De anti-oppasoorlog

Behalve op goudvissen heb ik ook een keer op een jongenstweeling gepast. Toen ik hun huis binnenkwam doken ze meteen onder de eettafel, zo verlegen waren ze. Dat wordt een makkelijk avondje, dacht ik nog.

Maar zodra hun ouders de deur uit waren, begon er een heisa die ik nooit zal vergeten.

,,Jongens, het is bedtijd'', riep ik toen de ene helft van de tweeling de andere helft begon te slaan. Ik probeerde de jongetjes uit elkaar te halen, maar het lukte niet. Toen kreeg ik ineens een natte spons in mijn gezicht gegooid en moest ik wel in actie komen.

,,Houden jullie nu eens op met dat geklier?'' zei ik als een soort laatste waarschuwing. De jongetjes hoorden me niet en gingen gewoon door met vechten. Ik pakte nu de fles Dreft uit de keuken, want met chemische wapens win je altijd. Teruggekeerd op het slagveld herhaalde ik mijn laatste waarschuwing. Toen de tweeling daarna nog niet luisterde, zwaaide ik met de Dreftfles in hun richting, zodat er een groene straal uit kwam die op hun jongenslijfjes terechtkwam.

De tweeling schrok en rende nu ook naar de keuken. De ene kwam even later terug met de fles Jif. De ander had de Andy gepakt. Ik kreeg meteen een witte en een blauwe straal in mijn gezicht. Zelfs mijn brillenglazen waren ermee bedekt. Ik vuurde terug, maar omdat ik niet zo goed meer kon zien, miste ik en trof een paar jassen aan de kapstok.

De jongetjes renden de woonkamer in en verschansten zich achter de eettafel. ,,Naar bed, jullie moeten naar bed'', schreeuwde ik. Maar ze luisterden niet en vuurden een tweede salvo af. Ik bukte. Hun stralen kwamen tegen een schilderij aan. Nu schoot ik weer terug met de Dreft, maar miste ook, om het tafelkleed van een paar groene strepen te voorzien.

De jongens renden nu als boze neushoorns door de huiskamer en bestookten me onophoudelijk. Ook de spons deed ineens weer mee. Het was alsof ze erop getraind hadden hem midden in mijn gezicht te kunnen gooien. Na een kwartier zag de hele woonkamer groen, blauw en wit. De muren, de bank, de boekenkast, alles was met die fris ruikende drap besmeurd.

Gelukkig gebeurde er toen een wonder. Want de jongetjes waren zo moe van de strijd geworden dat ze ineens ophielden met hun anti-oppasoorlog en naar hun kamer renden. Ze deden de deur op slot en lieten niets meer van zich horen. En wie bleef erachter in de groenwitblauwe puinhoop? Ik!

De rest van de avond was ik bezig met schoonmaken, zodat er nergens één spoortje Dreft, Andy of Jif te zien was.

,,Waren ze rustig?'' vroegen de ouders van de tweeling toen ze thuiskwamen.

,,Ja hoor'', zei ik, omdat ik even helemaal geen zin had om over het gevecht te moeten vertellen. ,,Het is de zoetste tweeling van de wereld.''

Toen ze me twee weken later vroegen of ik weer wilde komen oppassen, heb ik toch maar `nee' gezegd.