Telt Parijs nog mee in de moderne kunst?

De Parijse beurs voor moderne kunst FIAC, die gisteren open ging, kampt dit jaar met moordende concurrentie van de Londense tegenhanger Frieze. ,,Het is oorlog.''

Nog geen twee dagen nadat de Londense beurs voor hedendaagse kunst Frieze Art Fair werd afgesloten, opende de Parijse tegenhanger Foire Internationale d'Art Contemporain (FIAC) voor de 31ste keer de poorten. Dat is het punt. Vorig jaar opende de eerste editie van Frieze ná FIAC, en het mogelijke nadeel van die volgorde (verzadigde verzamelaars) heeft de Londense concurrentie deze keer hardhandig gecorrigeerd. Iedere poging van FIAC tot onderlinge afstemming van de agenda en het voorstel, bijvoorbeeld, om een `Eurostar Arty' te organiseren om de klanten per sneltrein via het Kanaal van de ene beurs naar de andere te vervoeren, is op onwil van de Frieze-organisatie gestrand.

,,Het is oorlog'', zo verzuchtte menig Parijse galeriehouder gisteren, om vervolgens met enige opluchting vast te stellen dat de opwinding van vorig jaar over Frieze alweer tanende is. Toch verwoordt dagblad Le Monde de angst van velen met de vraag of ,,het Parijs van de hedendaagse kunst has been (is)''. Het antwoord van sommigen verwijst naar de onmacht om de zaken ten goede te doen keren: Londen speelt, als altijd, in op de indruk hip, trendy en bij de tijd te zijn – en slaagt daarin. Parijs, nee, heel Frankrijk, is oude koek, nostalgie en frustratie over vergane glorie. Gevolg: de vermogende Newyorkers, waarvan de kunstmarkt het hebben moet, zijn na gedane zaken rechtstreeks van Heathrow naar huis teruggevlogen.

Wat resteert er in die omstandigheden anders dan dat hippe Londen ,,oppervlakkig'' te noemen en te wijzen op de gedenkwaardige leeftijd van de Parijse beurs, met alle degelijkheid die daarbij past? FIAC-directeur Jennifer Flay drukt zich in de inleiding van de catalogus wat diplomatieker uit, maar haar afwijzing van ,,geheugenverlies'' en ,,vluchtige modeverschijnselen'' komt op hetzelfde neer.

Maar hoeveel nadruk Flay ook legt op de traditie van ,,een van de nestors'' onder de kunstbeurzen, vernieuwingen waren onvermijdelijk. Zo is er een uitgebreid `very vip'-programma voor de grote verzamelaars, dat langs zoveel culturele hoogtepunten van Parijs voert dat er nauwelijks tijd over blijft voor beursbezoek. Ook heeft Flay de knoop doorgehakt in de onverkwikkelijke discussie over de vraag of design kunst is, en er een sectie voor ingeruimd. Het kan geen kwaad en het is zelfs een aangename afwisseling op een totaal van 214 met kunst volgestouwde stands.

Een echte verbetering is een aparte hal, met een veel lossere sfeer dan in de hal van de mastodonten, met jonge(re) galeries en dito kunstenaars. ,,Dit is de plek waar het om gaat'', zo luidde het oordeel van de betrokken exposanten zelf. Jammer is wel dat de hal onnodig ingewikkeld is opgedeeld in `Perspectieven' – voor galeries die minstens drie jaar oud zijn – en `Future Quake', voor galeries die nog geen drie jaar bestaan. Het is een weinig betekenisvolle nuance die een publiek dat toch al overweldigd wordt door indrukken alleen maar verwart. Aardig en handig is wel de afdeling editie-kunst, waar voor vijftig euro al iets in de wacht gesleept kan worden.

Zowel wat betreft de deelname als de tentoongestelde kunst vertoont FIAC veel doublures met Frieze, ofschoon in Londen alleen Fons Welters Nederland vertegenwoordigde tegenover zes galeries (o.m. Lumen Travo, Diana Stigter, Akinci) in Parijs. Teken aan de wand is wel dat bijna de helft van de FIAC-exposanten (109) Frans en met name Parijs is. Weliswaar versterkt de Amerikaanse delegatie met maar liefst elf nieuwelingen op dertien galeries het internationale karakter van de FIAC, Frieze, hoe modieus ook, gaf met een deelname van slechts 21 procent inheemse (en 26 procent Amerikaanse) galeries toch blijk van een ruimere blik op de wereld.

FIAC, t/m 25/10 in: Porte de Versailles, hallen 4 en 5.1, Parijs. Voor inl, zie www.fiac-online.com