druppels van de vluchtige lak aan op alle hamerkopjes van de vleugel.

Nieuw leven

Brandjes heeft de nieuwste Steinway zelf uitgezocht, vertelt hij. Zo'n nieuw instrument wacht dan een arbeidzaam leven van tien jaar in de Grote Zaal. Daarna gaat die vleugel, bijvoorbeeld, naar de Kleine Zaal.

,,De klank van de instrumenten is na een decennium een stuk voller, dieper, breder en Mahlerachtiger geworden'', vindt Brandjes. ,,Het klinkt tegenstrijdig, maar dat maakt ze geschikter voor kamermuziek. De Grote Zaal heeft al een brede klank. Daar moeten de vleugels een zekere helderheid hebben.''

Als pianotechnicus is Brandjes vrijwel wekelijks in het Concertgebouw aan het werk. Daarenboven is hij de vaste stemmer van de serie Meesterpianisten van impresario Marco Riaskoff. Die verworvenheid dankt Brandjes direct aan pianist Alfred Brendel. Brendel geniet een horrorreputatie, omdat hij met zijn overgevoelige gehoor soms een volle nacht worstelt met het afstellen van de klank van elke toets, en er naar verluidt zelfs niet voor terugdeinst met een ordinaire vork op de hamerkoppen in te steken. Maar tussen Brandjes en Brendel zat het meteen goed. Voor een concert in de serie Meesterpianisten verkoos Brendel, vijftien jaar geleden, de bij Brandjes thuis gestalde huurvleugel boven de Concertgebouwinstrumenten. Terug in Amsterdam vroeg Brendel opnieuw om Brandjes en zijn instrument.

Voor Brendel telt vooral de intensiteit van de klank; met tientallen diepe steken van een speciale naald wordt de klank van elke hamerkop zorgvuldig geïntoneerd. Als Michaïl Pletnev komt, weegt ook de afregeling in sterke mate mee. Pletnev wil minder `diep' tasten in het klavier, dus schuift Brandjes flinterdunne papiertjes onder de toetsen.

Brandjes ambieerde vanaf zijn zestiende geen ander beroep dan pianostemmer. ,,Ik was van huis uit geïnteresseerd in techniek én muziek'', zegt hij. ,,Tijdens het piano studeren zette ik altijd de klep van de piano open om een groot geluid te genereren. Mijn tien broertjes en zusjes deden ook allemaal wel iets met muziek.''

Ruim dertig jaar heeft Brandjes nu pianoles, en hij speelt dienovereenkomstig goed. Pianiste Maria João Pires heeft hem als vriendendienst wel eens een les gegeven, en zijn echtgenote, de Russische pianiste Olga Choziajnova, staat hem óók bij. Dat verklaart iets van Brandjes' fijnzinnigheid als technicus. Maar het is vooral zijn belangstelling voor de wisselwerking tussen muziek en techniek die hem zijn grote voorsprong geeft, vinden de pianisten.

Gedurende zijn stille uren in de vleugelberging heeft Brandjes veel nagedacht over de werking van de piano en het hoe en waarom van de intensiteit en de glans van het geluid. Het bracht hem tot een originele opvatting over het belang van toucher, de manier waarop de toets wordt aangeslagen. ,,De meeste mensen zien de piano nog steeds als een percussie-instrument'', zucht hij. ,,De toets wordt ingedrukt, de hamerkop slaat tegen de snaar. Punt. Maar er gebeurt zo ontzettend veel meer in al die minieme scharnier- en verbindingspuntjes! Wanneer ik droog een toonladder speel, merk je al dat de duim een stuk botter klinkt dan de pink. En dan doel ik niet op een contrast tussen hard of zacht, maar op het karakter van de klank. Waarom klinkt de pink zoveel glanzender? Zulke vragen probeer ik te beantwoorden.''

Dergelijke klankverschillen lijken in een huiskamer triviaal, maar in het Concertgebouw zijn ze cruciaal. ,,Aan de manier waarop één nootje tegen het pleisterwerk kaatst herken je de meester'', vindt Brandjes. ,,In een akoestiek als die van de Grote Zaal speelt alles mee. De kwartnoten weerkaatsen in de ene hoek, de zestienden in de andere hoek.''

Brandjes werkt hij bij voorkeur 's nachts aan het afregelen van de instrumenten. Niet in de enge berging, maar in de lege ruimte van het podium van de Grote Zaal. ,,Rond een uur of vier 's nachts is het daar dan zo stil, dat ik een fiets op het Museumplein langs kan horen komen'', zegt hij. ,,Geluid betekent veel voor me. Ik zou ook niet graag willen wonen in een huis zonder houten vloer. Wist je dat pianiste Maria João Pires net als Mozart is geboren in een ruimte met een mooie akoestiek? Ik ben ervan overtuigd dat dat de hersenen van een begaafd kind beïnvloedt.''

Gereedschapskoffer

Het is kwart voor zeven. ,,Kwart voor zeven?'' Vanuit zijn gebogen houding over het klavier springt Brandjes op en grijpt zijn gereedschapskoffer met tangen, naalden, schroevendraaiers, papiertjes, sapjes en reserveonderdelen. Binnen een minuut is hij in de Kleine Zaal, waar Ronald Brautigam die avond een jubileumconcert geeft. Brandjes verkent het instrument met tastende akkoorden, tot Brautigam vanuit de coulissen het podium oploopt.

,,Hallo Michel! Ik herkende je aan je d-klein akkoord. Wil je koffie?''

Brandjes: ,,Ha, dit is de eerste keer in de dertien jaar dat ik voor Ronald werk dat hij me koffie aanbiedt!''

Terwijl hij stemt, maakt Brandjes met zijn vrije hand onbewust vlinderachtige bewegingen door de lucht. ,,Wanneer je begint als stemmer, denk je dat het vak draait om het wegdraaien van zwevingen in de klank'', zegt hij. ,,Later, na een jaar of acht, wordt dat een automatisme. Dan probeer je bovendien iets moois te creëren. Als dat lukt, ben je wéér tien jaar verder.''

Het pure stemmen is droog en controlerend. Brandjes. ,,Hoe je ook stemt: uiteindelijk is veel meer dan alleen het stemmen van invloed op de ervaring van die klank. En dan doel ik óók op de zuiverheid. Het toucher van de pianist telt, maar ook de zaal en de toestand van de lucht. In het Concertgebouw is de lucht gedurende de eerste twaalf minuten van een concert onrustig van het publiek dat net is gaan zitten. Daarna wordt alles kalm. Dat is geen verzinsel. Dat hóór je.''

In zijn liefde voor het optimale geluid bestudeerde Brandjes de afgelopen jaren hoe pianisten spelen. De conclusie: een ideaal toucher accelereert een beetje.

Brandjes: ,,Als je de toets bij het aanslaan een vaartje geeft door als het ware `in de toets' te spelen en te richten, optimaliseer je de energie van de hamersteel. Het is me opgevallen dat de meeste grote pianisten vanzelf zo aanslaan. Maar op het podium spelen zenuwen, en dan is het goed om de fysica achter de zwarte klep te kennen.''

Brandjes is zich er van bewust dat de ruimte vóór die zwarte klep – het klavier – feitelijk `niet het terrein van de technicus is'. Hij verontschuldigt zich zelfs voor zijn belangstelling. ,,Wist je dat het diepteverschil tussen een ingedrukte en een niet ingedrukte toets slechts tien millimeter bedraagt? Daar moet het dus allemaal uitkomen, de muziek, de interpretatie, de verschillen tussen de ene en de andere pianist.

,,Pianisten maken niet, zoals strijkers, hun eigen intonatie. Het gaat allemaal om de toon. Wat je van een mooi recital bijblijft, is niet de virtuositeit, maar die ene simpele melodie. En dan heeft het kleinste verschil in de klank meteen dramatische gevolgen.''

Van alle meesterpianisten met wie Brandjes werkt, is zijn contact met Maria João Pires het hechtst. Met haar deelt hij zijn liefde voor de klank, en in haar vindt hij een gelijkgestemde in zijn ideeën over de wisselwerking tussen kunst en klank, muziek en materie. Pires heeft vergevorderde plannen voor een school waar pianisten en technici met elkaar studeren, zodat de grens tussen `artiest' en `ambachtsman' wegvalt en er een kruisbestuiving kan bestaan tussen muziek en materiaal. Naar alle waarschijnlijkheid komt die school er ook echt, in Salamanca. Als het zover is, zal Brandjes er graag komen lesgeven. Maria João Pires glundert bij de gedachte: ,,Dan komen er eindelijk méér technici als hij.''

Het eerstvolgende recital in de serie Meesterpianisten wordt gegegeven door Arcadi Volodos. Concerten op 29/10 (Rotterdam), 31/10 (Amsterdam) en 2/11 (Eindhoven). Inl. www.meesterpianisten.nl; www.ypmapianos.nl