Een bikkelhard debat over banen

Volgens de Amerikaanse president Bush zijn er in de laatste dertien maanden 1,9 miljoen banen bijgekomen. Volgens uitdager Kerry zijn er de laatste vier jaar 1,6 miljoen banen verloren gegaan. Beiden hebben deels gelijk. Over elf dagen zijn de verkiezingen.

De economie speelt een ondankbare hoofdrol in de Amerikaanse presidentsverkiezing. Steeds weer herinnerden stuurlui aan de wal John Kerry, de Democratische uitdager van president Bush, aan de manier waarop Bill Clinton in 1992 president Bush senior beentje lichtte met de tegenvallende economie. Het werkt in 2004 ook, soms.

Dit is geen gewoon verkiezingsjaar. Het is de eerste verkiezing voor een opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten sinds 11 september 2001 en de Oorlog in Irak. President Bush laat geen kans voorbij gaan te herinneren aan de ongebruikelijke situatie waarin de Verenigde Staten zich bevinden. Die vraagt om standvastig leiderschap. O ja, en dat begrotingstekort, dat was veel groter tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wie eerst naar John Kerry en daarna naar George W. Bush luistert, komt er met een helder hoofd vandaan, denkend dat het over twee verschillende landen gaat. In het eerste zijn de laatste vier jaar 1,6 miljoen banen verloren gegaan, enkele miljoenen burgers verloren hun ziekteverzekering en een begrotingsoverschot is omgeslagen in een tekort dat reikt voorbij de horizon.

In het tweede land wonen optimistische, vrije mensen, die – ondanks een van de voorgangers geërfde recessie – alweer jaren van gestage groei achter de rug hebben. Zij hebben geprofiteerd van belastingverlagingen die het hen mogelijk maakten meer te investeren in het onderwijs van hun kinderen, of in hun bedrijf. Zo ontstonden in de laatste dertien maanden alleen al 1,9 miljoen banen.

Hoe is het mogelijk dat beiden voor een flink deel de waarheid spreken? Door die delen van de realiteit te belichten die hen het beste uitkomen. Kerry's cijfer voor banenverlies duidt op het bedrijfsleven, maar ziet over het hoofd de extra banen die bij de overheid zijn ontstaan. Bush let even niet op de banen die onder zijn bewind vóór augustus 2003 verloren gingen. In totaal gingen er sinds hij het roer overnam volgens de beste schattingen 800.000 banen verloren.

Intussen is de Amerikaanse economie in 2003 gegroeid met een percentage (3,12 procent) waar menig Europees land trots op zou zijn. De inflatie is omhoog gekropen tot 2,3 procent. De werkloosheid bereikte juni 2003 een hoogtepunt van 6,3 procent om nu weer naar 5,4 procent te zijn teruggelopen. De recessie van 2001 was kort en ondiep, maar het herstel is arm aan banen geweest.

Pas de laatste tijd, en daar concentreert George W. Bush zich op, neemt de banengroei toe. Kerry is pas teruggekomen in de race nadat hij ophield over Vietnam en niet uitsluitend over Irak ging praten. Nu trekt hij met een sociaal-economisch verhaal door het handjevol `battleground states' waar de verkiezingen worden beslist. Vooral in Ohio, Wisconsin en Pennsylvania staat hij voor een publiek dat uit de eerste hand heeft ervaren wat het betekent als grote fabrieken de poorten sluiten en het werk exporteren naar lagelonenlanden.

,,De president begrijpt gewoon niet wat er is gebeurd met onze economie en met het gemiddelde gezin in Amerika. Of hij begrijpt het wel en het kan hem niet schelen'', zei Kerry voor een geladen publiek in een ambachtsschool in Milwaukee. Hij belooft weinig protectionisme, maar wel een ziekteverzekering voor iedereen, te betalen door de opeenvolgende belastingverlagingen voor mensen die meer dan 200.000 dollar verdienen, terug te draaien.

Bush maakte een persiflage van dat plan voor de gezondheidszorg door Kerry te verwijten dat in zijn wereld voortaan ambtenaren, niet de patiënt en de dokter, beslissen wat er gebeurt. De Democraat gebruikt de zelfde techniek als hij de president verwijt dat de sociale uitkeringen in gevaar zijn. Bush herhaalt steeds dat hij de rechten van oudere werknemers ongemoeid laat. Wat hij wel voorstelt, is jongere werknemers hun sociale premies te laten storten in een privé-oudedags-spaarrekening.

Die in 2000 al voorgestelde privatisering van de sociale zekerheid heeft wat aan glans verloren sinds de beurs gedeeltelijk is leeggelopen. Maar de president verwoordt het zo dat het past in het verhaal over `vrijheid versus bureaucratie'. Beide kandidaten laten na de volle omvang te onderkennen van de vergrijzingstijdbom.

De president heeft wat dat betreft extra boter op zijn hoofd. Onder zijn bewind is een overschot, door het Congressional Budget Office, in 2001 begroot op 5.600 miljard dollar over tien jaar, omgeslagen in een tekort van 4.300 miljard. De president belooft dat tekort te halveren in zijn volgende ambtstermijn, maar het onpartijdige Center on Budget and Policy Priorities (CBPP), een denktank in Washington, heeft vastgesteld dat Bush geen beleid heeft bekend gemaakt dat die belofte inhoud geeft. Gezien de sterk toenemende uitgaven voor programma's als Medicare wordt het steeds moeilijker nog wat aan het tekort te doen.

Het CBPP heeft laten zien dat de omslag van overschot naar tekort slechts voor 20 procent het gevolg is van de oorlog en de strijd tegen het terrorisme. Een groter deel (35 procent) is direct toe te schrijven aan de drie tranches belastingverlaging die zijn doorgevoerd op aandringen van het Witte Huis. Volgens 70 procent van de universitaire economen die The Economist onlangs enquêteerde levert dat een groot probleem op.

Zelfs collega's die niet zo ver gaan als econoom Paul Krugman van Princeton, die heeft gesproken van `deficit attention disorder', wijzen er in groten getale op dat het definitief maken van de belastingverlagingen, waar Bush voor pleit, bijzonder onverstandig is. De oudedagscrisis wordt er door verergerd en het risico bestaat dat het buitenland Amerika's tekort niet blijft financieren.

Na zijn minder dan briljante optreden in de drie presidentiële debatten reist George W. Bush in de zelfde paar staten waar de economie pijn doet rond met een boodschap die het vooral heeft gemunt op het karakter en de linkse staat van dienst van senator Kerry: `Kerry stemde 98 keer voor belastingverhoging' – een bewering die al goeddeels is weerlegd door Factcheck.org, waar vice-president Cheney naar verwees in zijn debat met kandidaat vice-president John Edwards.

Ook het economische debat is bikkelhard en houdt lang niet altijd gelijke tred met de feiten.