Dwangsom maakt Belastingdienst machtiger

De Belastingdienst is een onverzadigbare stofzuiger van informatie. Het is uw burgerplicht die zonder morren of kostenvergoeding te leveren. Dat doet niet iedereen. Staatssecretaris Wijn (Financiën) wil zijn inspecteurs daarom krachtiger dwangmiddelen in handen geven dan ze ooit tot hun beschikking hebben gehad. Ondertussen laat hij een belofte uit 1997 om de rechten van de burger tegenover de controlerende ambtenaren goed vast te leggen, in zijn la liggen.

Zonder voldoende informatie kan de fiscus niet goed belasting heffen en al helemaal geen belastingfraude bestrijden. De wetgever heeft de Belastingdienst daarom royale mogelijkheden gegeven om aan informatie te komen. Daarbij fungeert de zogenoemde omkering of verzwaring van de bewijslast als het belangrijkste fiscale wapen. Normaal gesproken moet de inspecteur tegenover u en eventueel de rechter duidelijk maken dat hij het juiste bedrag aan belasting heft. Daartoe moet u hem de informatie geven die hij nodig denkt te hebben. Krijgt de inspecteur die niet, dan schat hij zelf het belastingbedrag. Vervolgens is het aan u om de inspecteur en eventueel de rechter duidelijk te maken dat die schatting te hoog is. Dat is zo'n lastige bewijspositie dat ieder weldenkend mens een informatieverzoek van de Belastingdienst serieus neemt.

De dreiging met een verzwaarde bewijslast werkt niet als de fiscus geïnteresseerd is in gegevens over derden. Particulieren hoeven geen informatie over anderen te geven. Bedrijven, maar ook instellingen als de ANWB of politieke partijen moeten wel alle informatie over leden en anderen overhandigen als een inspecteur die opvraagt. Eventueel kan de fiscus die informatie zelfs afdwingen, maar daar komt tot nu toe altijd eerst de rechter aan te pas.

De inspecteur kan de rechter vragen een dwangsom op te leggen, de weigerachtige ondernemer of bestuurder vast te zetten (te gijzelen) of hij zet een strafvervolging in. Zo ver komt het bijna nooit, al heeft deze zomer de kortgedingrechter in Leeuwarden een bouwbedrijf verplicht zijn schaduwboekhouding af te geven en vragen daarover te beantwoorden; dat alles onder een dwangsom die kan oplopen tot één miljoen euro.

Kortom, als het nodig is, steunt de rechter de staatssecretaris in zijn wens het naadje van de kous van de bouwfraude te weten. Of zoals de staatssecretaris in zijn weblog (www.minfin.nl) stelt: ,,Nu ik een stevig beleid voer om iedere Nederlander op gelijke wijze belasting te laten betalen – denk aan de woonwagencentra-discussie – kunnen jullie je wel voorstellen dat ik en alle Belastingdienstmensen staan te popelen om ook hier ons werk te mogen doen.''

Bij zoveel enthousiasme past geen omweg via een rechter, zeker geen gewone rechter, die veel minder verstand heeft van de fiscale regels dan echte belastingrechters. Wijn wil dat zijn mensen zelf dwangsommen kunnen opleggen. Alleen al door daarmee te dreigen kunnen belastinginspecteurs meer ontzag inboezemen.

Aan de andere kant van de tafel, bij de ondernemers, wordt daar overigens anders over gedacht. Ondernemingsorganisatie VNO-NCW vreest dat het drukmiddel van de dwangsom de sfeer tussen bedrijven en fiscus onder druk zet zonder veel toe te voegen aan het huidige arsenaal van de fiscus.

Diezelfde angst bekruipt de Raad van State, die kritisch aankijkt tegen de voorstellen van Wijn. Het gaat om het doorbreken van een beproefd systeem: er komen dwangsommen met een rechterlijke toetsing achteraf in plaats van vooraf. De Raad vindt het verkeerd dat het kabinet zo'n principiële stap bijna terloops zet, als onderdeel van een reeks kleine fiscale bijstellingen die nog voor het eind van het jaar in het Staatsblad moeten staan. ,,Dit vergt een wetgevingsprocedure die niet onder druk behoort te staan'', aldus de Raad. Maar Wijn heeft haast; hij lift nu mee op het staartje van de algemene verontwaardiging over de bouwfraude.

Het CDA reageert lauw op Wijns plannen. Naar verwachting werpen de christendemocraten geen grote struikelblokken op als de staatssecretaris tot kleine aanpassingen bereid blijkt. Wel schrikt CDA-Kamerlid Nicolien van Vroonhoven er nogal van dat de fiscale dwangsom zonder inspraak van de Kamer, in handen van gemeentelijke belastinginspecteurs kan komen. Kort geleden eisten Rotterdamse inspecteurs bij de dierenartsen de gegevens van alle hondenbezitters op. De gemeentelijke belastingdienst kan zo beter greep krijgen op onverlaten die 53 euro aan hondenbelasting niet betalen. Bij zo veel ijver vraag je je af of de fiscale speurders later genoeg zelfbeheersing in huis hebben om het drukmiddel van een fiscale dwangsom niet lichtvaardig in te zetten.

De parlementariërs van de VVD wijzen een dwangsom in handen van de inspecteurs ronduit af. De VVD heeft er moeite mee dat de fiscale dwangsom zoals Wijn die wil, onmiddellijk ingaat, waardoor de rechterlijke toetsing als mosterd na de maaltijd zou komen. De fiscus heeft nu al voldoende mogelijkheden om aan de nodige informatie te komen, vindt de partij. Het vastleggen van de rechten van burgers zoals in 1997 beloofd, heeft bij de liberalen hogere prioriteit dan het uitbreiden van de rechten van de fiscus.

De afwijzende houding van de VVD maakt de positie van de PvdA politiek interessant. Die partij steunt Wijn voluit bij het lospeuteren van de schaduwboekhoudingen die in de kluis van het NMa liggen. Maar op het punt van de dwangsommen schrikken de sociaal-democraten terug voor de gretigheid van staatssecretaris Wijn. Juist de minder weerbare burgers en bedrijven

hebben er baat bij dat een onafhankelijke instantie als de rechter vooraf

beoordeelt of een dwangsom op zijn plaats is.

Over drie weken debatteert de Tweede Kamer over de fiscale dwangsom.