Doodsstrijd scheepsbouw Spanje

Al weken protesteren werknemers van de Spaanse Izar-staatswerven tegen de dreigende en ook onvermijdelijke sanering van hun sector. Brussel is onverbiddelijk: steun is verboden. ,,Spanje wil roomser zijn dan de paus.''

Miguel Miranda, transportbestuurder op de scheepswerf van Izar tussen Cádiz en Puerto Real, heeft een boodschap voor de Nederlandse mevrouw Kroes. Of ze straks als Europees commissaris voor mededinging een beetje soepel wil omgaan met de Spaanse scheepswerven. Als Rotterdamse moet ze dat begrijpen. ,,Alleen al hier in Puerto Real zijn 15.000 families afhankelijk van de werven. Als Europa ons niet meer tijd geeft om er bovenop te komen, zijn we bankroet'', zegt Miranda.

We zitten in een restaurant van dokwerkers onder de schaduw van de machtige heffen van de scheepswerf die kilometers ver het zicht op de baai van Cádiz overheersen. Miguel Miranda (53) haalt samen met lasser Florencio Sánchez (47) herinneringen op aan vroeger. De olietankers die hier vroeger van de helling rolden. Schepen tot bijna 900.000 ton konden ze maken. Zesduizend man werkten er in de gloriedagen op de werven.

De gastanker die er nu ligt, is maar een bescheiden bootje vergeleken bij de reuzen van vroeger. Volgende maand zal hij worden afgeleverd. En dan is er niets meer te doen voor de dokwerkers. Als vertegenwoordiger van de socialistische vakbond UGT weet Miranda het aantal tot op de laatste man. ,,Straks zijn hier 1.263 man werkloos.''

De dreigende sanering van de Izar-staatsscheepswerven treft Spanje hard. Van Bilbao tot Ferrol en van Gijon tot Cartagena en Cádiz trokken woedende dokwerkers de straten op om te vechten voor hun werk. Snelwegen werden geblokkeerd met brandende autowrakken, de oproerpolitie werd aangevallen met scheepsmoeren gelanceerd uit katapulten. De dokwerkers weten dat ze met hun rug tegen de muur staan. In drie saneringsrondes sinds de jaren tachtig zijn al 30.000 banen verdwenen in de eens zo bloeiende scheepsbouw. Nu lijkt het uur van de waarheid aangebroken voor de resterende zes civiele en vier marinewerven met in totaal 11.000 werknemers. Ferrol en Cartagena staan er nog het beste voor met opdrachten voor een aantal marineschepen. Gijon heeft misschien een hospitaalboot, San Fernando een marineopleidingsschip, Sevilla is bezig met zijn laatste ferry. ,,En wij hebben niks meer'', erkent Miranda.

Ondanks de meer dan een miljard euro die in de afgelopen acht jaar in de werven is gepompt, werd de conservatieve regering er door de vakbonden van verdacht de scheepsbouw uiteindelijk een langzame dood te willen laten sterven. Dat laatste geldt dan vooral de sterk verliesgevende bouw van civiele schepen, want het voortbestaan van de marinewerven lijkt gegarandeerd met opdrachten voor de vernieuwing van de Spaanse vloot. De socialistische premier Zapatero heeft de afgelopen weken tot twee maal toe beloofd dat hij geen enkele dokwerker in de kou zal laten staan, wat wordt opgevat als een garantie voor de werkgelegenheid in de scheepsbouw in de toekomst. Met deze belofte heeft Zapatero zichzelf klemgezet tussen het vertrouwen van de vakbonden en de noodzaak om vermoedelijk tussen de vier- en vijfduizend banen in de civiele tak te saneren.

Voor de Europese Unie is bij de sanering van Izar vooral de vraag of de mededingingspolitiek serieus wordt genomen. Vermoedelijk een dezer dagen zal de Commissie een recordbedrag van 550 miljoen euro terugvorderen dat de Izar-werven tussen 2000 en 2002 (onder de vorige regering) aan subsidies ontving. Vorige week werd al een procedure gestart voor teruggave van 150 miljoen aan belastingvoordelen die de werven hebben gekregen. Als Brussel zijn wil doorzet, betekent dit de doodsklap voor de werven.

De onderhandelingsmarges worden verder verkleind door het felle verzet van de bonden tegen de plannen om Izar op te splitsen in een marinedeel en een civiele werf, een opzet waar de bonden een sterfhuisconstructie achter vermoeden. Eerder deze week werd de druk even van de ketel gehaald door een voorlopig akkoord tussen de bonden en de houdstermaatschappij voor staatsbedrijven Sepi. Het plan is een holding op te richten met twee takken: de marine en de civiele werven. De staat houdt honderd procent van de aandelen van de marinewerven, maar zal een minderheidsaandeel gaan nemen in de civiele tak. Daarin moeten uiteindelijk de lokale Spaanse spaarkassen – spaarpotjes waar de lokale politieke machthebbers een flinke vinger in de pap hebben – in gaan deelnemen. Of deze optische privatisering ook daadwerkelijk zal worden uitgevoerd is echter nog de vraag, want niet alle spaarkassen zijn zonder meer bereid hun geld in de verliesgevende wervenactiviteit te steken.

Kern van het probleem is de concurrentie uit het oosten, zo beseffen ook transportbestuurder Miranda en lasser Sánchez. Zuid-Korea, Japan en niet te vergeten China hebben de markt overgenomen. Spanje prijst zichzelf uit de markt. ,,Hier in Europa wordt subsidiëring verboden. Maar in het oosten gebeurt dit op een indirecte manier door bijvoorbeeld reders die de boten kopen een stevige steun te verlenen. Zelfs in Duitsland doen ze het op die manier. Spanje wil gewoon roomser zijn dan de paus'', zo meent lasser Sánchez.

In het geval van Zuid-Korea lijkt het wantrouwen gerechtvaardigd. De Europese Unie heeft inmiddels bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn beklag gedaan over concurrentievervalsing door werven in dit land. Maar of dit laatste de civiele werven in Spanje van de ondergang zal redden is sterk de vraag. Afgezien van reparaties is de orderportefeuille de afgelopen drie jaar leeg gebleven. Voor dit jaar verwacht Izar een verlies van 164 miljoen euro. Van de afgelopen vier jaar staat er reeds een geaccumuleerd verlies van meer dan een half miljard. En daarbij is nog geen rekening gehouden met de subsidies die mogelijkerwijs terugbetaald moeten worden.

Voor Miguel Miranda dreigt een toekomst van vervroegde pensionering, voor Florencio Sánchez wellicht een afvloeiingsregeling. Met een huidig maandsalaris van rond de 1.300 euro geen aanlokkelijk vooruitzicht. ,,We hebben op Zapatero gestemd omdat we hem vertrouwden. Dat krediet zal hij nu waar moeten maken.''