`Eerst moet het momentum terug'

Zakenbank Kempen & Co staat weer op eigen benen. In een lastige markt moet de bank de resultaten weer laten stijgen. ,,We zijn klein genoeg om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.''

Het is zeker geen negen-tot-vijf baan. ,,Nee'', lacht Wiet Pot. ,,Vraag maar aan mijn vrouw.''

De bankier heeft het druk. Niet zo druk als tijdens zijn dagen bij de zakenbank Goldman Sachs in Londen, maar toch. ,,Ik zit rond half acht achter mijn bureau en ga twaalf uur later weer weg.''

Die tijd heeft hij nodig om Kempen weer goed op de rails te krijgen. Net als veel andere spelers in de financiële wereld heeft de bank een lastige tijd achter de rug door de ingezakte beurs, de lage handelsvolumes op die beurs en het stilvallen van de fusie- en overname markt, segmenten waar de bank zijn geld moet verdienen.

De in 1903 door Arines Johannes Kempen opgerichte bank herwon in april dit jaar zijn onafhankelijkheid. Het kocht zich los van het Belgische financiële concern Dexia dat Kempen in 2001 voor een miljard euro overnam. Kopers waren nu investeringsconcern HAL Investments, de Friesland Bank, de Nederlandse Participatie Maatschappij (NPM Capital) en het personeel en management van Kempen, inclusief de toenmalig commissaris en beoogd bestuursvoorzitter Wiet Pot, opvolger van Evert Greup.

De Nederlander is een bekende in de internationale bankenwereld. Pot maakte furore bij Goldman Sachs. Bij deze Amerikaanse zakenbank werkte hij van 1986 tot 2002 en was hij onder meer directeur effectenhandel voor Europa. Hier werd hij ook financieel onafhankelijk. Pot was in 1994 partner geworden en kon deze positie te gelde maken toen het bedrijf in 1999 naar de beurs ging, op het hoogtepunt van de bubble die een jaar later uiteen zou spatten. Dankzij deze onafhankelijkheid – die hem een plek in de Quote-500 opleverde met een vermogen van een kleine 150 miljoen euro – kon Pot twee jaar later het belang van 10 procent in Kempen – geschatte waarde circa 8,5 miljoen euro – in contanten betalen. De andere managers en de rest van het personeel – 90 procent participeerde – kregen een stuk financiering van de drie financiële partijen.

Werken hoeft de bankier dus niet meer, maar aan stoppen denkt hij niet. ,,Ik vind het veel te leuk.'' Pot heeft sinds zijn vertrek bij Goldman Sachs ook niet stilgezeten. Vorig jaar nog trad hij tijdelijk in dienst bij handelshuis Hagemeyer waar hij meehielp het bedrijf uit het financiële moeras te trekken waarin het was beland.

In een moeras zit Kempen zeker niet, maar de bank heeft wel lastige tijden achter de rug, en wellicht nog voor de boeg.

Kempen zag de winst in 2003 verschrompelen tot 6,7 miljoen terwijl het eigen vermogen eind dat jaar op 93 miljoen euro stond. Ter vergelijking, in 2000 werd er nog 66 miljoen euro winst geboekt. De winstdaling kwam deels door de overname door Dexia waardoor veel employees het bedrijf verlieten. Maar de voornaamste reden lag in de ineenstorting van de financiële markten. Hierdoor daalden de koersen, kelderde de animo om te beleggen dramatisch en kwam de markt voor overnames en fusies vrijwel stil te liggen. Een probleem voor Kempen, omdat de drie onderdelen van de bank actief zijn in de segmenten die hier grotendeels afhankelijk van zijn.

Pot ziet geen terugkeer van de beurshausse. ,,Ik geloof dat we een periode tegemoet gaan van heel gematigde groei. Als kleine speler denken we echter wel dat we marktaandeel kunnen pakken binnen zo'n stagnerende markt omdat wij klein genoeg zijn om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen'', stelt Pot die stellig ontkent dat er met de drie grote investeerders doelstellingen zijn afgesproken over de winstgroei die Kempen moet laten zien.

De bankier heeft geen grote strategische wijzigingen voor ogen. Het uitbouwen van de drie bestaande activiteiten is zijn plan, waarbij hij wel nieuwe wegen wil bewandelen om de resultaten op te krikken. ,,Er gaan dan wel geen bedrijven meer naar de beurs, maar een heleboel verlaten het Damrak en dat is ook een proces waar wij actief in zijn'', vertelt Pot in het hoofdkantoor van Kempen aan de Amsterdamse Zuidas. ,,Verder willen we meer inspelen op niet-genoteerde segmenten zoals woningcorporaties en de trend dat publieke zaken als infrastructurele projecten gefinancierd moeten worden door privaat geld.''

Pot trok onlangs twee nieuwe commissarissen aan: oud-minister en ex-McKinsey-partner Pieter Winsemius en Sligro-topman Abel Slippens. Zoals veel kleinere banken – Kempen heeft ruim 300 employees – denkt Pot klanten te kunnen lokken en behouden door betere dienstverlening en persoonlijk contact dat de bank levert in vergelijking met massale grootbanken als ABN Amro en Rabobank. ,,Ik ben vandaag bij een presentatie geweest bij een klant om een bedrijfsfinanciering binnen te slepen. De bestuursvoorzitter van ABN Amro doet dat niet, dat speelt bij zo'n bank een aantal slagen daaronder. Als de leiding van Kempen er zit laten wij zien dat de klant belangrijk is'', vertelt Pot die zich wel bewust is van de beperkingen van een bank als Kempen. ,,Wij moeten niet proberen analyses te maken over `de groten', zoals Unilever. Dan moet je die sector wereldwijd volgen, daar hebben we de mankracht niet voor.''

De mankracht die er zit heeft nu wel een deel van het bedrijf waarvoor ze werkt in handen. De drie investeerders hebben nu 60 procent, de tien topmanagers 27 procent en de rest van de medewerkers 8 procent, deze laatste groep heeft nog opties waardoor dit percentage oploopt naar 18 procent waardoor 45 procent van Kempen in handen zal zijn van het personeel. De overige 5 procent is ondergebracht bij klanten. Pot en een aantal managers zullen hun belang de komende jaren zien dalen omdat ze aandelen verkopen als er nieuwe mensen bijkomen, of als medewerkers zich opwerken en een hogere beloning verdienen.

Of die werknemers, net als Pot, hun aandelen te gelde kunnen maken op de beurs is sinds de afscheiding van Dexia onderwerp van speculatie. Kempen stond voor de overname bijna twintig jaar genoteerd, maar een beursgang lijkt op de korte termijn geen optie. ,,Daar kan ik me de eerste jaren weinig bij voorstellen. De komende drie tot vijf jaar moeten we eerst maar eens het momentum terugkrijgen, dan kunnen we kijken hoe Kempen en de financiële markt zich ontwikkelen.'' Een beursgang, zo wil Pot nog wel kwijt, sluit hij overigens niet uit.