Achilleshiel van de euro

Kijk in de broekzak of de portemonnee en zie: het woord euro staat op alle biljetten even groot in Griekse letters als in ons eigen alfabet. Dat is niet meer dan billijk. De euro is in het leven geroepen als munt voor alle Europeanen, en moet voor iedereen leesbaar zijn. Sinds 2001 heeft ook Griekenland de munt ingevoerd, als twaalfde lidstaat na de elf die er in 1999 mee begonnen. Van de vijftien EU-lidstaten van destijds zien alleen het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken nog steeds af van de munt.

Van de tien in mei dit jaar tot de EU toegetreden, overwegend Oost-Europese, staten is het uitdrukkelijk de bedoeling dat ook zij de munt invoeren. De Europese Commissie gaat daarbij vooralsnog uit van een tijdsperiode van 2007 tot 2010.

Er is reden om daar wat minder lichtvaardig mee om te springen dan bij Griekenland destijds. De Europese Centrale Bank waarschuwde woensdag in haar `convergentierapport' dat het gros van deze landen voorlopig niet voldoet aan de voorwaarden die verbonden zijn aan toetreding. Die voorwaarden op het gebied van staatsschuld, begrotingssaldo, inflatie, langetermijnrente en wisselkoersstabiliteit zijn dezelfde als aan de huidige eurolanden werden gesteld toen die tot de monetaire unie werden toegelaten.

De precedenten zijn ongunstig. Niet alleen werd begin 1998 het criterium voor de hoogte van de staatsschuld tot het uiterste opgerekt om België en Italië tot de muntunie toe te laten. Ook lijkt het er nu op dat Griekenland bij nader inzien niet aan de toetredingscriteria heeft voldaan. De nieuwe conservatieve regering maakte bekend dat onder de vorige socialistische Pasok-kabinetten er een veel lager begrotingstekort is opgegeven dan in werkelijkheid het geval was – een claim die door Pasok zelf overigens hevig wordt betwist. In de jaren 2000 tot 2003 overschreed het Griekse tekort volgens herberekeningen onafgebroken het Europese maximum van 3 procent van het bruto binnenlands product. Over 2003 bedroeg het tekort zelfs 4,6 procent en dit jaar wordt, mede als gevolg van de organisatie van de Olympische Spelen een tekort van 5,3 procent verwacht. De Europese Commissie zal nu de Griekse nationale rekeningen vanaf 1997 tegen het licht houden.

Boekhoudschandalen spelen niet alleen bij de Enrons, de Parmalats en de Aholds van deze wereld. Ook de staat heeft een boekhouding en daarin bestaat eveneens de nodige speelruimte. Er is één belangrijk verschil. Ondernemingen krijgen door alle schandalen steeds stringentere regels en toezicht opgedragen. De EU-ministers van Financiën wezen gisteren daarentegen tijdens hun Ecofin-vergadering een grotere bevoegdheid van de hand voor het statistische bureau Eurostat, om hun nationale rekeningen te controleren. Ook dat mag worden gezien als een precedent.

Dat Griekenland door de mazen van de muntunie glipte, heeft gelukkig weinig praktische gevolgen. Het gewicht van deze lidstaat in de muntunie ligt ver onder de 1 procent. Dat wordt straks anders bij de tien nieuwelingen. Toetreding van zoveel mogelijk EU-lidstaten tot de euro is gewenst. De gezamenlijke munt is een hoeksteen van de Europese economie. Reden te meer om in de toekomst te voorkomen dat nieuwe toetreders wederom zonder kaartje door de poort glippen. Dan kunnen we ook tevreden blijven met die bankbiljetten.