Zeven Assepoesters op het bal

Bij opera, toneel of concerten komt het zelden voor dat er tijdens een serie optredens meerdere solistische bezettingen te zien of te horen zijn. Bij ballet is het een doodnormale zaak. Zo dansen er in de avondvullende productie van Assepoester, die Het Nationale Ballet voorlopig voor het laatst op het toneel brengt, niet minder dan zeven Assepoesters, ieder met een eigen prins. Ook de andere solo-partijen worden door verschillende dansers uitgevoerd.

Van die zeven hoofdrolvertolksters zijn er zes die deze rol voor het eerst dansen, en zijn er bij de prinsen vier debutanten. In de eerste week waren het alleen Larissa Lezhnina en Tamás Nagy die als `veteranen' optraden. Pas gepromoveerde eerste soliste Igone de Jongh en tweede soliste Ruta Jezerskyte waren de nieuwe Assepoesters, gesecondeerd door respectievelijk Gaël Lambiotte en Boris de Leeuw, die al eerder in dit door Sir Frederick Ashton in 1948 gemaakte sprookjesballet optraden. Het vierde koppel, te gast in Het Muziektheater en daar nog te zien op 28 en 30 oktober, is het uit Estland afkomstige echtpaar Agnes Oaks en Thomas Edur.

Ruta Jezerskyte was het minst opvallend. Een prachtig zuivere, lichte danseres, dat zeker, en met een lovenswaardige oprechtheid, maar toch met te weinig persoonlijke inbreng en teveel aangeleerde interpretatie om echt indruk te maken. Igone de Jonghs debuut toonde veel meer eigenheid en technische nuancering. Haar benadering is minder `ballerina-achtig' terwijl ze beslist ballerina-kwaliteiten bezit. Haar contact met haar partner en mededansers is direct en open. Technisch is haar dansen muzikaal, trefzeker en mooi van lijn en afwerking. Ze beschikt nu al over een vanzelfsprekendheid die haar de kans geeft om een eigen kleur en nuancering in passen aan te brengen. Dat zijn dingen die de klassieke techniek zo fris en opwindend kunnen maken.

Voor de gastsolisten Agnes Oaks en Thomas Edur was deze Ashton-Assepoester ook een debuut. Zij hebben het grote voordeel dat ze beiden zeer ervaren zijn in het optreden in grote klassieke balletten als Het Zwanenmeer en Doornroosje. Oaks heeft ook in drie andere Assepoester-producties de hoofdrol vervuld. Dat is duidelijk zichtbaar: ze blijft in iedere beweging en in iedere situatie in de eerste plaats Assepoester. Dat maakt haar technisch briljante interpretatie heel geloofwaardig, wat het meest tot zijn recht komt in de tweede acte, waar Assepoester door tussenkomst van de Goede Fee voor het eerst haar Prins ontmoet. In tegenstelling tot wat Ruta Jezerskyte in het programmaboekje zegt – dat die acte ,,qua acteren niet veel voorstelt, je moet lachen en mooi zijn'' – laat Oaks zien dat het hier gaat om het beleven van een droom, om de verrukking te ervaren geliefd te worden. De fraai dansende Thomas Edur maakt van de Prins een minder bleke figuur dan gebruikelijk. Hij is werkelijk ondersteboven van dat onverwacht op zijn bal verschijnende wezentje.

In de andere prominente rollen, die van de twee, door mannen gedanste, krengerige stiefzusters, zag ik twee koppels. Beiden gaven zich over aan karikaturen, terwijl de rollen het juist moeten hebben van onderkoelde humor, van subtiliteit en niet van grof, op het publiek gespeeld gedrag. Om nog maar te zwijgen van het mallotige gedoe waarmee Raphael Coumes-Marquet en Altin Alexandros Kaftira de aandacht bleven trekken bij het slotapplaus. Wel waren er mooie prestaties van de vier-seizoenen-feeën, met Marieke Simons, Marisa Lopez en Sarah Fontaine als uitblinkers, twee uitstekende Goede Feeën van Anna Seidl en Enrichetta Cavallotti en een spetterende hofnar van Sefton Clarke.

Voorsteling: Assepoester van Frederick Ashton, door Het Nationale Ballet. Choreografie: Frederick Ashton. Muziek: Serge Prokovjef. M.m.v. Holland Symfonia. Gezien: 15, 16 en 19/10, Het Muziektheater, Amsterdam. Daar nog t/m 6/11, tournee t/m 27/11. Inl. 020-6255455 of www.het-ballet.nl