De postbode weet pas echt alles van ons

Vanaf het moment dat de lezer Albert Lippincott in zijn leven heeft toegelaten, gebeurt er iets vreemds. Albert, door de auteur gedurende dit hele verhaal kortweg Mailman oftewel Postbode genoemd, is al dertig jaar postbezorger in het stadje Nestor in de staat New York, en op het oog een ambtenaar op wie weinig valt aan te merken. Hij is op een obsessieve manier punctueel, toegewijd, een klerk die zich met een bijna manische toewijding van zijn simpele taak kwijt: het bezorgen van de post aan de bewoners van zijn wijk.

Maar gaandeweg, op een uiterst geraffineerde, terloopse manier, leren we Postbode beter kennen. We begrijpen dat hij al sinds een vroeg moment in zijn loopbaan de gewoonte heeft ontwikkeld de post van zijn buurtgenoten te openen en te kopiëren alvorens die te bezorgen. Dat levert hem een bijna perverse hoeveelheid kennis op van de gewoontes en hebbelijkheden van de argeloze burgers van Nestor, kennis die bijdraagt aan Postbode's toch al wat, op zijn zachtst gezegd merkwaardige, latent-woedende visie op het leven. Een leven waarin zijn familie nog steeds een prominente rol speelt, veel te prominent voor een man van middelbare leeftijd: zijn liefdeloze, egoïstische moeder, en zijn onbeholpen in de wereld staande vader, alsmede zijn zuster, een werkloze en wat pathetische oudere actrice in de stad New York, met wie hij een wel zeer intrigerend beschreven, telkens weer vragen open latende erotische verhouding onderhoudt.

Bestseller

Ja, er is iets mis met deze Postbode, die dwangmatig alles net een beetje fout doet in het leven. En dan niet alleen de manier waarop hij het angstaanjagende gezwel onder zijn linkerarm probeert te bestrijden met handenvol pijnstillers. Zijn tot mislukken gedoemde huwelijk ligt weliswaar achter hem, evenals de tijd dat hij als student de collegezaal binnenstormde en poogde een oog van zijn docent uit diens schedel te bijten, maar zijn krampachtige streven na zijn verblijf in een kliniek een normaal bestaan als burger en postbesteller in stand te houden eist op diverse andere manieren zijn tol.

Het is een grote verdienste van auteur J. Robert Lennon dat hij de lezer op een meesterlijke manier deelgenoot van Postbode's obsessies en fobieën maakt, zo indringend dat deze Albert geleidelijk aan ook inderdaad de Postbode wordt, maar wel een heel andere dan de besteller die wij postontvangers tot dan toe als beeld voor ogen hadden. Want wat Hitchcock betekende voor douchegordijnen en vogelzwermen, is J. Robert Lennon voor postbodes. Eerst bouwt hij op een grandioze manier een portret op dat maakt dat we elke postbode in onze eigen buurt met heel andere ogen gaan bekijken. Zou hij ook een klein laboratoriumpje hebben waarin hij de kunst van het openen en onzichtbaar hersluiten van onze brieven tot in perfectie heeft verheven? Wat weet hij van ons en onze geheimen? Hij is een hacker in het pre-elektronische tijdperk die eigenlijk niet weet wat hij met al die geheimen aan moet, en nog minder waarom hij ze zo obsessief verzamelt.

Maar J. Robert Lennon biedt meer verrassingen. Evenals veel van zijn schrijvende generatiegenoten is hij te onrustig om zich aan de grenzen van een genre te houden. Is Mailman tot op een zeker punt nog als een psychologische thriller in de traditie van Patricia Highsmith te lezen, hij stapt definitief over de grens met de zwarte komedie heen wanneer hij Postbode op excursie naar Kazachstan stuurt, om in het kader van een Peace Corps-project de Posterijen van dit land in het sovjettijdperk op poten te helpen zetten. Dit als flash-back gebrachte hoofdstuk is het hoogtepunt van het boek: ik moet ver in mijn herinnering teruggaan om een boek te vinden waarom ik zo heb moeten lachen. De confrontatie van deze toch al lichtelijk gestoorde suburban Amerikaanse Postbode met de bijna onpeilbaar diepe, in meedogenloos detail beschreven grauwheid van zijn nieuwe omgeving is zo laconiek verwoord dat, wanneer het werkelijk gruwelijke hoogtepunt daar is, de lezer moeilijk iets anders kan doen dan het uitschateren van opluchting. Opluchting omdat er nog zoveel ergers blijkt te bestaan dan maffe postbodes die brieven openstomen en kopieën daarvan archiveren in hun vrije tijd.

Recherche

Terug in Nestor, New York, wordt Postbode's geheime bestaan geleidelijk maar meedogenloos ontrafeld, dankzij de oplettendheid van een postontvangster die, eveneens mooi gedetailleerd beschreven, even gestoord blijkt te zijn als hij. Het is na zijn confrontatie met de Postale Recherche dat het boek een nog veel ingrijpender wending ondergaat dan de hiervoor genoemde, en daarmee laat Lennon zich kennen als misschien wel de brutaalste van alle hedendaagse genre benders. Die wending op ongeveer tweederde van het boek is een verandering van toon en perspectief zo essentieel, maar toch ook zo organisch dat ik me moeilijk aan de indruk kan onttrekken dat Lennon de sonnet-vorm in de poëzie als voorbeeld voor ogen had bij de opbouw van deze roman. Na zijn ontmaskering neemt hij de vlucht, een vlucht die hem eerst bij zijn zuster en uiteindelijk bij zijn onuitstaanbare ouders in Florida doet belanden.

Langzaam krijgt het verhaal een surrealistische toonzetting waarover ik verder maar niets zal onthullen. Zelfs de lezer die had gehoopt op meer zwarte humor, op meer psychologische thriller-elementen zal moeite hebben niet ontroerd te worden door het einde, wanneer de enge postbode opnieuw tot een bange, getormenteerde en uiteindelijk toch onverwacht mededogen oproepende sterveling is gereduceerd. Het is gedurfd, het kan eigenlijk niet, maar Lennon doet het tóch en maakt er zijn roman mee rond op een manier die hoofdzakelijk grote bewondering afdwingt.

J. Robert Lennon: Mailman. Granta, 483 blz. €19,95

J. Robert Lennon: Postbode. Vertaald door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman. De Bezige Bij, 491 blz. €24,90